Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Dieren/Fabel
Geplaatst:
15 mei 2009, om 15:09 uur
Bekeken:
761 keer
Aantal reacties:
1
Aantal downloads:
623 [ download ]

Score: 2

(2 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Jonge Haan (2)"


Een eeuwenlangdurende reis lijkt de weg naar het hemellichaam. Jonge Haan kan zijn pootjes bijna niet meer voelen en zijn veren plakken van het zweet. Gelukkig is de laatste trede van de ladder niet meer zo heel ver weg. Nog even en dan is hij bij de maan. Plotseling klinkt er een oorverdovend geluid. Verschrikt kijken de haan en het sterrenfeetje op. Met snelle vleugelslagen nadert een reusachtig monsterlijk wezen. Het is een reptielachtig schepsel met drie angstaanjagende koppen, sterke, geschubde vleugels, grote klauwpoten en een vervaarlijk uitziende staart met een punt zo lang als een zeis.
‘O, nee!' roept Elodie. ‘Het is het Monster uit het Zwarte Gat! Het boosaardige wezen dat koningin Luna verwondde!'
‘Wat moeten we doen?!' gilt Jonge Haan angstig. Diep van binnen weet hij het antwoord al. Ze zullen moeten vechten. Vechten voor hun leven.
‘We moeten vechten!' Het sterrenfeetje ziet er bleek, maar vastberaden uit. Vol moed pakt ze haar toverstafje, zwaait ermee en zegt: ‘Épordia invinsia!' Uit het niets verschijnt er een groot machtig uitziend zwaard. Het wapen glanst als het mooiste en zuiverste zilver en is versierd met schitterende robijnen en diamanten.
‘Dit is het Onoverwinnelijke Zwaard! Hiermee zul je tegen het Monster gaan vechten.'
Zenuwachtig pakt Henri het heft van het zwaard. Het staal voelt tot zijn verrassing niet koel maar warm aan. Een aangename tinteling verspreidt zich over zijn hele lichaam. Hij voelt zich krachtig. Hij voelt zich onoverwinnelijk.
Het Monster komt steeds dichterbij.
‘Maak je klaar voor de strijd, Henri,' zegt Elodie. ‘Ik zal de spreuken die op de ladder rusten versterken, zodat je er niet af kan vallen. Het Monster uit het Zwarte Gat is niet gemakkelijk te verslaan. Je kunt het Monster niet doden door zijn koppen af te hakken. Als je een kop afhakt, komt er een nieuwe voor in de plaats. Je kunt het beest alleen doden door het Zwaard in zijn hart te steken!'
‘Ik zal eraan denken,' mompelt Jonge Haan. Ik moet dus het hart van het Monster doorboren. Dat zal vast niet al te moeilijk zijn.
Het duivels gedrocht minderde inmiddels vaart en hangt op een paar meter afstand van Jonge Haan in de lucht. Zijn zes sluwe ogen zijn op de haan gericht en zijn drie enorme muilen zijn dreigend geopend. Speeksel druipt langs zijn vlijmscherpe tanden en kaken. De stinkende adem van het beest verspreidt zich in de atmosfeer. Jonge Haan voelt een golf van misselijkheid over zich heen komen en pakt het Zwaard nog steviger vast. Onder het geluid van enorm gebrul gaat het Monster in de aanval, maar Jonge Haan is er op voorbereid en duikt weg. Het beest trekt zich even terug om daarna meteen weer in de aanval te gaan. Jonge Haan steekt in het wilde weg met zijn zwaard en raakt daarbij een van de ogen van het vervaarlijke dier. Bloed gutst over de kop van het Monster, dat zich kreunend terugtrekt. Vol walging ziet Jonge Haan hoe het verwonde oog uit zijn kas valt en er langzaamaan een nieuwe voor in de plaats komt. Het Monster is nu nog feller geworden. Agressief haalt hij uit met zijn vervaarlijke staart. Jonge Haan ziet de