Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Spanning/Thriller
Geplaatst:
12 maart 2009, om 23:26 uur
Bekeken:
824 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
375 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Zoete verleiding "


 

Peinzend in zijn leren bureaustoel brengt Samuel zijn verse koffie met een lepeltje in
beroering. Hij snuift de aromatische dampen op met zijn neus waarna een lichte
frons zijn wenkbrauwen ietsjes omhoog trekt. Met gesloten ogen neemt hij een
slok en voelt het warme 'zwarte goud' zijn slokdarm in glijden.
Dit is zijn moment. Het begin van de dag, in alle rust met zijn gedachten. Beelden
schieten voorbij aan zijn geestesoog. Het verleden, heden en de toekomst laat hij de
revue passeren waarna hij met een zelfverzekerde blik uitkijkt over de campus. Zijn terrein.
Achter hem wordt er geklopt. Hij draait zich om en ziet zijn secretaresse in de deuropening. Haar sensualiteit overweldigt hem. Ze werpt hem een wulpse glimlach toe terwijl haar grote blauwe ogen hem helder aankijken.
'Goede morgen, meneer Rigaro.'
'Morgen Renate.' Samuel doet geen moeite om zijn blik op haar decolleté te verbergen. Een zoete parfum prikkelt zijn neus als ze zijn post voor hem neer legt. Ze buigt voorover en fluistert zachtjes in zijn oor. Hij huivert als haar adem zijn oorlel streelt.
'Vanavond weer, Tijger.' Eerder dwingend dan vragend.
In een soepele beweging veert ze overeind en laat Samuel opgewonden achter. Met moeite verdringt hij zijn herinnering aan gisterenavond, zijn overwinning op Renate.
De voldoening.
De stapel post die voor hem ligt vraagt zijn aandacht. Smeekbeden van studenten om niet van de opleiding weggestuurd te worden. Met afschuw leest hij de brieven waarvan het merendeel in de papierversnipperaar belandt. Slechts één overleeft de selectie. Zij voldoet aan zijn criteria voor een gesprek bij hem op kantoor.
Plots valt zijn oog op een envelop onderaan de stapel. Hij schuift de bovenliggende post er vanaf en neemt het in zijn handen. Op de buitenkant prijkt zijn naam in grote, met de hand geschreven, letters. Verder niets. Het voelt te zwaar aan voor een brief en nieuwsgierig als hij van nature is opent hij de envelop en laat de inhoud op tafel glijden. Op het tafelblad verschijnt een mobieltje, een USB-stick en een brief. Dit bevalt hem niet. Hij pakt de brief en begint te lezen. Zijn angst wordt werkelijkheid. De kleur trekt weg uit zijn gezicht als zijn hart een slag overslaat. Gevangen in een moment van angst. Hij pakt de stick, sluit deze aan op zijn laptop en opent het bestand. Wat hij ziet komt aan als een mokerslag. Foto's van hem met een van zijn studentes tijdens zijn zogenoemde privé gesprekken. Als dit in de openbaarheid komt kan hij zijn carrière en zijn verdere leven wel vergeten. Wie is er op gebrand om hem onderuit te halen? De namen die door zijn hoofd schieten zijn legio.
Maar wie is er daadwerkelijk toe instaat? Meer nog, wie heeft deze foto's gemaakt? Zou Renate dit gedaan hebben? Ze heeft toegang tot zijn kantoor en werkt al lang genoeg hier om die foto's gemaakt te kunnen hebben. Hij bekijkt de foto's nog eens en herinnert zich de passie en de lust van zijn uitspattingen op het bureaublad.

Haar lichaam had zacht en vertrouwd gevoeld. De macht en de sensatie die hij ervoer hadden hem in extase gebracht. Op dat moment had hij zich niet beter kunnen voelen. Beter dan hij ooit met zijn eigen vrouw had ervaren.

