Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Drama
Geplaatst:
22 december 2006, om 08:56 uur
Bekeken:
1742 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
895 [ download ]

Score: 3

(3 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"een gast te gast"


Het is een herfstachtige dag, ik kom uit mijn werk en loop door de voortuin naar mijn voordeur. Ik grabbel even wat in mijn binnenzak, vind de sleutel waar ik naar zocht en stop hem in het slot, daarna draai ik hem twee keer om en duw de deur open. Nadat ik mijn koffertje op de trap heb gezet, hang ik mijn jas op aan de kapstok en loop dan de huiskamer binnen. Een man die ik niet ken zit op mijn bank televisie te kijken. De man kijkt mij angstig en geschrokken aan wanneer ik binnenkom. Ik besteed geen aandacht aan hem en loop door naar de keuken om een biertje te pakken. Ik voel enige ergernis, wanneer ik geen biertje kan vinden, maar dat verdwijnt wanneer ik er een ontdek achter een pot mayonaise. Met het biertje in mijn hand loop ik terug naar de woonkamer en blijf achter de bank staan. De man kijkt nu nog banger. Ik let niet op hem en kijk naar wat er op televisie is. Het blijkt Dr. Phil te zijn en de aflevering van vandaag gaat over meisjes met anorexia. Een heel dun meisje zit naast iemand die blijkbaar haar moeder is en vertelt over haar aandoening. Zelf kijk ik meestal geen Dr. Phil, ik vind hem te commercieel.
Nadat hij me blijkbaar lang genoeg had aangestaard zegt de man; Eh... hoi.'
‘Hoi' zeg ik terug en neem een slok van mijn biertje, waarna ik verder ga met naar de televisie kijken.
‘Ehm... u vraagt u vast af wie ik ben' zegt de man een beetje nerveus.
‘Nou nu je het zo zegt...' antwoord ik.
‘Hoe ben je binnen gekomen?' vraag ik daarna.
‘De achterdeur stond open' antwoord hij.
Ik kijk over mijn schouder naar achter. De achterdeur staat inderdaad open, hij beweegt wat heen en weer op de wind en op de grond liggen stukken glas die voorheen in de deur hadden gezeten, er tussenin ligt een baksteen die blijkbaar gebruikt was bij het ingooien van de ruit. Even frons ik mijn voorhoofd en vraag me af, of ik wel of niet verzekerd ben. Ik herinner me weer dat het wel zo was en keer me om, om weer televisie te kijken. Het anorexia meisje op de televisie was nadat ze blijkbaar haar zegje had gedaan in tranen uitgebarst, waarna haar moeder het gesprek had overgenomen. ‘Misschien moest ik maar gaan' zegt de man onzeker en staat op.
‘Oké' zeg ik.
‘Nou tot ziens dan maar' zegt hij en loopt door de achterdeur naar buiten. Ik kijk hem na terwijl hij wegloopt. Hij opent de poort en keert zich daarna om en steekt zijn hand op. Ik doe hetzelfde en de man verdwijnt door de poort waarbij hij de poort netjes achter zich dichttrekt. Ik zucht en pak de afstandsbediening, om de televisie uit te zetten.


Nadat ik de televisie heb uitgezet, berg ik de afstandsbediening in een la op en loop daarna de gang in en de trap op. Wanneer ik de trap oploop breek ik bijna mijn nek over mijn koffertje, maar ik weet mijn evenwicht te bewaren en loop rustig verder. Nadat ik de trap heb overleefd en mijn slaapkamerdeur opentrek, valt mijn mond even open. Mijn dure Hästens bed staat in lichte laaie! Snel doe ik mijn mond weer dicht en neem de situatie in mij op. Ik loop naar de badkamer en kijk of ik iets kan vinden om het vuur te doven. Ik kan niks vinden en loop snel de trap af. Met een gil val ik over mijn koffertje en word een paar blauwe plekken rijker. Vloekend sta ik op, geef een trap tegen mijn koffertje en loop via de kapotte achterdeur in de huiskamer, naar de schuur. Daar vind ik na veel dingen omgegooid te hebben eindelijk een emmer. (Vanuit de tuin is het flakkerende schijnsel van het brandende bed, in mijn slaapkamer goed te zien.) Met de emmer in mijn hand, ren ik weer naar binnen en loop de trap op. Ik schiet de badkamer in en probeer de emmer onder de kraan te duwen. Dat lukt niet, dus grijp ik de douchekop om hem te vullen. Zodra de emmer vol is loop ik ermee naar de slaapkamer en gooi het water over het brandende bed. Het vuur flakkert even, maar brand daarna weer even vrolijk door.
Vele emmers water later is het vuur eindelijk uit. Ook al komt dat niet echt door het water, maar meer omdat het bed gewoon is opgebrand en er dus niets meer te branden viel. Nu is er alleen nog maar wat zwart, nat en naar verbrand stinkende troep over. Ik voel me te moe om de troep op te gaan ruimen en loop de trap af en de huiskamer in. Ik laat me op de bank neerploffen en probeer in slaap te vallen.


