|
"Heeeeee, hoe gaatie?" vroeg een dronken Wisse aan een meisje dat afgezonderd tegen de bar aan stond te leunen.
"Heb
je zin om te gaan dansen?" was zijn vervolgvraag. Hij kreeg echter geen
antwoord. Het meisje keek hem niet eens aan. Alsof Wisse er nooit had
gestaan stapte ze bijna dwars door hem heen en liep met een aardig
tempo richting de uitgang van de bar. Wisse begreep er niets van.
Meestal kreeg hij minstens een reactie. Of die nou positief of negatief
was, was een tweede, maar dit meisje negeerde hem gewoon. Wisse sloeg
zijn drankje achterover en besloot om verhaal te gaan halen.
"Dit
slaat toch nergens op?!" schreeuwde hij boven de harde muziek uit naar
de toekijkende barman terwijl hij achter het meisje aanging. Ze ging
zonder jas naar buiten toe en liep onverstoord naar de rand van de
stad. Wisse achtervolgde haar op gepaste afstand om niet op te vallen.
Hij vroeg zich af wat een meisje alleen deed in dit deel van de stad.
Ondanks het alcoholpercentage in zijn bloed was hij nog helder genoeg
om te beseffen dat er iets niet in de haak was.
Ter hoogte van
het Ledeboerpark stopte het meisje met lopen en leunde ze tegen een van
de pilaren die bij de ingang van het park stonden. Na een tijdje van
afstand toe te hebben gekeken besloot Wisse om verhaal te halen.
"Zeg,
waarom liep je zomaar weg?" Ze draaide haar hoofd weg naar de grond en
leek een beetje te snikken. Uit angst dat hij haar aan het huilen
maakte begon hij zich te verontschuldigen.
"Het geeft niet hoor, ik zou hetzelfde doen als ik jou was..." Het meisje keek naar zijn lip waar een blaasje op zat.
"Oh,
eh... dat is niet besmettelijk hoor." Vol ongeloof staarde zij hem diep
in de ogen. Er verscheen een glimlach op haar gezicht. Wisse dacht dat
hij binnen was en positioneerde zijn hoofd dichter bij dat van haar.
Hij tuitte zijn lippen en sloot zijn ogen. Het meisje pakte zijn hoofd
stevig vast en drukte een doekje tegen zijn mond. Wisse opende zijn
ogen en raakte in paniek, maar voordat hij goed en wel doorhad wat er
gaande was, raakte hij buiten bewustzijn.
Even later ontwaakte hij.
Hij had moeite op zijn ogen te openen, maar met zijn slaapvisie leek
hij de contouren van het meisje te zien. Hij wilde de slaap uit zijn
ogen wrijven, maar merkte dat dit niet lukte omdat zijn handen vast
zaten gebonden op zijn rug. Hij probeerde nogmaals om zijn handen los te krijgen, maar het touw schuurde zodanig dat hij het opgaf om op deze manier te ontsnappen.
"Whu... wat is dit? Wat ben je aan het
doen?! HELP! HEEEELP!!!" schreeuwde hij tevergeefs. Wisse had inmiddels
weer scherp zicht en zag dat hij in een geopende kofferbak lag. Terwijl
hij weer om hulp riep rommelde het meisje in een tas en haalde daar een
rol uit.
"Silence is golden, ducktape is silver." zei ze terwijl een
een stuk op zijn mond plakte. Hierna gooide ze de kofferbak dicht.
Wisse hoorde hoe ze in de auto stapte en voelde hoe ze begon te rijden. Het deed hem
denken aan een aflevering van The Saint waarbij Roger Moore op basis
van geluid de route probeerde te achterhalen. Wisse besloot zich
volledig te concentreren op het geluid, maar buiten dat was er niet zo gek veel te horen. Rond dit tijdstip is er sowieso
weinig verkeer op de weg.
Na een aantal stukken rechtdoor en een
stuk of tien bochten merkte Wisse op dat de auto op een andere
ondergrond dan asfalt tot stilstand kwam. Hij hoorde de deur opengaan
en hoorde de voetstappen van het meisje bij de auto vandaan. In de hoop
dat ze in een bewoond gebied waren gestopt probeerde Wisse weer om hulp
te schreeuwen, totdat hij weer voelde dat het meisje zijn
mond dicht had geplakt. Het duurde een aantal minuten toen hij haar
voetstappen weer hoorde. De kofferbak ging open en het meisje gooide
een aantal dekens de kofferbak in. Direct hierna smeet ze de kofferbak
weer dicht zodat Wisse geen kans had om te bekijken waar ze ergens
waren. Hij had alleen een glimp van wat bomen en straatverlichting
gezien. Het meisje stapte weer in de auto en begon wederom te rijden op
het asfalt. Wisse wachtte in spanning af op wat er komen zou.