plotselinge aanval niet op tijd aankomen en is net niet snel genoeg met wegduiken. Krachtig wordt hij tegen de ladder aangesmeten en voelt hoe de scherpe punt van de staart van het beest zijn flank openhaalt. Elodie wil de haan te hulp schieten, maar moet snel ontwijken voor het Monster, die nu ook het sterrenfeetje heeft opgemerkt. Langzaam krabbelt Jonge Haan trillend overeind. De wereld draait om hem heen en hij voelt bloed uit zijn flank sijpelen. Hij ziet dat het duivelse schepsel is afgeleid door Elodie. Dit duurt echter niet lang. Al snel heeft het Monster in de gaten dat Jonge Haan overeind is gekomen. Vol bruutheid zet het de aanval op de haan in. Het sterrenfeetje vliegt, met gevaar voor eigen leven, rond de koppen van het gedrocht. Het werkt! Het beest raakt gedesoriënteerd. Voor zich ziet Jonge Haan de glimmende geschubde huid van het Monster. De kleine haan verzamelt al zijn krachten en steekt met veel geweld het zwaard in het hart van het gemene, bloeddorstige schepsel. Het Monster uit het Zwarte Gat slaakt een laatste door merg en been gaande kreet en valt dan stervend in het Zwarte Gat waar hij vandaan kwam.
Zuchtend gaan Jonge Haan en het sterrenfeetje allebei op een trede van de ladder zitten om uit te rusten van het vermoeiende gevecht met het Monster. Jonge Haan trilt over zijn hele lijf. Bloed druppelt uit zijn flank.
‘Je bent gewond!' roept Elodie verschrikt.
‘Och, het is niets,' liegt Jonge Haan. De wereld om hem heen wordt steeds waziger en hij grijpt de ladder extra stevig vast.
‘Je bent moedig en een doorzetter, maar met deze wond kun je niet verder.' Daarop haalt Elodie uit het niets een kristallen flesje met een transparante vloeistof en giet een paar druppeltjes van de inhoud op de wond van Jonge Haan. Direct begint de wond zich te helen en ontstaat er een zachtroze litteken. Jonge Haan voelt zich stukken beter. Nog een tijdje blijft het tweetal op de ladder zitten om een stuk brood en wat water te nuttigen en gaan daarna weer op weg. Op weg naar de maan. Ze hoeven niet ver meer. Het eind van de ladder is in zicht. Na een kwartiertje bereiken Jonge Haan en Elodie eindelijk het hemellichaam. Terwijl zij de maan op lopen lost de zilveren ladder op in het universum. Ze merken het niet op. Jonge Haan en het sterrenfeetje staan aan de rand van een enorme krater. ‘Daar is de feeënstad en in het midden is het feeënpaleis,' wijst Elodie.
Jonge Haan kijkt vol ongeloof en met open snavel naar de stad. Het ziet er schitterend uit. De huisjes zijn gemaakt van het mooiste zilverwerk en hebben parelmoeren dakpannen. Te midden van deze huisjes bevind zich het paleis. Het ziet er betoverend uit. Talloze torens rijzen op als dikke, gedraaide naalden van parelmoer en zijn bekroont met een zilveren ster. Het is een waar sprookjeskasteel!
‘Het is schitterend,' zegt Jonge Haan verrukt. ‘Ik heb in mijn hele leven nog nooit zo iets moois gezien!'
‘Van dichtbij is het nog mooier en je zult de binnenkant van het paleis nog drie keer zo mooi vinden.'
Na deze woorden daalt het tweetal af de krater in en volgt een glinsterend, kronkelend weggetje naar de feeënstad.
 
 
Wordt vervolgd...


Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

Bedankt!
Of het op de maan waait? Ik heb geen flauw idee, maar fantasie is grenzeloos. Dus wie weet...

Groetjes,
Belleth

Geplaatst op: 2009-08-20 15:34:28 uur