"Lietvatinië 11: Onthullingen (slot)"
|
|
"Tiivokka, wakker worden!" Tiivokka opende zijn ogen en
keek recht in het verschrikte gezicht van Mitrovs. Hij keek eens goed
om zich heen en keek recht in verscheidene geweerlopen.
"Huh?"
"Sta
op!" schreeuwde één van de mannen aan het uiteinde van zo'n geweerloop.
Tiivokka zat er beduusd bij. Hij probeerde goed wakker te worden en
controleerde het uiterlijk van de mannen. Ze waren groot, blond,
droegen uniformen met daarop de Driekroningse vlag.
"In de naam van
koning Adhemar staan jullie onder arrest!" De soldaten namen de drie
Lietvatiniërs lopend mee naar het paleis van koning Adhemar en onderweg
werden ze door de bevolking van Hoofdstad vreemd aangestaard. Ze kwamen
ook langs de door hun geplunderde winkels en zagen de eigenaren versuft
de ramen bedekken met hout. Die mensen begrepen er vast niets van. Net
zo weinig als de Lietvatinische soldaten. Was de stad niet verlaten? De
tocht naar het paleis leek langer dan gisteren en het schaamrood stond
op de kaken van Tiivokka. Hij hield er nooit zo van als hij door zo
veel mensen werd aangegaapt, al tijdens schooloptredens ging dat altijd
mis. Langzaam maar zeker kwamen ze dichterbij de deuren van het paleis
en ze zagen hoe werklui het raam naast de ingang aan het herstellen
waren, het raam dat de Kleine Nare Dwerg ingooide.
De wachters deden de deuren open en er klonken trompetten.
"Koning Adhemar! Deze mannen vonden wij net buiten de stadsmuur."
"Goed werk, korporaal." De Lietvatiniërs liepen met hun hoofd voorover door de zaal, maar plotseling werden ze geroepen.
"Hee!
HEE! Klaenovs! Tiivokka! Mitrovs!" De soldaten waren verbaasd en keken
naar waar de stem vandaan kwam. Daar stonden soldaten Stepanovs en
Piiroja, Ubbo Wokkels, Julia en Salmiak Vespaskeurskis, Terrence en de
Kleine Nare Dwerg!
"Kennen jullie deze mannen?" vroeg koning Adhemar aan de delegatie onder leiding van Salmiak Vespaskeurskis.
"Jazeker, koning Adhemar."
"Pappa,
dat zijn die mannen die op mij schoten!" De drie Lietvatiniërs zagen
dat er een blonde jongedame naast de koning stond die wel erg veel leek
op het vrouwelijke figuur dat ze achtervolgden.
"Dat zijn ze! Ze wilden mij vermoorden!"
"Bedaar, dochterlief, bedaar! Zeg, is het waar wat ze zegt?"
"Vermoorden was ons doel niet, we wilden alleen met haar praten gezien de stad verder verlaten was." antwoordde Mitrovs.
"Dat
kwam vanwege een grootse oefening waarbij de totale bevolking
ondergronds in de bunkers verbleef. Alleen die dochter van mij had daar
geen trek in." De puzzelstukjes over dat mysterie waren in elkaar
gevallen, maar de rest was nog lang niet duidelijk voor de
Lietvatiniërs.
"En die andere drie zijn gisteren door een aantal
wachters opgepakt die naar mijn dochter zochten. Nadat zij uitlegden
hoe alles zat hebben wij ze ook maar mee onder de grond genomen."
"Maar
wat komen jullie hier doen?" vroeg een nieuwsgierige koning Adhemar aan
de Lietvatinische manschappen. Mitrovs wilde het net uitleggen toen
koning Ludvigs van Lietvatinië met generaal Caboums, soldaat Klabanks
en kapitein Dublopsen de zaal binnenstapten.
"Ik heb ze gestuurd,
maar de reden doet er niet meer toe nu we allemaal gered zijn." De
soldaten begrepen er niets van en lieten alles op zich afkomen.
"Daarom
zijn alle mannen die jullie onderweg kwijt zijn geraakt ook ingevlogen
met een speciale helikopter. We konden jullie echter niet op het spoor
komen."
"Maar de toekomst van ons land is dus zeker?" vroeg een verwarde Mitrovs.
"Ja." zeiden koning Ludvigs en koning Adhemar. Die laatste ging voort met praten.
