Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Fantasy
Geplaatst:
24 maart 2009, om 10:35 uur
Bekeken:
1061 keer
Aantal reacties:
1
Aantal downloads:
443 [ download ]

Score: 2

(2 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Herrezen"


De wereld brand. De gulzige vlammen, maken van deze nacht een dag. Een dag des doods. Wat ontsnapt aan het vuur, wordt verzengd door de hitte die staal verdampt en steen laat stromen. Het enige wat ontsnapt is de bittere rook die zijn geur ver het land in draagt en huizen binnendringt. Een schim zweeft langs de volle maan. Hij is ontwaakt…

 

Meneer en mevrouw den Kaars, weten nog niets van dit apocalyptische scenario. Meneer den Kaars kijkt zijn favoriete kookprogramma en zijn vrouw concentreert zich al meer een uur op haar krant. Alle gordijnen zijn dicht, als een schild voor de buitenwereld.

Met zijn schort voor en lepel in de hand en de afstandbediening in de andere, kijkt Meneer toe hoe je een vegetarische Lasagne maakt. Zelf heeft hij een zelfgemaakte pizza in de oven staan, maar die zal spoedig meer dan gaar zijn.

Hoewel de gordijnen de beelden van buiten weten weg te dringen, weten ze geen raad met lucht. Al spoedig bereikt de rook van vele vuren, het huis en dringt door elke kier en spleet naar binnen. Meneer gaat te veel op in de Televisie om het te merken, maar Mevrouw trekt haar ogen los van het krantenpapier en snuift nieuwsgierig de lucht op. ‘Er brandt iets aan Nico,’ zegt ze, waarna ze zich weer in haar krant verdiept.

Nico wordt uit zijn beeldschermwerkelijkheid gerukt en denkt meteen aan zijn pizza. Verontrust door de duidelijk aanwezige geur van verbranding, snelt hij zich naar de keuken.

 

Het beest is weer ontketend. Hij verspreidt zijn vuur en geniet van zijn herwonnen vrijheid. Het schijnsel van de vlammen doet zijn geschubde lichaam gloeien als de mooiste sieraden. Elk huis dat hij ziet maakt hij tot as, elk bos vergaat in zijn dodelijke adem en al wat leeft doet dat nadat hij langs gekomen is niet meer. De geuren en de hitte doen verloren herinneringen herleven. Het is verwonderlijk hoe veel zijn sluimer hem heeft doen vergeten. ‘Baroenon,’ fluistert hij en lacht.

 

Toen meneer en mevrouw den Kaars de geur roken, was het al te laat. Op het moment dat Nico het deurtje van de oven opende, bezorgd over zijn baksel, liet het beest zijn vlammen op het huis los. De twee mensen ervaarde even een kortstondig moment van enkel hitte en licht. Toen waren ze weg, vergaan tot damp, om zich bij de rook te voegen. Ze besloegen maar een klein aandeel, in de slachtoffers van de draak Baroenon.

 

Maar er was nog een draak. Karumi, was de mensen altijd goed gezind geweest, maar was toch net zoals Baroenon vele jaren geleden opgesloten, door de drakenmagiër Drekonora. Maar nu had de betovering eindelijk zijn kracht verloren en ontwaakte ook Karumi, uit zijn magische slaap. Steen verbrijzelend graaft hij zich door, wat jaren lang zijn bed is geweest en spreid sinds lange tijd opgelucht weer zijn vleugels. Het koele maanlicht beschijnt zijn paarse schubben die fonkelen als diamanten.

Een bekende geur vult zijn neusholte en Karumi bekijkt het vuur in de verte. De verwoesting die enkel door een draak kan worden aangericht. ‘Het is tijd om af te maken, wat ik eeuwen geleden begonnen ben,’ denkt hij en maakt zich los van de grond.

 

Karumi probeert Baroenon stiekem van boven te benaderen, maar zelfs in zijn vlaag van euforie, laat Baroenon zich niet verrassen. Snel als altijd draait hij zich om en kijkt Karumi grijnzend aan. ‘Ik werd al bang dat je niet zou komen. Je bent altijd al een stuk trager dan mij geweest.’

‘Je snelheid zal je deze keer niet helpen te vluchten Baroenon,’ werpt Karumi terug en stort zich naar beneden.

Met een behendige draai ontwijkt Baroenon zijn klauwen en spuugt uitdagend witte vlammen naar Karumi’s gezicht. Karumi beantwoord de uitdaging door zijn gele vlammen te spuwen.

Hierna doet hij een schijnbeweging en hapt naar Baroenons keel. Maar Baroenon is hem te vlug af. Een brandende pijn vult zijn bewustzijn, wanneer Baroenons scherpe gloeiende tong zich in zijn schouder boort.

 

Hij probeert de pijn te negeren en zich te concentreren. Met zo veel mogelijk kracht ramt hij zijn kop tegen die van zijn tegenstander. De klap is verdovend hard en beide draken zijn een moment verward en fladderen enkel verdwaasd rond. Maar Karumi was op de klap voorberijd en weet daarom eerder de verwarring van zich af te schudden. De nog wat verdwaasde Baroenon kan niet tijdig reageren wanneer Karumi zich weer op hem stort.

Met een scheurend geluid rijt hij Baroenons linker vleugel kapot, gebruik makend van zowel zijn klauwen als tanden. Baroenon kan nu niet meer in de lucht blijven en brult woedend wanneer hij ter aarde stort. Met een luide klap valt hij op de nog brandende restante van het huis van de familie den Kaars. ‘Kijken hoe snel je nu nog bent,’ roept Karumi hem na.

Gewond en in angst voor zijn leven, probeert Baroenon zich uit het puin te bevrijden, maar Karumi geeft hem geen tijd.

Met een vreugdevolle strijdkreet stort deze zich op zijn slachtoffer. Huid verscheurend en vlees verslindend, gaat hij tekeer, terwijl Baroenon kermt en kronkelt. ‘Ik vervloek je. Ik vervloek je met alle laatste kracht die ik nog heb,’ spreekt hij nog, voordat hij eindelijk opgeeft en dan zijn laatste adem uitblaast.

 

Karumi was niet onder de indruk van deze uitspraak. Hij heft enkel zijn kop naar de maan en stoot een roep van victorie uit, tegelijkertijd met een verblindende straal vuur. Hierna werpt hij nog een blik op het nu levenloze lichaam van zijn mede draak en keert deze daarna de rug toe. Hij spreid zijn vleugels en kiest de vrijheid van de lucht, op weg naar nergens. Nu is hij eindelijk echt vrij.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

Knap verhaal hoor fralor!
groetjes

Geplaatst op: 2009-04-14 17:00:15 uur