Ik kan de slaap niet goed vatten. Buiten regent het en door de harde wind waait een groot gedeelte van dat water door de kapotte ruit van de achterdeur naar binnen. Dus ik lig hier op de bank, op de tocht en nat van de regen. Opeens ben ik het helemaal zat. Ik sta op en loop de gang in, waar ik mijn jas van de kapstok haal en aantrek. Daarna doe ik de voordeur open en loop door de regen naar mijn auto, die voor mijn huis staat geparkeerd. Ik grabbel in mijn binnenzak, maar kom er achter dat mijn autosleutels nog binnen liggen. Vlug loop ik weer naar binnen, gris de sleutels van een kastje af en loop weer terug naar de auto. De voordeur staat nu nog open, maar dat kan me niet schelen. Ik probeer te snel de sleutel in het slot te steken en veroorzaak daardoor een aantal krassen op mijn autodeur. Ik dwing mezelf weer rustig te doen en duw daarna de sleutel in het slot.
Ik zit nu zeiknat in mijn auto en probeer me af te vragen wat ik eigenlijk ging doen. Ik kan er niet opkomen en besluit maar een eindje te gaan rijden. Ik start de auto en rij een stuk achteruit, zodat ik makkelijker weg te kan rijden. Ik rijd hier echter mijn eigen groene container mee omver, maar ik besluit hier geen aandacht aan te besteden. Ik geef weer gas en rij de straat uit.


Na een onbekende tijd rijden, bots ik bijna op iemand die net uit een uitrit kwam gezet. Ik weet nog net op tijd te remmen en voordat de bestuurder doorrijd, zie ik hem nog zijn middelvinger naar mij opsteken. Ik blijf met de auto op de weg stilstaan en kijk hoe de bestuurder met zijn auto uit het gezicht verdwijnt. Dan krijg ik opeens een idee. Er is bij die persoon nu blijkbaar niemand thuis! Ik rij de inrit in waar de andere automobilist net uit was gekomen en parkeer mijn auto, waar ik denk dat die ongeveer hoort te staan. Ik stap uit en bekijk het huis. Alles is er donker en het ziet er naar uit, dat de onbekende automobilist hier alleen woont. Ik loop om het huis heen, om te kijken of ik ergens makkelijk naar binnen kan, maar kan niets vinden. Ik besluit het maar op de zelfde manier te proberen, als bij mij vandaag was gebeurt.
Ergens in de achtertuin vind ik een baksteen die half begraven in de aarde ligt. Ik pak hem uit de aarde en veeg hem schoon, daarna loop ik naar de achterdeur en mik op de ruit van de deur. Ik doe mijn hand met de baksteen naar achter en werp de steen daarna tegen de ruit. Er klinkt een harde krak en er zit een grote scheur in de ruit, maar daar heb ik weinig aan. Ik pak de baksteen weer op en gooi hem nog een keer. Deze keer gaat de steen er wel helemaal door heen en ik loop naar de deur toe om hem via het zelf gemaakte gat van binnenuit open te maken. De sleutel van de deur zit gewoon in het slot en ik hoef hem maar één keer om te draaien om het slot te openen. Ik zwaai de deur open en loop de kamer in.
Ik zie dat ik me nu in de huiskamer bevind, maar de huiskamer interesseert me niet. Via de huiskamer loop ik de gang in en de trap op. Wanneer ik boven ben open ik de deur links van me, hier zit de badkamer. Ik doe de deur weer dicht en open daarna de deur aan de rechter kant. Er verschijnt een glimlach op mijn gezicht. Dit is de slaapkamer en in de linker hoek staat een Hästens bed.


