Gegevens:

Categorie:
Spanning/Thriller
Geplaatst:
22 mei 2009, om 12:13 uur
Bekeken:
892 keer
Aantal reacties:
1
Aantal downloads:
600 [ download ]

Score: 3

(3 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Vampire Night Hoofdstuk 15"


__________________________________________________________________________________  

Zo naïef als ze kan zijn, geeft ze Hatsu-Haru haar pols. Zijn mond gaat open en twee lange, vlijmscherpe tanden worden zichtbaar. Als door boter snijden ze in haar huid. Haar pols voelt als verlamd aan. Een ijzige kou kruipt over haar arm en verspreidt zich nog verder. De kracht in haar benen neemt af. Haar hoofd wordt zwaar, log, alsof iemand het naar beneden trekt. Haar hartritme... Zo langzaam.
"Stop, Haru! Stop!"
Een koude hand die haar pols wegtrekt. Die haar haastig oppakt en de grond zachter laat voelen als hij haar weer neerlegt. 
 
"Papa, waarom kijk je me zo raar aan? Ik ben toch niet stout geweest?"
"Ga weg!"
"Maar papa..."
"GA!"
"Zero, waarom doet papa zo?"
"Stil maar, hij draait wel bij"
"Wat is er met mama? Ze komt niet meer van haar kamer"
"Misschien is het het beste als je het gewoon vergeet"
"Komt het door mij?"
"Je kan er niets aan doen... Mizuki, nu niet gaan huilen, het komt echt allemaal goed"
"Zero..."
 
"ZERO!"
Surya schiet overeind. Pas na een paar seconden dringt de zwarte werkelijkheid tot haar door.
Zero... Hij is dood. Accepteer het nu gewoon. Hij is DOOD!
Tranen springen onwillekeurig in haar ogen. Nu dringt het pas echt tot haar door. Haar dierbare broer... De tranen stromen over haar wangen. Ze voelt zich zo hopeloos, alleen... De enige die haar écht begreep. Dood. Het woord blijft als een loodzware gedachte hangen in haar hoofd. Ze heeft spijt dat ze zo vaak met hem geruzied had over de meest stomme dingen. Dat hij niet klopte op haar deur als hij binnenkwam, als hij weer eens de laatste pannenkoek nam... Het is zo stom om erover te ruziën. En spijt komt altijd te laat. Ze vervloekte zichzelf. Met schokkende schouders en handen voor haar ogen gaat ze weer liggen.
De deur schiet open en Hatsu-Haru stapt naar binnen. Zijn wonden zijn geheeld en het bloed is van zijn mond geveegd. Hij ziet haar huilen en komt naast haar op bed zitten. Een beetje ongemakkelijk geeft hij haar schouderklopjes. 
Als ze van schaamte ophoudt met huilen, veegt ze met haar handpalm de tranen van haar gezicht en ontwijkt Haru's blik.
Een kille stilte.
"Je mist hem, niet?" zegt hij zacht.
Ze knikt. Haar haren vallen voor haar gezicht, maar ze doet geen moeite om ze weg te halen.
"Wat is er toch gebeurd met hem?" zegt ze met een trillende lip.
"Weerwolven" zegt hij om de details niet nog gruwelijker te maken.
"Wat hebben ze met hem gedaan?"
Ze weet niet of ze het wel wil weten.
"Ik weet het niet..."
Op één of andere manier luchtte dat antwoord op....
Klonk dat als een eerlijk antwoord?
Ze sluit haar ogen.
"Ik... zie dingen"
Hij kijkt haar niet begrijpend aan.
"In mijn dromen. Ik heb dromen die ik nog nooit eerder had. Over mijn vader en Zero... Zijn het herinneringen? Krijg ik mijn herinneringen terug?"
"Ik zou er niet te veel op vertrouwen" zegt hij met een vage glimlach en verandert van onderwerp: "Sorry van gisteravond... Ik kon me niet beheersen, wil je ontbijt?"
Gisteravond? Hoe lang lag ze hier al?
"Waarom is het nog steeds donker?"
"Het is hier altijd donker. De zon bestaat hier niet"
Ze kijkt hem ongelovig aan.
"Is er nog meer dat ik zou moeten weten?" zegt ze nieuwsgierig.
"Je komt alles vanzelf wel tegen"
Waarom wil iedereen zo min mogelijk vertellen? Alsof mijn geheugen er echt kapot aan gaat... Als dat al zo is. Ze geloofde eigenlijk niet zo veel van dat verhaal...
"Wil je ontbijt?" zegt hij om de nauwe stilte tegen te gaan.
Ze gaat akkoord. Langzaam staat ze op. Ze is nog wat draaierig in haar hoofd, maar al gauw vindt ze haar evenwicht terug. Nu ziet ze pas dat het dezelfde kamer is als waarin ze eerder was met Kaname. Ze kijkt naar buiten.
"Slapen jullie dan nooit?"
Hij kijkt haar raar aan. Alsof ze de domste vraag stelde tot nu toe.
"Natuurlijk niet! Dan zijn we wel een érg gemakkelijke prooi voor die verdomde weerwolven"
"Waar zijn de bedden dan voor?"
"Voor gasten, die géén vampier zijn" 
Hij stopt zijn handen in zijn zakken en gaat naar beneden. Ze volgt hem. 
 
