Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Overige
Geplaatst:
3 juni 2008, om 22:23 uur
Bekeken:
872 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
628 [ download ]

Score: 2

(2 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Noodkreet [3 / 3]"


  Ik ben weggepest uit de samenleving en word aangekeken met een dikke nek door de mensen van wie ik dacht dat ze het beste met mij voor hadden. Mijn energie gestoken in, achteraf gezien, doodlopende wegen. Keihard gewerkt voor alles en iedereen en wat krijg ik daar voor terug? Niets!
‘Helemaal niets!' Woede laait op en vervuld mijn lichaam met haat. De ergernis was net gezakt, maar komt weer snel aan de oppervlakte. Ik merk dat deze vlagen van woede en irritatie sneller weer terug komen. De rustposes worden kleiner en de tijdsdruk neemt toe naarmate ik dichter bij het uitvoeren van mijn besluit kom. Ik sla hard met mijn vuist op de salontafel zodat de kitscherige asbak zijn as uitspuugt en een wolk van resten neerdaalt over mijn vod, mijn woorden. Ik pak het van tafel en klop het schoon. De woorden staan willekeurig en een verband wil nog niet tot mij doordringen.
Hoe krijg ik hier in hemelsnaam goede zinnen uit. Ik leg het op een schoon vel papier neer om verdere frustratie te vermijden en zak met mijn afstandsbediening verder de bank in. Zonder te kijken weet ik de knop te vinden die het beeldbuis onder spanning zet, waarna een mooie dame verschijnt met een prijs naast haar hoofd. Niet duur! Helaas is het onderwerp niet de dame, maar een prachtige doos met pennen, waarbij verschillende  inktpatronen geleverd worden. Dit mag ik niet missen, weet ze mij te vertellen.
‘Wat moet ik in hemelsnaam met nog meer pennen?' roep ik verontwaardigd, terwijl ze het doosje nog eens duidelijk aan mij laat zien. Mijn laatste woorden krijgt ze niet meer mee, doordat mijn duim haar beeld heeft verwijderd en op het tv scherm inmiddels een andere dame is geprojecteerd. Ook hier wordt mij het een en ander aangeprijsd waar ik toch niets meer mee ga doen. Verveeld druk ik de tv weer uit en een rustgevend zwart beeld blijft achter. Even blijf ik onderuit gezakt in de bank liggen, genietend van de rust. Mijn gedachten dwalen af naar de buurvrouw en haar dochter. Ze komen voorlopig toch niet bij.


Ik dwing mijzelf overeind te komen van de bank. Eenmaal weer rechtop geeft mijn maag het signaal af dat ik moet gaan eten. De boodschappen!
Even afgeleid van mijn gedachtestroom pak ik de tas uit de gang en slof naar de keuken. Het is tijd voor een verse kop koffie en een broodje. Ik vul het waterreservoir bij en steek het achterin het apparaat terug. Al snel begint het te pruttelen en plaats ik de vandaag gekochte koffiepad op zijn plek en druk de deksel er weer op. De rest van de boodschappen geef ik hun vertrouwde plaats waarna ik het tasje weer achter het keukendeurtje frommel. Voorlopig kan ik weer binnen blijven zitten. De indicator knippert niet meer. Ik plaats mijn kopje op het apparaat en druk op het knopje. Heerlijke dampen stijgen omhoog. Ondertussen heb ik mijn broodje klaar en pak mijn koffie. Misschien dat ik nu meer inspiratie heb om de woorden in zinnen te kunnen plaatsen.

 

Als ik weer zit staar ik naar het lege vel papier waarop ik mijn vod had neergelegd. Maagdelijk wit hoort de emotie uit mijn hart en schreeuwt om inkt. Woorden zijn er wel. Losse woorden die ik al vele malen geuit heb, maar helaas niet zijn opgevangen. Het gaat mij niet zo zeer om losse woorden, maar wel om te verwoorden waar mijn hart om schreeuwt. Ik kan me niet concentreren en neem een hap van het broodje. Mijn smaakpapillen blijven verdoofd op mijn tong liggen en willen niets proeven. Ook de koffie, die het broodje wegspoelt, is niet aan hun besteed. Totaal verdoofd. Zal dat dan de reden zij dat niemand mij heeft gehoord? Ben ik te verdoofd om iets te verwoorden waar mijn hart om schreeuwt? Heeft daarom niemand mijn noodkreet gehoord? Plots weet ik het. Een golf van euforie tekent een vage glimlach op mijn gezicht en ik pak mijn speciaal gekochte pen waarmee ik het eerste inkt op het maagdelijk papier ga zetten. Dit is misschien wel de samenhang die de woorden nodig hebben om tot zinnen te kunnen volgroeien. Langzaam schrijf ik de titel van de zojuist verwoorde noodkreet op. Het moment van euforie duurt maar heel even. Zo snel als het gekomen is, zo snel is het ook weer verdwenen. De stilte in de woonkamer heeft zich weer genesteld in mijn hoofd en wederom is er een blokkade opgeworpen die voorkomt dat mijn woorden zinnen worden op papier. Waarom? 