Wanneer ik weer wakker word, zie ik dat het daglicht door het raam, naar binnen schijnt en ik neem de kamer waarin ik lig eens goed in mij op. De kamer is vrij leeg het enige wat er in de kamer staat is: een grote kledingkast, een nachtkastje, het bed waarin ik nu in lig en er hangt een lelijk schilderij aan de muur, waarvan ik niet kan zien wat het voor moet stellen. Ik zie dat er naast me, op het nachtkastje, een pakje sigaretten ligt. Eigenlijk ben ik al gestopt met roken, maar aangezien ik in iemands huis heb ingebroken en in diens bed, net wakker ben geworden, maak ik graag een uitzondering. Ik pak een sigaret uit het pakje en steek hem in mijn mond, daarna trek ik de la van het nachtkastje open, om een aansteker te vinden. Die vind ik niet, maar ik vind wel een doosje met lucifers. Ik strijk de lucifer langs het doosje en steek daarna de sigaret aan.
Ik hoest zowat de longen uit mijn lijf, dit is zowat de smerigste sigaret die ik ooit in mijn mond gehad heb. In de hoestbui laat ik de sigaret uit mijn handen vallen en hij komt ergens tussen de dekens terecht. Ik stap snel uit het bed en besluit maar in de badkamer wat water te drinken, om een beetje van de hoest af te komen. In de badkamer staat geen glas waar ik uit kan drinken, dus moet ik met mijn mond onder de kraan hangen. Wanneer ik daar mee klaar ben veeg ik mijn mond af en loop de badkamer uit, de trap af. Ik loop door de huiskamer, naar de keuken en kijk of er wat te eten is. Ik zie een pak cornflakes staan en in de koelkast vind ik een pak melk. Ik zet beide op de keukentafel en ik vind ergens in een keukenkastje een kom, om het in te doen. Ik doe de cornflakes en de melk in de kom, roer het een beetje door elkaar met een lepel, die ik nog even snel uit een la pak en loop al etend terug naar de huiskamer. Ik ga op de sofa zitten en zoek naar een afstandsbediening om de televisie aan te zetten. Ik vind hem nergens en sta zuchtend op om de televisie aan te zetten. Toevallig is Dr. Phil weer op de televisie. Eigenlijk wou ik het nieuws gaan kijken, maar zonder afstandsbediening kan ik niet van zender wisselen en ik heb geen zin om te gaan zoeken. Dus ik ga weer rustig zitten en ga verder met het eten van mijn cornflakes.


Ik heb net mijn kom terug naar de keuken gebracht en ben weer voor de televisie gaan zitten, op het moment dat de eigenaar van het huis thuiskomt en de woonkamer binnen loopt, waar ik televisie zit te kijken. Ik kijk hem een beetje angstig aan, omdat ik geen idee heb hoe hij gaat reageren, maar het lijkt of hij mij niet ziet en hij loopt door naar de keuken. Ik hoor de deur van de koelkast open gaan en daarna weer dicht. De man komt weer terug gelopen, maar nu met een blik bier in zijn hand. Achter mij blijft hij staan, waar hij naar de televisie kijkt en ik voel mezelf nog nerveuzer worden.
Ik heb het gevoel dat ik iets moet zeggen, dus ik zeg; Ehm... hallo.'
‘Hoi' zegt de man terug, waarna hij een slok van zijn biertje neemt en daarna verder gaat met naar de televisie kijken.
‘Ik neem aan dat u, uzelf afvraagt wie ik ben' zeg ik.
‘Nou, nu wel een beetje...' antwoord de man. ‘Hoe komt je hier eigenlijk binnen?' Vraagt hij daarna.
Ik krijg opeens een ongelofelijk gevoel van déjà vu en antwoord; De achterdeur stond open.'
De man kijkt over zijn schouder naar de kapotte deur en ik zie hem even zijn voorhoofd fronsen, maar daarna keert hij zich weer om en concentreert zich weer op de televisie. ‘Ik denk dat ik maar eens ga' zeg ik een beetje onzeker en sta daarna op.
‘Goed' antwoord de man.
‘oké, tot ziens dan' zeg ik en stap door de kapotte achterdeur naar buiten. Ik loop naar de poort en keer mij daarna om, ik kan van hieraf een raar flakkerend licht zien dat door het raam van de slaapkamer schijnt. Ik probeer daar niet naar te kijken en steek mijn hand op naar de man, die naar mij staat te kijken vanuit de woonkamer. Daarna doe ik de poort open, loop de tuin uit en trek de poort rustig achter mij dicht. 
 


Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.