"De
VR hebben namelijk een nieuwe president gekozen die nu al praktisch
alle problemen op heeft gelost. Hij zal zo hier komen om kennis te
maken met de koningshuizen van onze landen. Omdat Lietvatinië toch zo
klein is heb ik koning Ludvigs uitgenodigd om ook gelijk maar hier te
komen."
Één van de wachters van koning Adhemar kwam de zaal binnen.
"Koning, de nieuwe president is zojuist aangekomen."
"Goed,
stuur hem maar door." De Lietvatiniërs gingen samen met hun maten bij
elkaar staan als Lietvatinische delegatie en daarna keek heel de zaal
in de richting van de grote paleisdeuren. Over enkele seconden zou hun
redder de zaal betreden. De trompettisten begonnen met hun getetter en
de deuren gingen open. Een fel licht kwam de zaal in. Engelenzang vulde
de oren van de aanwezigen, en daar kwam een man de zaal binnengelopen.
De ogen van de Lietvatiniërs, en in het bijzonder die van de koning,
werden groot.
"Ah, welkom President Boris N'Bami, vierenveertigste president van de Verenigde Rijken!" zei koning Adhemar.
"Wacht
Adhemar!" schreeuwde koning Ludvigs "dat kan niet!" Alle Driekroningse
lieden die aanwezig waren begrepen er geen bal van.
"Koning Ludvigs, wat scheelt er?" vroeg koning Adhemar aan zijn collega.
"Die
man, die heet niet Boris N'Bami! Dat is Victors Klozets, mijn eerste
schildwachter!" De Driekroningers keken elkaar verbaasd aan en begonnen
daarna keihard te lachen. De kroonprins deed het zowat in zijn broek.
Koning Adhemar zei dat dat toch wel onmogelijk was.
"Dat is toch
onmogelijk, beste Ludvigs, die man is een neger! Er wonen helemaal geen
negers in Lietvatinië!" De koning en de andere Lietvatiniërs keken nog
eens goed naar Boris N'Bami a.k.a. Victors Klozets en beseften dat
koning Adhemar gelijk had. Boris N'Bami zelf begon nu ook te grinniken.
"Beste
koning Adhemar, koning Ludvigs heeft gelijk." Nu was het koning Adhemar
die het niet meer begreep, maar N'Bami kwam snel met zijn uitleg.
"Voor
mijn land was ik jarenlang een spion in Lietvatinië om zo de agressie
van Prutsland vanaf een veilige afstand te bekijken, en dat deed ik
inderdaad als eerste schildwachter van koning Ludvigs van Lietvatinië
onder de naam Victors Klozets." Hij richtte zijn blik nu op soldaat
Mitrovs.
"En ik was het ook die de Prutsische wachters uitschakelde."
Alle
puzzelstukjes vielen ineen en nadat soldaat Tiivokka's mond dicht werd
geplakt omdat hij als enige er nog steeds niks van begreep, werden de
nieuwe president van de Verenigde Rijken, het koningshuis van
Lietvatinië en alle mannen die die tijd op weg waren geweest
uitgenodigd om mee te eten met een gigantisch feestmaal ter ere van de
redding van de gehele wereld. Na dit feestmaal gingen de
Vespaskeurskisjes weer terug naar hun huisjes en ging soldaat Stepanovs
met hun mee. Hij was ernstig verliefd geworden op Julia Vespaskeurskis
en gelukkig voor hem was het wederzijds, dus gingen ze trouwen! De
overige soldaten gingen weer terug naar Lietvatinië waar zij gelukkig
verder leefden, de Kleine Nare Dwerg ging weer terug naar zijn huis om
Briedriesters te pesten en Ubbo Wokkels werd een hoogleraar aan de
universiteit van Hoofdstad, alwaar hij vele boeken schreef over de
uitersten van het menselijke lichaam, met Terrence en de Kleine Nare
Dwerg als grote voorbeelden, en ook nog een aantal boeken hoe aanvallen
van Briedriesters te overleven evenals een 'Hoe haal ik gif uit mijn
lijf' handboek. Boris N'Bami a.k.a. Victors Klozets herstelde de
puinzooi die zijn voorganger had gemaakt, redde de wereld en werd de
beste president ooit. Het koningshuis van Driekroninge werd one big
happy family en ze leefden, net als alle andere figuren en figuranten
die dit verhaal overleefden, nog lang en ontzettend gelukkig!
EINDE!
© januari 2009, Timmeeh, BasicPublishing.nl
|