In opkomende woede rukt hij de data stick uit zijn laptop en stopt deze samen met het mobieltje in zijn jaszak. Hij sluit alles af en loopt met de envelop in zijn hand het kantoor uit. Renate kijkt hem van achter haar bureau verschrikt aan bij het horen van de dicht slaande deur.
'Alles goed, Samuel?' Ze kijkt hem bezorgd aan. Samuel beantwoordt haar vragende blik. Is zij verantwoordelijk? Hij kan het zich moeilijk voorstellen. Als dat zo is kan ze haar gezicht goed in de plooi houden.
'Weet jij van wie deze brief afkomt?' Hij zwaait met de envelop voor haar gezicht.
'Geen idee. Wat is er mee?'
Zonder een antwoord te geven op haar vraag beent hij met grote passen naar de lift en verdwijnt achter de schuifdeuren. Een gevoel van machteloosheid komt opzetten en groeit met elke verdieping die hij daalt, naar wat misschien wel de bodem van zijn leven kan zijn.

Hij slaat het portier van zijn Lexus hard dicht. Met zijn handen verkrampt om het stuur haalt hij diep adem en laat zachtjes de lucht ontsnappen tussen zijn lippen. Zijn gedachten vliegen oncontroleerbaar door zijn hoofd. Woedend omdat hij zichzelf niet kan beheersen slaat hij op zijn stuur. Als het maar niet in de publiciteit komt!, denkt hij wanhopig.
Hij verslikt zich als plots een ring-tone in zijn jaszak hem doet opveren. Gehaast pakt hij het mobieltje en neemt op zonder zijn naam te noemen. Een vervormde stem klinkt hard in zijn oor.
'Samuel.'
Alleen zijn naam. Woede giert door zijn lijf en voordat de stem van de afperser verder spreekt, steekt hij een scheldkanonnade af op zijn plaaggeest.
'Wie ben je? Vertel me je naam, lafaard!.'
'Tu tu, Samuel, je bent niet in de positie om eisen te stellen.'
'Als ik je in mijn handen krijg dan...'
'Dan wat? Als ik jou was zou ik nu heel goed luisteren.'
Samuel opent zijn mond, maar bedenkt zich en probeert zichzelf weer onder controle te krijgen.
'Oké, oké. Ik luister.'
'Goed zo. Je leert snel.
Ja eikel denk dat maar. Ik spoor je op en maak je af.
´Ik vertel het je maar één keer dus onderbreek me niet.'

Het geld heeft hij met moeite weten op te nemen. Hier wil hij niet mee doorgaan, maar hij ziet weinig andere mogelijkheden. Geërgerd vertrekt hij naar de opgegeven plaats. De hele dag vraagt hij zichzelf af wie hier achter kan zitten. Een ding is hem inmiddels wel opgevallen aan het telefoontje. Het moet iemand zijn die hij goed kent. Waarom zou hij anders zoveel moeite doen om zijn echte stem te vervormen? De parkeerplaats waar hij net opgereden is ligt er verlaten bij. Het weinige licht dat van de verouderde straatlantaarns afkomt kan met moeite het duister van de avond te verdringen. Slechts de voorgevel van een monumentaal pand is zichtbaar en lijkt slechts aan beide zijden staande gehouden te worden door schaduwen. Hier moet hij het valies achter later.
Moet ik hier wel mee doorgaan? Deze vraag spookt onheilspellend door zijn hoofd. Gefrustreerd stapt hij uit zijn auto. Met het geld stevig omsloten in zijn hand begeeft hij zich richting de rechterzijde van het pand. De wind probeert vat te krijgen op zijn jas en laat de zomen wild klapperen. Hij verdwijnt in de schaduw en uit het zicht van de parkeerplaats. De nis waar hij de koffer met geld achter moet laten is donker. Hij plaatst het op de grond en draait zich om. Met zijn hand boven zijn ogen tuurt hij de duisternis in en ziet niets anders dan een donkere leegte. Geen belager.
Hij schudt zijn hoofd en loopt terug naar zijn wagen.
De brief en de data stick vernietigd hij voordat hij naar huis gaat.

Een paar weken later is de onrust voor een groot gedeelte uit zijn lichaam verdreven, maar in zijn achterhoofd brabbelt nog altijd een stemmetje dat het niet voorbij is. Misschien houdt het wel nooit op.
Heel even heeft hij nagedacht over zijn perverse gewoontes. Moet ik ze negeren? Veranderen? Uiteindelijk beseft hij dat dit een deel van hem is geworden en dat de kick die hij er door krijgt een noodzakelijke uitlaatklep is gebleken. Zijn vrouw heeft zijn escapades met Renate gelukkig niet in de gaten. God, wat is ze toch meesterlijk!
Vorige week heeft hij de studente op gesprek gehad. Ze beweerde door persoonlijke omstandigheden slecht te presteren, maar dat dat nu achter haar lag. Ze had er alles voor over om niet weggestuurd te worden van de opleiding. Daar was geen woord van gelogen.

