Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
7 september 2008, om 19:20 uur
Bekeken:
783 keer
Aantal reacties:
2
Aantal downloads:
457 [ download ]

Score: 3

(3 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De laatste wandeling"


  We liepen door het dorp waar ik mijn jongste herinneringen in de vorm van spijtig verloren Chinese bonken en onvoorzichtig kapot gevallen knieën heb achtergelaten tussen de klinkerranden van licht opbollende slingerstraatjes. Overwoekerd door onkruid en omhuld door mijn jaarringen van ontwikkeling.
  Een klein dorp, waar de vriendelijke oude kern ruw ombolsterd wordt door fantasieloze prefab.
  De invallende oktoberavond leidde een koele en heldere nacht in. De straten waren leeg en stil, in afwachting van terugkerende inwoners die aan de overkant van het kanaal hun dagelijkse portie fileleed verorberden.
 
  Onze vaste route voerde vanaf de ophaalbrug door de dorpsstraat, bescheiden slagader in ruraal gebied.
  ‘Kijk, dat kan ik nog steeds niet laten!'
Hijgend bukte hij zich en pakte een kastanje op.
  ‘Dat heb jij vroeger nooit veel gedaan hé ...  kastanjes rapen?'
  Ik keek hem aan met een mengeling van vertedering en verbazing. Gekke oude man!
  Mijn oog werd getrokken door een aankondiging van een bekende cabaretier, die de volgende avond in het dorpshuis zou komen. Dat die hier kwam spelen! In de stad waar ik woonde, had ik tevergeefs gebeld voor kaarten. Dit leek wel op een komische mismatch in het landelijke cultuuraanbod, net als wanneer een amateurgezelschap met streektoneel Carré zou platspelen..
  ‘Wat moet van 't Hek in Nigtevecht?'
  ‘Ja, ... zijn neef woont hier .... bij mij in de straat, ... weet je nog?'
  Zijn grappige onlogica voelde alweer als bekend terrein.
  ‘Dus omdat zijn neef hier woont, komt hij hier spelen?'
  Ik pakte de kastanje aan, en luisterde verder naar zijn kleine anekdotes die aan elk huis en straathoek leken te kleven.
  ‘Daar was vroeger een tankstation ... De oude meneer Huberts heeft er nog een tijdje gewerkt .... Goh, dat was nou een aardige man!'
  ‘En die pomp he! Wat karakteristiek, vind je niet?'
  ‘Volgens mij is dit pleintje vernoemd naar een wethouder ... Ja, toen waren we nog zelfstandig!'
 
  Terwijl hij zo voortbabbelde, besefte ik dat er in elke ouder-kind relatie een moment komt dat ze in elkaar beseffen oud te zijn geworden. Op dat moment wordt het kind de ouder.
  ‘Heb je nooit een kind van jezelf willen hebben?', onderbreek ik hem.
  ‘We hadden jou toch!'
  Zijn opmerking voelde pijnlijker dan mijn pleegvader hem bedoeld zal hebben. Zijn vrouw Suzanne en hij namen me als baby op in hun midden, en strooiden hun liefde als vanzelfsprekende bloesem over mijn jongste dagen, maar naarmate ik ouder werd, voelde ik me steeds vaker een gast op doorreis.
 
  We waren om de kerk heen gelopen naar de kleine begraafplaats, waar mensen liggen die ik niet gekend heb, maar die door zijn woorden hun rol op een tijdloos dorpstoneel begonnen in te nemen.
  ‘Ach ... mevrouw Gerbrands ... ik wist niet dat zij ook al ... haar man knipte vroeger bij ons de heg ... voordat jij bij ons kwam ... maar toen was hij ook al ....'
  ‘Je moet me toch nog eens vertellen hoe dat toen allemaal is gegaan, toen ik bij jullie kwam.'
  ‘Ja, ja ... dat zal ik doen!'
  Mijn oog werd getrokken door een grafsteen waar het povere resultaat van de aftreksom van doodsjaar en geboortejaar een tragisch verhaal deed vermoeden.
  ‘Egbert, wie is dat?'
  ‘Ach ... ja ... dat is waar ook ... Cor ... ik heb het enkele jaren geleden wel gehoord ... maar realiseerde me niet dat hij hier ... als stagiair een ongeluk gehad ... op een bouwplaats ... Suzanne paste vroeger vaak op hem en zijn zusje ... dat je dat niet meer weet ... of weet je het nog? ... zijn zus zat toch bij jou in de klas? ... ze woont nu in het houten huis bij mij om de hoek ... waar eerst die verschrikkelijke familie Santekers woonde ... ach ja ... zijn leven moest eigenlijk nog beginnen.'
 