De
ergste doemscenario's spookten rond in zijn hoofd. Van anale
verkrachting tot moord, van verminkingen tot iets onschuldigs als hem
midden in het centrum in zijn nakie achterlaten. Maar dat zou de net in
de kofferbak gegooide dekens niet logisch maken. Door de waanzin die
rondspookte in Wisse zijn bange lijf begonnen zijn theorieën steeds
belachelijkere vormen aan te nemen. Zo verwachtte hij dat de auto weer
zou stoppen en Frans Bauer vervolgens de kofferbak zou openen met de
mededeling dat hij in Bananasplit te zien zou zijn. Maar die doet toch
alleen bekende Nederlanders? Onder die categorie viel hij niet, dus dat
kon het niet zijn. Misschien werd hij wel ontvoerd door de geheime
dienst, omdat hij de enige is die de wereld kan redden van een
kolossale meteoriet die de aarde aan het bedreigen is. Of misschien is
ze wel van de FBI, omdat ze vermoeden dat hij weet waar Osama bin Laden
verstopt zit. Of misschien...
En plots stopte de auto weer.
Deze keer zette ze de motor uit, maar het duurde eventjes voordat de ze
deur opende. In de absolute stilte van de omgeving hoorde Wisse hoe het
meisje langzaam heen en weer liep. Ze opende nog wat andere portieren
en hij hoorde hoe zij met wat spullen heen en weer liep. Even later deed ze de kofferbak weer open.
"Weet
jij hoe je een kampvuur maakt?" vroeg ze aan Wisse. In de hoop dat hij
kon ontsnappen knikte hij wild van ja. Met een ijspriem in haar hand
maande ze hem om de auto uit te kruipen. Ze pakte vervolgens de dekens
uit de kofferbak en legde die op het dak van de auto neer. Hierna
schopte ze Wisse tegen zijn benen en duwde ze hem met haar voet
richting een stapeltje hout.
"Steek aan!" was haar bevel terwijl ze Wisse zijn handen ontdeed van een stuk touw.
Wisse haalde een aansteker uit zijn zak en probeerde het hout brandende te krijgen, maar het was te nat om vlam te vatten.
"Je
liegt! Je hebt gelogen! Leugenaar!" Wisse keek verschrikt achterom en
zag een schoen op zijn gezicht afkomen. Ondanks de wodka's uit de kroeg
kon hij nog net op tijd aan de kant springen. Hij wilde de bossen
inrennen totdat hij merkte dat ook zijn benen aan elkaar vast zaten
gebonden. Met een flinke smak knalde hij met zijn voorhoofd snoeihard
op de modderige ondergrond.
"Faceplant!" zouden zijn vrienden hebben
geroepen als ze het hadden gezien, maar Wisse had het sterke vermoeden
dat hij die nooit meer zou zien. Ondertussen hoorde hij het meisje op
de achtergrond giechelen. Hij rolde om en zag hoe zij daar stond met
een blik kerosine en zijn aansteker in haar handen. Ze probeerde de
aansteker een aantal keren aan de praat te krijgen en dat lukte ook.
Wisse hoorde haar giechelen en iets mompelen in de trant van dat de
aansteker nog wel van pas zou komen.
Langzaam liep ze op Wisse
af die op zijn rug op de grond lag te beven van angst. Ze ging ter
hoogte van zijn heupen op Wisse zitten met aan elke kant van zijn
lichaam een been.
"Zullen we wat plezier maken?" zei ze met een
sadistische glimlach van oor tot oor. Zachtjes begon ze over zijn kruis
te wiegen en Wisse snapte er helemaal niks meer van. Ze leek haast wel
te genieten van deze bewegingen. Wisse besloot om maar mee te doen.
Misschien maakte hij zo'n goede indruk dat hij er levend uit zou komen.
Terwijl het meisje steeds sneller begon te wiegen begon ze ook een
beetje te kreunen en Wisse plaatste zijn handen op haar heupen. Ze ging
alsmaar sneller en sneller en hij verplaatste zijn handen van haar
heupen naar haar ribben en vervolgens haar borsten. Ze bleef maar
doorgaan met haar bewegingen en haar gekreun en Wisse begon te
masseren. Op dat moment stopte ze even en liet Wisse zijn handen op de
grond leggen, terwijl ze aanstalte maakte om weer verder te gaan met waarmee
ze bezig was.
Wisse besloot om zich te ontspannen, maar op het
moment dat hij zijn aandacht liet verslappen haalde ze plotseling de
ijspriem vanachter haar rug vandaan en stak ze die met veel geweld in
één van zijn handen. Wisse wilde het uitschreeuwen van de pijn, maar de
ducktape op zijn mond deed nog steeds zijn werk. Het meisje stapte van
Wisse af en ging op zijn goede arm zitten. Terwijl de tranen van zijn
gezicht rolden bleef zij angstig kalm.
"Zullen we even gezellig
praten?" vroeg ze aan hem. Wisse was in paniek en zag hoe de ijspriem
door zijn hand in de grond vastzat. Hij schreeuwde en huilde, maar
niemand die hem hoorde.