Met een laatste slok koffie besluit hij zijn ochtendritueel. Zijn blik glijdt naar zijn half geopende bureaula. Daarin blinkt de display van het mobieltje waar hij elke dag bewust naar kijkt. Het lag daar nu twee weken onaangeroerd, maar hij had zichzelf al voorgenomen het de volgende keer anders aan te pakken. De rol van prooi bevalt hem niet en hij is vastbesloten de rollen om te draaien. Net als hij de la gesloten heeft klinkt plots de bekende ring-tone gedempt uit zijn bureau.
Geschrokken rukt hij de la open en graait naar het mobieltje, vastbesloten om alle woorden goed in zich op te nemen. De spanning in zijn stem is duidelijk hoorbaar.
'Met Samuel.'
'Samuel, blij je te horen.'
Een vlaag van woede wervelt door Samuels lijf bij het horen van het sarcasme in de vervormde stem.
'Ja, dat geloof ik graag.'
'Je hebt je de vorige keer uitstekend aan het eerste verzoek voldaan.'
'Hoezo eerste verzoek?' Hij is niet verontwaardigd, maar eerder geïrriteerd.
'Kom, kom. Je dacht toch zeker niet dat het daarbij zou blijven?'
'Nee', zei hij met een beschamende klank in zijn stem.
'Luister Samuel. Hetzelfde principe gaan we vanavond nog eens herhalen, een even groot bedrag in een valies. De locatie is dit maal wel anders. Café 'De Borrel' het achterste toilet. Tien uur. Tot vanavond.'
'Wat? 'De Borrel?'
De enige reactie was stilte.
'Fuck, heeft die lul de verbinding verbroken!'. Renate steekt haar hoofd om de deur.
'Wie is een lul?'
'Niets', antwoordt hij nors.
Hij krijgt een vragende blik toegeworpen voordat ze weer uit zijn zicht verdwijnt.
Dit wordt de laatste keer! Zijn eerder gevormde plannen komen nu helder voor zijn geest te staan. Met een ruk staat hij op en gooit de bureaula dicht. Het mobieltje stopt hij in zijn jaszak waarna hij het gebouw verlaat zonder een blik te gunnen aan de starende Renate.

