"Lietvatinië 10: Hoofdstad 2"
|
|
Terwijl het figuur nog steeds van de trap afrende, ook
nadat Mitrovs het aanmaande om te stoppen, besloot Klaenovs om te
schieten. Hij schoot vrij precies een kledingsstuk kapot, maar ook nu
stopte het figuur niet met rennen. De soldaten begonnen weer met rennen
en keken ondertussen nog steeds naar het figuur dat er ondertussen
tamelijk vrouwelijk uitzag. De mannen leken steeds dichterbij de komen,
maar plots was ze weg. De soldaten stopten met rennen om te luisteren
of ze nog ergens voetstappen hoorden. Maar het was stil. Doodstil. Zo
stil zelfs dat ze Terrence hoorden praten, terwijl hij ergens buiten
aan de andere kant van het paleis stond. De soldaten liepen de trappen
af, rustig zoekend naar een aanwijzing of zelfs de vrouw, maar vonden
slechts een knuffelaap met een broodje in zijn handen.
"Haha,
broodje aap!" giechelde Tiivokka. Door de ernst van de zaak konden
Klaenovs en Mitrovs er niet om lachen. Klaenovs haalde zijn pijltje met
het kledingsstuk uit de trap en de mannen besloten om de deur te
openen, zodat Terrence ook naar binnen kon en met Vespaskeurskis en de
Kleine Nare Dwerg ook mee te zoeken naar het vrouwelijke persoon dat
blijkbaar in lucht op was gegaan.
Toen de mannen weer bij de
hoofdingang waren kwamen ze tot de ontdekking dat de drie die ze
achterlieten plotseling verdwenen waren.
"Wat is dit voor een
spookstad?" vroeg Klaenovs zich af. "Eerst komen we hier om een lege
stad te vinden, dan verdwijnt dat meisje en nu zijn die anderen ook al
spoorloos!" Tiivokka en Mitrovs begrepen het ook niet, waar zouden ze
toch zijn? De drie Lietvatiniërs liepen als een stelletje verloren
schaapjes rond door Hoofdstad, braken in bij een slager en een bakker
om wat proviand in de slaan en verlieten totaal gedesillusioneerd de
stad weer.
"Wat doen we nu?" vroeg Tiivokka aan Mitrovs.
"Nu gaan we weer terug naar de hut van de Kleine Nare Dwerg om Ubbo Wokkels en Piiroja op te halen."
"Maar dan moeten we weer langs die groep Briedriesters." merkte Klaenovs terecht op.
"Heb jij dan een beter idee?" vroeg Mitrovs aan Klaenovs.
"Ja."
"Vertel."
"We
blijven gewoon kamperen buiten Hoofdstad, halen eten uit de winkels als
het nodig is en wachten totdat we weer mensen tegenkomen." Maar
Tiivokka was er ook nog.
"Kunnen we niet gewoon naar die hut
bellen?" De kaken van Mitrovs en Klaenovs vielen zowat op de grond van
verbazing. Tiivokka had een geniale ingeving! Geniaal!
"Maar hoe
werkt dit ding dan?" Mitrovs had er duidelijk geen pap van gegeten.
Klaenovs probeerde nu met veel geduld en gezond verstand uit te vinden
hoe het ding werkte en hij kreeg het zelfs voor elkaar om naar het
apparaat van de Kleine Nare Dwerg te bellen, maar er gebeurde niets.
Het apparaat produceerde alleen een lage toon. Het oorspronkelijke idee
om naar de hut te bellen ging ook al niet door, omdat het nummer van
die hut niet in het apparaat stond. Na dit debacle besloten ze om eten
in te slaan, een kamp net buiten te stad te maken en om alsnog terug te
gaan naar de hut. Andere opties leken ze niet te hebben.
Het was
al nacht en de mannen lagen op de grond naar de sterren te kijken.
Samen vroegen ze zich af of het het allemaal wel waard was geweest.
Terugdenkend aan het begin van de missie, toen ze Stepanovs bijna
verloren op het strand. En later, toen Klabanks al uitgeschakeld was
voordat ze Driekroninge konden zien.
"Misschien is beroepsmilitair toch niet zo'n geschikte baan voor hem." concludeerde Tiivokka.
"Geen
enkel beroep is geschikt voor hem." reageerde Klaenovs. En hij had
gelijk. Als er niet zulke goede medische zorg was in Lietvatinië was
hij allang bezweken aan eerdere verwondingen of aandoeningen. Ze
dachten na hoe ze Terrence ontmoetten. De grote kerel die Stepanovs
bijna doodgooide met een boomstam.
"Het was eigenlijk wel wat voor
hem om zo aan zijn eind te komen." Maar dat gebeurde niet. De boomstam
schoot rakelings langs Stepanovs heen en raakte zijn zwaard vol.
Hierdoor viel hij flauw. De ontmoeting met de alom befaamde
Lietvatinische oorlogsheld Salmiak Vespaskeurskis had hij niet eens
bewust meegemaakt. Ook de ontmoeting met Ubbo Wokkels, de wetenschapper
en astronaut, maakte hij niet bewust mee. Dan was er nog Piiroja, die
een onbekend soort gif moest zien te verwerken met de hulp van Ubbo
Wokkels. Ze konden slechts gissen naar hoe het af is gelopen met hun
strijdmakkers. Was Klabanks nog in leven? Hoe zou het met Stepanovs
gaan? Zou Piiroja het gehaald hebben? En mocht dat het geval zijn,
weten hij Ubbo Wokkels wel hoe ze moesten ontkomen aan de overgebleven
Briedriesters? En waar waren de Kleine Nare Dwerg, reus Terrence en
Salmiak Vespaskeurskis toch gebleven? Een heleboel vragen, maar geen
antwoorden.
"Zou Stepanovs die kleindochter van Vespaskeurskis
nog versierd hebben?" vroeg Tiivokka zich ondeugend af. Klaenovs en
Mitrovs keken elkaar hulpeloos aan. Wat moesten ze toch met die
Tiivokka?
"Ga maar slapen, Tiivokka. Morgen gaan we ze zoeken." Na
deze geruststellende woorden van Mitrovs draaide Tiivokka zich met een
glimlach om en was hij zo vertrokken naar dromenland. Dromend over de
Lietvatinische wijngaarden, over wakker worden in zijn vertrouwde
huisje, zijn familie, zijn stamkroeg, zijn... bed... zzzzzzzzz *snurk*
© januari 2009, Timmeeh, BasicPublishing.nl
|