"Lietvatinië 7: Slag met de Briedriesters"
|
|
"HAAAH! HAAAH! REINIER! LEPEL! RACECAR! OOZY RAT IN A
SANITARY ZOO!" De soldaten schrokken wakker van deze angstaanjagende
schreeuwen van soldaat Piiroja, die een aantal uren geleden door een
pijl met gif werd geraakt door een lid van een groep nomaden, genaamd
de Briedriesters.
"A MAN A PLAN A CANAL PANAMA! NEKKEN! KAJAK!
REDDER! LEKERKREKEL!" Ubbo Wokkels snelde naar zijn koffertje, haalde
een potje kalmeringsmiddelen tevoorschijn en spoot die in de arm van
Piiroja. Tiivokka was geschokt.
"Wat is er met hem aan de hand?"
"Hij
heeft last van een ernstige vorm van nachtmerries. Die staan ook wel
bekend als Palindromen. Nu ik dit weet kan ik wellicht een tegengif
voor hem brouwen." Besloten werd dat Ubbo Wokkels in het huisje van de
Kleine Nare Dwerg met Piiroja achter zou blijven om de laatstgenoemde
zo snel mogelijk weer op de been te krijgen.
De mannen die niet
zo van de medische kennis waren, waren flink geschrokken. Eerst waren
ze Klabanks en Stepanovs al kwijtgeraakt en nu moesten ze Piiroja ook
al achterlaten. Tiivokka vroeg zich ook al hardop af wie de volgende
zou zijn, maar deze keer werd er niet op gereageerd. Er heerste
zogezegd een grafstemming tijdens het ontbijt. De aanwezigheid van de
Kleine Nare Dwerg hielp hierbij zeker niet mee, maar zonder hem hadden
ze nu geen overheerlijk ontbijt en hadden ze Piiroja misschien wel in
de wildernis achter moeten laten. Nu hadden ze tenminste een veilig
plekje voor hem en een wetenschapper die Piiroja helpen kon. Na het
ontbijt kleedde de Kleine Nare Dwerg zich aan en gingen de mannen weer
op pad.
"Hier, Mitrovs was het toch? Neem dit ding." Mitrovs herkende het kleine apparaat echter niet.
"Wat
is dit?" De Kleine Nare Dwerg begon te kijken alsof Mitrovs heel zijn
leven in een grot had gewoond, maar kon desondanks wel zo kalm blijven
om hem uit te leggen waar het apparaat voor diende.
"Dit noemen we
nou een mobiele telefoon. Als je op dat knopje drukt gaat het
apparaatje naar het andere apparaatje bellen, en die heb ik. En door op
dát knopje te drukken neem je de telefoon op als ik jou bel. Je merkt
dat ik je bel als het schermpje oplicht en er een hoog toontje
uitkomt." Mitrovs had het apparaatje snel onder de knie, maar begreep
nog niet echt waarom de Kleine Nare Dwerg met deze apparaatjes op de
proppen kwam.
"Dat hoort allemaal bij het plan. Nabij de Hoofdstad
moeten we ons namelijk opsplitsen. Jij en die reus moeten herrie
schoppen bij de stadspoort zodat de aandacht van de bewakers naar
jullie gaat, zodat wij ongezien de gangen onder Hoofdstad kunnen
betreden. Op het moment dat ik bel neem jij de telefoon op en zeg ik je
wat je doen moet."
"Leuk plan, maar waarom moet ik dat doen?" De
Kleine Nare Dwerg trok Mitrovs aan zijn kraag naar beneden en begon nu
toch een beetje pissig te worden.
"Omdat ik die andere SLOEBERS zo'n
belangrijke taak niet wil laten uitvoeren. Begrepen?!" Mitrovs slikte
een keer en knikte maar naar de dwerg.
Na een klein uurtje lopen
kwamen de manschappen weer door een Briedriestergebied. Dit werd
gekenmerkt door de overblijfselen van andere karren en karkassen van
paarden en reizigers, al lag Michael er niet tussen. Het duurde ook
niet lang voordat ze het standaard overvalzinnetje van de Briedriesters
hoorden.
"Halt! U bent ziejuist de grens van het meest gevreesde
vielk van het nierden gepasseerd! Stiep nu iek, ief anders iepenen wij
vuur!"
"Niet wéér!" bromde Terrence. Deze keer stopte de groep met
lopen om een tweede Piiroja incident te voorkomen. Wederom kwam een
kleine legermacht uit de bosjes tevoorschijn. Tiivokka, Klaenovs en
Salmiak Vespaskeurskis hielden hun herhaalkruisbogen weer in de
aanslag, maar Terrence stapte moedig naar voren en begon tegen de
Briedriesters te schreeuwen.
"Wat moeten jullie nou?!" De nomaden
keken verschrikt naar de enorme Terrence en de waarschijnlijke leider
deed een wanhopige poging om te voorkomen dat Terrence door zou lopen.
Met een bibberende stem beval hij Terrence om te stoppen.
"Hhhh... hielt, a-anders iepepepenen wij v-v-vuur!"
"Nee,
dat doen jullie helemaal niet!" schreeuwde Terrence naar beneden. Hij
stormde naar de huifkar, pakte de blaaspijp met het hoofd en mepte
daarmee een Briedriester de bosjes in.
"Kijk, dit gebeurde er met de
vorige Briedriesters die ons aanhielden." De groep Briedriesters keken
elkaar verschrikt aan en slaakten een kreet richting het oosten, of
iesten, zoals zij het zouden zeggen.
De grond begon zachtjes te
trillen, maar binnen een minuut bouwde het op tot een gigantische
gedreun waar zelfs een stampende Terrence zich niet aan zou kunnen
meten. Plotseling kwamen er uit alle hoeken duizenden Briedriesters
tevoorschijn.
"Uh-oh." zei Klaenovs.
"Mede-Briedriesters! Kijkt
u eens goed naar deze gevaarlijk-iegende persienen! Zij hebben ienze
broeders uit het nierden iemgelegd! Hiervier zullen zij moeten boeten
met hun levens! Val aan!" Vespaskeurskis beval de mannen om allemaal
plaats te nemen in de huifkar.
"HIIYAA!" schreeuwde het oude
mannetje, en hij ging met volle vaart op de Briedriesters af die midden
op de weg stonden. Alle mannen aan boord van de huifkar openden het
vuur op de Briedriesters die met tientallen te gelijk met veel
geschreeuw en gegil naar de grond gingen. De mannen lieten een spoor
van dood en verderf achter, maar waren vreemd genoeg toch zonder
kleerscheuren uit deze toestand geraakt. Het gevolg was wel dat het
paard volledig uitgeput was toen ze eindelijk het bevel tot stoppen met
rennen kreeg. Omdat het paard de hele reis al had gelopen kreeg het
paard nu een plaats op de huifkar, terwijl Terrence die voorttrok.
© januari 2009, Timmeeh, BasicPublishing.nl
|