Een verlicht uithangbord van een biermerk hangt boven de ingang van Café 'De Borrel'. De bouwvallige voordeur geeft kreunend mee naar binnen. Het vale licht is moeilijk voor zijn ogen te doorgronden. De lucht van verschaald bier kriebelt zijn keel als hij naar het achterste tafeltje loopt. Het duo aan de bar neemt hem op met een afkeurende blik.
Na een paar biertjes gedronken te hebben staat Samuel op en gaat op zoek naar het achterste toilet. Zonder iemand aan te treffen, volgt hij de instructies op en laat hij het valies achter in het ranzige toilet.
Geen van het duo nog de barman, schenken enige aandacht aan hem als hij na betalen de kroeg verlaat.
Zo! Nu gaat mijn spel beginnen! Geholpen door de schaduwen en de slechte straatverlichting slaat hij ongezien rechtsaf, een klein zijstraatje in.
Ditmaal ontkomt hij mij niet. Uit zijn jaszak haalt hij een ontvanger en nadat het heeft aangezet knippert een groen lampje met tussenpozen van ruim vijf seconden. De verandering van prooi naar roofdier doet hem opleven.
De koude verspreidt zich door zijn hele lijf als de tijd steeds langzamer lijkt voort te schrijden. Op het moment dat hij zich warm probeert te springen begint het lampje sneller te knipperen. De golf adrenaline die volgt, verwarmt in een klap zijn lijf. Alert verplaatst hij zich dieper de schaduw in. Hij staat klaar om toe te slaan met een zelfvertrouwen dat versterkt wordt door de 9 mm Glock die hij onder zijn jas heeft verstopt.
Het knipperen versnelt. De valies komt zijn kant op. Nog belangrijker voor hem, de afperser ook. Hij ritst zijn jas langzaam open en pakt het wapen in zijn rechterhand. Het voelt zwaar aan, maar stabiel. Langzaam glijdt de schaduw van de afperser de hoek om.
Voordat de afperser ook maar iets kan vermoeden pakt Samuel hem bij de schouder en trekt hem de zijstraat in. Met de loop prikt hij in het gezicht van de afperser.
'Wat! Jij?' Hij heft zijn vrije hand en slaat zijn vrouw vol in het gezicht. 'Jij vuile hoer!'
Verbaasd en furieus tegelijk staart hij haar aan. Ze richt zich langzaam weer op zodat ze op gelijke hoogte komt te staan met Samuel. Met haar hand tast ze voorzichtig haar gezicht af terwijl ze zijn blik met ziedende ogen beantwoordt.
'Dacht je nu echt dat ik niets door had?'
Verbouwereerd weet Samuel geen woord over zijn lippen te krijgen. Haat overheerst zijn gedachtestroom die hij niet onder controle kan krijgen. Zijn vrouw. Zijn eigen vrouw! Met moeite kan hij de neiging om het magazijn op haar leeg te schieten onderdrukken.
'Je zou jezelf nu eens moeten zien, Samuel. Zo zelfverzekerd als je was, zo kwetsbaar ben je nu. Wat ben je van plan met dat wapen? Wil je me neerschieten? Ga je gang. moet je vooral doen, maar jouw leven is voorbij.'
Het wapen trilt haast onmerkbaar in zijn hand. Hij is de controle kwijt. Iets knapt er in zijn hoofd. Iets wat hem er altijd voor behoedt om overhaaste beslissingen te nemen.
'Ik zou je inderdaad ter plekke moeten dood schieten.'
Beduusd van zijn eigen beslissing dat hij zijn vrouw over enkele seconden zou neerschieten richt hij de loop op haar hart. Twijfelen doet hij niet meer. Als de beslissing genomen is kan hij niet meer terug.
'Voordat je schiet wil ik wel dat je één ding weet. Het houdt hier niet op voor jou. Alles wordt in de openbaarheid gebracht als ze mij dood aantreffen. Daar heb ik voor gezorgd. Het is maar dat je het weet.'
Zonder met haar ogen te knipperen stapt ze naar voren en pakt de loop lichtjes vast. In één beweging zet ze het wapen op haar voorhoofd terwijl ze hem strak in de ogen blijft aankijken.
Enkele seconden lang beweegt hij niet. Overrompeld door de actie van zijn vrouw staat hij daar, precies zoals hij het gepland had. Met het geld, met een wapen gericht op de afperser. Klaar, om met één beweging van zijn vinger alles naar het verleden te schieten.
De prooi is een roofdier geworden. Maar het voelt niet zo. Hij voelt zich in het nauw gedreven en kan niet meer zien welke kant hij op moet vluchten. Hij opent zijn mond. Woorden ontbreken.
'Kom op Samuel. Waar wacht je op?'
Ogenschijnlijk rustig staat ze, met de loop nog steeds tegen haar voorhoofd gedrukt, te wachten.
'Wie is hier nu de lafaard?'
De chaos in zijn hoofd is compleet. Het besef van tijd vervliegt. Zijn blik is troebel. Dit ben ik niet! De straat met zijn donkere schaduwen wervelt als een woeste storm om hem heen. Eén schot en alles staat weer stil.
Hij buigt zijn wijsvinger. Het schot dat volgt slaat hem weg uit de werveling. Kou overmeestert zijn lichaam. Verdringt het leven. De wereld staat stil evenals de twee personages aan zijn voeten. Zijn vrouw met beide handen voor haar mond geslagen. De ander met de armen langs haar zij waarvan één hand een wapen omklemt. Zijn geest vervaagt. De vrouw zakt naast hem door de knieën en brengt haar gezicht vlak bij de zijne. Een zoete parfum dringt zijn neus binnen. Ze fluistert zachtjes in zijn oor:
`Welterusten, Tijger´.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.