Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Dieren/Fabel
Geplaatst:
18 mei 2009, om 11:28 uur
Bekeken:
661 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
583 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Jonge Haan (3)"


Elodie had gelijk. Het feeënpaleis is van binnen nog drie keer zo mooi. Het plafond van de hal, waarin het tweetal staat, is bekroond met een kristallen koepel, waardoor sterrenlicht op de vloer schijnt. De vloer is van wit marmer en is ingelegd met stervormige stukjes parelmoer. Ze lopen door de hal en gaan door gouden deuren een ander vertrek in. Het is een hooggewelfde zaal. De ruimte is verlaten. Elke voetstap weergalmt tegen de muren en het plafond. Tegenover hen, aan de overkant van de zaal, staat op een plateau een grote gouden troon. Een lege troon. Jonge Haan vindt de zaal ondanks haar schoonheid veel droevigheid uitstralen. Hij vraagt zich af waar de feeënkoningin is en hoe het met haar gaat. Elodie lijkt zijn gedachten te hebben gelezen en zegt: ‘Koningin Luna bevindt zich in haar slaapvertrek. Zij is nu te zwak om plaats te nemen op haar troon. Achter de met diamanten ingelegde gouden deuren bevinden zich de vertrekken van koningin Luna. Kom mee. We moeten ons haasten!'
Het is erg druk in de koninklijke kamers. Feeëndokters en dienstfeetjes lopen af en aan. De bezorgdheid is van hun gezichten af te lezen. Pardoes botst er een feeëndokter tegen Jonge Haan aan. Zijn gezichtje verandert van verontrust in hoopvol. Hij kijkt van de haan naar Elodie en slaakt een kreet van blijdschap: ‘Eindelijk!' Alle sterrenfeetjes blijven stil staan en kijken naar het drietal. Jonge Haan vindt het een bijzonder tafereel: alle feeëngezichtjes klaren op als ware het dat de zon doorbreekt na een heftige storm. Hij vraagt zich af wat er zo bijzonder aan hem is.
‘Kom mee!' gebied de feeëndokter en hij gaat Jonge Haan en Elodie voor na de slaapkamer van de feeënkoningin.
In een enorm hemelbed van gouden satijn met zilveren borduursels ligt koningin Luna. Haar zilveren haar ligt verspreid over het kussen en omringt een gezicht dat gloeit van de koorts. Om haar arm is verband gewikkeld. Het verband is zwart geschroeid door de kwaadaardigheid van de wond. Jonge Haan vindt het een mistroostig gezicht.
‘Henri,' begint Elodie. ‘Jij bent, zoals ik tijdens ons eerste gesprek zei, de enige die onze koningin kan genezen. De wond kan alleen geheeld worden door een veer en de tranen van een jonge, onschuldige, dappere haan. Verdere uitleg is nu niet mogelijk. We moeten ons haasten, want de kwade schaduw verspreidt zich steeds verder over koningin Luna's arm!'
Ondertussen was de feeëndokter bezig geweest met het verband van de arm van de vorstin te halen. Jonge Haan begrijpt nu wat Elodie bedoelde met de kwade schaduw. De verwonding is rood en zwart en vanuit de wond verspreidt zich een schaduw naar de rest van het ledemaat. Een afgrijselijk gezicht!
De feeëndokter richt zich tot de jonge haan: ‘Je moet nu een veer uit je lichaam trekken.'
Henri trekt een mooie veer. De feeëndokter reikt hem een eenvoudige gouden schaal en Henri legt de veer erin.
‘Nu zul je de schaal moeten vullen met je tranen, Henri,' zegt Elodie. ‘Je zult aan iets heel verdrietigs moeten denken.'
Dat vindt Jonge Haan niet moeilijk. Hij mist zijn ouders. Hun dood doet hem nog steeds veel pijn en verdriet. Langzaam beginnen de eerste tranen te vallen. Hij kan niet stoppen. Hij blijft huilen. Alsmaar ziet hij beelden van zijn ouders. En dan valt de laatste traan. Hij is uitgehuild en de schaal is vol. De feeëndokter pakt de veer, die nu nat is van de tranen, en legt hem op koningin Luna's wond. Geleidelijk begint de verwonding te helen en wordt de zwarte schaduw teruggedrongen.
Langzaamaan begint er een natuurlijke kleur te komen op het gezicht van de feeënkoningin en opent zij haar ogen. De ogen van de feeënkoningin zijn blauw als de sterrenhemel en omringd met een gouden randje. Jonge Haan vindt het de mooiste ogen die hij ooit heeft gezien.
‘Hoe voelt u zich koningin?' vraagt de feeëndokter.                           

‘Lang dwaalde ik rond in duisternis en nu ik weer terug ben in het licht voel ik mij stukken beter. De schaduw heeft mij echter wel verzwakt,' spreekt koningin Luna, terwijl ze overeind probeert te komen. Elodie en de dokter helpen haar omhoog en stapelen kussens achter haar rug zodat de vorstin rechtop in haar bed kan zitten. Dan richt Luna zich tot Jonge Haan: ‘Ik wil je bedanken Henri, want zonder jou was ik opgeslokt in de eeuwige duisternis. Zonder jou was ik gestorven aan de wonde die het Monster uit het Zwarte Gat mij heeft toegebracht.'
Verlegen kijkt Jonge Haan naar de grond. Hij weet niet wat hij moet zeggen.
‘Het Monster uit het Zwarte Gat is niet meer, uwe Hoogheid. Henri heeft het duivels gedrocht gedood met het Onoverwinnelijke Zwaard!' zegt Elodie, terwijl ze een trotse blik op Jonge Haan werpt.
‘Je bent een dapper haan, Henri! Mijn volk zal dit nooit meer vergeten. Liederen zullen gezongen worden over Henri de Dappere die het Monster versloeg. Ik ben je zeer dankbaar. Er zal een feest gehouden worden ter ere van jouw komst.'
‘Dank u Hoogheid,' stamelt Jonge Haan.

 

 

Wordt vervolgd...



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.