"Wat voor werk doe je eigenlijk?" vroeg ze verder. Ze had nog steeds een glimlach van oor tot oor.
"Werk
je? Verdien je lekker veel? Wat heb je mij te bieden?" Ze bleef maar
doorvragen, terwijl hij het nog steeds binnensmonds uitschreeuwde van
de pijn.
"Waarom zeg je niks terug?" Wisse schold haar verrot, maar de ducktape zorgde ervoor dat ze dat allemaal niet horen kon.
"Wat
stom van me, met die tape kan je natuurlijk helemaal niet praten." zei
ze terwijl ze lachen moest om haar eigen wreedheid. Met haar linkerhand
wreef ze over Wisse's wang waarna ze haar nagels in zijn wang zette.
"Adem
even diep in, dit kan pijn doen." Met haar andere hand peuterde ze een
hoekje van de tape los en met een vlotte beweging sjorde ze de tape van
zijn ongeschoren gezicht af. Wisse schreeuwde het uit van de pijn.
Het meisje stond op en liep naar een paar dozen toe. Ze pakte er een fles uit en liep terug naar haar slachtoffer.
"Lust je whiskey?" Wisse was in een zodanige shock dat hij haar vraag niet beantwoordde.
"Zeg
dan wat als ik tegen je praat, lul!" Ze gaf hem een klap in zijn
gezicht. Hierna draaide ze de dop van de fles af en goot de sterke
drank in Wisse zijn mond. Na een halve fles was hij gekalmeerd en
voelde hij nog nauwelijks wat van de pijn in zijn aangezicht en van
zijn hand.
"Dus..." begon zij, "wil je blijven leven?" Wisse knikte.
"Je kan het overleven hoor, maar dan moet je betalen. Verdien je veel geld?" Wisse woonde nog thuis en was postbode.
"Minimumloon.", antwoordde hij. Ze kon haren oren niet geloven.
"Wat?!
Minimumloon?! Dan ben je bijna de moeite niet waard om te doden!" Even
had Wisse de hoop dat ze hem zou laten gaan, maar dat leek niet terecht.
"Jammer genoeg voor jou ben ik in een slechte bui, dus doei doei..."
Ze plakte een nieuw stuk ducktape op zijn mond en haalde een zakmes tevoorschijn.
"Iene
miene mutte, tien pond grutten, tien pond kaas, iene miene mutte is de
baas.", zong ze terwijl ze zijn vingers telde en stopte bij de
middelvinger van zijn rechterhand. Met veel moeite sneed ze die vinger
van zijn hand af om hem daarna voor zijn hoofd langs te slingeren. De
bloedspetters druppelden op zijn voorhoofd en in zijn ogen.
"Nog
negen te gaan.", zei ze alvorens de andere vingers van zijn linkerhand
af te snijden. Nadat ook de vingers van zijn rechterhand op een
stapeltje naast zijn hoofd lagen leek ze duidelijk verveeld. Wisse beleefde dit alles maar half. Door alle drank van die avond had hij geen idee meer wat er allemaal gebeurde. Hij zag wel wat er gebeurde, maar voelde er niets meer van. Ze stond
op en liep naar het blik kerosine toe waarna ze het blik leeggooide
over zijn verminkte lichaam. Niet veel later pakte ze zijn aansteker en
stak ze zijn levende lichaam in brand. Wisse tilde zijn zware, door het bloed scharlaken gekleurde, hoofd op en zag het vuur zich snel verspreiden over zijn lichaam. Hij probeerde zichzelf buiten bewustzijn te krijgen door zijn hoofd op de grond te slaan. Levend verbranden leek hem het meest vreselijke dat je kon overkomen en zelfs in stomdronken toestand wilde hij voorkomen om dat te voelen. Echter ging zijn poging door zijn toestand zo langzaam dat hij faalde in zijn alleslaatste missie. De vuurzee was te intens geworden en hij voelde hoe het laatste beetje frisse lucht uit zijn longen werd gezogen.
Enkele uren later kwam de
zon weer op en stond het meisje gehuld in dekens te kijken naar het
verkoolde lichaam van Wisse. Ze glimlachte en liep naar zijn lijk toe.
Met haar voet tikte ze tegen de zijne aan, waardoor deze omviel en
verkoold afbrak. Ze ging op haar knieën zitten en schreef iets op een
briefje.
"Lieve jongen, dit is mijn nummer. Bel je?" Ze liep na dit
tafereel terug naar haar auto en pakte alles weer in. Met dezelfde
grijns als eerder nam ze plaats in haar auto en reed ze weg van de
plaats delict. Terwijl ze bewoonde wereld inreed sprak ze zichzelf toe
in de achteruitkijkspiegel.
"Wat een moordwijf ben je toch ook..."
© maart 2009, Timmeeh, BasicPublishing.nl
|