Beneden komen ze weer in de ‘woonkamer'. Op een kleine tafel staat een kom met fruit erin. Wel, ze denkt dat het fruit is. Ze herkent geen enkele soort.
"Kalemarum" zegt een stem achter haar.
Kaname komt achter de hoek tevoorschijn met thee in zijn handen.
"Jullie wereld lijkt écht op de mijne..." zegt ze bij het zien van alle herkenbare dingen.
"Tja, wij zijn toch ook wel gefascineerd door jouw wereld" zegt hij terwijl hij de thee op tafel zette "En zoals ik al zei, de vampieren die er kwamen introduceerde meestal de mode en de meubels hier in"
 
Hij komt naast haar zitten. Zijn been raakt de hare aan. Een zachte, maar merkbare trilling trekt door haar been naar haar hoofd.
"Is er dan geen enkele vampier meer die naar mijn wereld toe reist ondanks die wet?"
Ze gaat zitten en neemt de thee aan. De zachte geur van munt dringt haar zintuigen binnen.
"Een paar, maar het is een minderheid. Die worden in ieder geval verbannen"
Ze kijkt naar de kalemarum.
"Is het eetbaar?"
"Waarom denk je anders dat het daar ligt?" zegt een stem achter haar.
Ze draait zich om en kijkt in de zeeblauwe ogen van Hitomi. Zijn mond is besmeurd met bloed. Als hij spreekt worden zijn abnormaal lange, spitse hoektanden zichtbaar. Zijn staart zwiept hypnotiserend heen en weer. Zijn ogen staan speels. Snel kijkt ze weer naar haar thee. Het idee dicht bij moordenaars te zijn zal haar nooit wennen. Kaname kucht even en wijst naar zijn mond. Hitomi begrijpt de hint en veegt zijn mond af met zijn mouw.
"Ik heb geen honger meer..." zegt ze zacht.
Kaname kijkt Hitomi aan met een blik die zegt: ‘ben je nu blij?'
Hitomi haalt zijn schouders op.
Ze krijgt het benauwd, de walgelijke geur van bloed dringt haar neusgaten binnen.
Vreemd, ze wist niet dat bloed een geur had...
"Ik moet even naar buiten" zegt ze vlug.
Haastig staat ze op en zoekt de weg naar buiten, zonder dat de anderen een kans krijgen om iets erop te zeggen. Ze pakt een dikke jas van de haak en opent de zware deur. Een ijzige, frisse kou omhelst haar. Ze tuurt naar boven. De maan kust haar lippen met haar zachte verschijning. Dan wordt ze verstopt door een paar wolken. Het wordt donker. Nog donkerder. Ze kan maar vijf meter voor zich uit kijken. Ze blijft voor de zekerheid dicht bij het huis staan en laat zich hypnotiseren door de miljoenen sterren die wel zichtbaar zijn. Zo prachtig, zo hemels. Ze gaat liggen in de sneeuw en tuurt naar boven. Ze voelt de angst en het laatste restje verdriet uit zich wegebben.
Alles waar ik van gedroomd heb... Een ander leven, geen geschreven toekomst, avontuur... Het is nog maar pas geleden dat ik aan mijn raam zat en naar buiten keek. Wanneer Kaname mijn leven voor goed veranderde. Kaname... Hij kon heel charmant zijn. Hij had me bijna gekust...
Ze raakt haar lippen even aan, maar stopt de gedachte snel weg. Een vampier...
Haar gedachten worden verstoord als ook de laatste sterren worden verduisterd. Een gedaante hangt boven haar hoofd.
Ze schrikt zich rot. Ze knippert met haar ogen en kijkt de gedaante ongelovig aan.
"Zero?"



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

jullie zijn geweldiiig <3

Geplaatst op: 2009-05-23 19:16:09 uur