  We zijn daarna zwijgend verder gelopen en namen het dorpsbeeld in kleine hapjes tot ons.
  ‘Besef je wel dat ik daar ook ooit zal liggen?'
Ik knikte stilzwijgend, en wees op een betonnen aanbouw, omdat ik graag over iets anders wilde praten.
  ‘Wat zou daar komen?'
  ‘Ach jongen ... ik weet het niet ... ik moet al zoveel onthouden ... en dat dan ook nog?... het zal wel weer zo'n flatje worden ... daar zijn ze hier goed in.'
  De hapjes verhaalden van kleine dorpsproblemen, van herinneringen aan voorbije dagen, van verbazende bekenden en bekende verbazingen.
  ‘En die man is zo handig met computers ... Hij heeft zo'n weeweeweeapparaat ... Ken je dat?'
  ‘En daar heb jij ooit je handen verbrand ... aan de radiator ... weet je dat nog? ... hoe kon je dat nou doen? ... ach nee ... toen was je vier.'
 
  Ik weet nog dat ik op een gegeven moment dacht, toen hij weer een meter bij me achterbleef en ik mijn tempo daarop terugschroefde ‘Praat hij te druk, of loop ik te snel?'
 
  Later op de avond aten we een hapje in een naburig restaurant. Zoals altijd vertikte hij het om zijn leesbril op te zetten, en wachtte totdat ik mijn menukeuze had gemaakt.
  ‘Wat neem jij? ... ja ... ik geloof dat ik dat ook maar neem!'
  Wat is het toch dat veel oudere mensen, vooral zij die alleen leven, beweegt om in restaurants hetzelfde te willen eten als hun jongere metgezel? Is het het streven naar een vorm van verbondenheid, het dichter bij de ander willen zijn doordat beider monden dezelfde smaken proeven? Of de aloude gewoonte van eten-wat-de-pot-schaft, maar dan kunstmatig vormgegeven door alle mogelijke menukeuzes terug te brengen tot één: hetzelfde als de ander. Of toch simpelweg de ijdelheid van het niet willen gebruiken van de benodigde leesbril?
 
  Op de korte terugweg, lang genoeg voor een paar minuten muziek (dit keer zonder terugspoelen!), luisterden we samen naar het Rosenberg trio. Hij werd er door gegrepen. Stil bezag ik zijdelings zijn emotie, de ontroering van een oudere man zonder gene, maar met de vrijheid van iemand die zijn gevoel heeft leren kennen en het heeft leren uiten. In het donker vermoedde ik een rollende traan.
  ‘Dat dat allemaal kan in één leven ... jongen...deze muziek is als een belofte ... een gebed.'
Ik zette hem af bij zijn huis, en reed in gedachten verzonken terug.
 
De volgende dag was hij dood.


Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

mooi verhaal en fijn taalgebruik

Geplaatst op: 2011-11-13 05:45:19 uur

Zo prachtig Roeri , dit verhaal van jou. Je hebt althans dat vind ik veel schrijftalent. Van dit verhaal heb ik genoten. Oude mensen zijn ook interessant vaak , ook door hun levenservaring. Heerlijk dat die man nog zo heeft kunnen genieten van "Het Rosenberg Trio" .

Een gedeelte van een zin die mij speciaal op viel is: van verbazende bekenden en bekende verbazingen. Schitterend gewoon.

Bedankt voor je mooie verhaal, Lieve groeten van Corry.

Geplaatst op: 2009-01-26 20:07:44 uur