 

Net als ik wil proberen om de blokkade te doorbreken gaat de telefoon. De beltoon die de kamer vult doet haast pijn aan mijn trommelvliezen. Ik sta op en pak het toestel uit de houder die onder de spiegel op de dressoirkast staat en neem op.
‘Hallo?'
‘Met Evert Tevoren. De bedrijfsarts.'
‘Oh, hallo.'
‘Hoe gaat het?'
‘Het gaat.'
‘Kom je de dagen goed door?'
‘Dat lukt wel.'
‘Als je behoefte hebt aan een luisterend oor dan kun je me altijd bellen.'
‘Dank je wel, maar dat is niet nodig.'
‘Neem in elk geval gerust de tijd die nodig hebt en overhaast niks.'
‘Ik zal niks overhaasten.'
‘Hou je haaks kerel.'
‘Ja dank je.'
De verbinding wordt verbroken en heel even blijf ik doodstil staan en kijk verbijstert in de spiegel naar mijn spiegelbeeld. Heel langzaam dringt het door wie ik aan de lijn had. Waar haalt hij het gore lef vandaan om mij thuis te bellen! Overhaast niks! Nee, natuurlijk niet. Ze willen niet dat ik nog een stap over de drempel zet, want dat kost ze teveel computers! Mijn bloed kookt in een mum van tijd en weer dreig ik ten prooi te vallen aan de spanning in mijn hoofd. Ik ben ook niet van plan terug te gaan naar het bedrijf dat mij tot over het randje heeft gedwongen. Ik zal ze eerder nog een proces aan hun broek geven. Wat denken ze wel? Ik trek de stekker uit de telefoon en zet mij weer neer voor het vel papier waar nog alleen maar een titel opstaat en neem nog een slok van mijn lauwe koffie. Werken, pfff, dacht het niet! Wederom gestoord. Ik wil niet meer gestoord worden. Ik haal diep adem en probeer tot rust te komen zodat de woorden mijn hoofd verlaten en een plaats op het papier kunnen zoeken. Als de stilte komt opzetten geef ik mij over en laat ik me in zijn armen sluiten.


Plots ontwaak ik uit mijn leegte en de stilte wordt verdreven door het gestommel en gekreun bij de buren. Langzaam dringt het tot mij door dat de dochter is bijgekomen.
Nee hè, nooit heb ik rust. Nooit!
Ik doe geen moeite om naar de buren te lopen en haar voor altijd de mond te snoeren. Het moment nadert en daar kan niets meer aan worden veranderd. Het is zover. Ik kan mijzelf voorstellen dat over enkele minuten de ambulances arriveren tezamen met een deel van het politiekorps. Ik word in de boeien geslagen, afgevoerd en ontoerekeningsvatbaar verklaard of iets dergelijks. Er volgt een proces waarin ik geen kans heb met een advocaat die mij bij voorbaat al schuldig acht. Al zal hij dat natuurlijk nooit toegeven. Jaren slijt ik in het gevang en onderga ik waarschijnlijk de nodige praatsessies waaruit moet blijken dat ik een erg verstoorde geest zou hebben. Uit dat rapport zal voortvloeien dat ik niet de volledig verantwoordelijkheid kan dragen voor mijn daden. Een behandeling zal worden gestart om te zorgen dat ik niet in herhaling zal vallen. Dat alles zou kunnen gebeuren, maar ik ambieer toch een andere afloop.


In de verte hoor ik sirenes loeien. Zij zoeken hun weg naar de plaats waar de oproep gedaan is. Viertonige sirenes worden doorkruist door hun drietonige collega's en naderen met rasse schreden. Ik sta op en slof rustig naar de voordeur waar ik de sleutel omdraai en de dievenklauwen op hun plaats draai. Ik wens verder niet gestoord te worden. Ik neem weer plaats op de bank en steek nog een laatste sigaret op. Voor mij op de salontafel staat de doos met daarin in het kistje wat mijn lot bezegeld heeft. Ik ontdoe het kistje van het, met een rode spetter versierde, papier en maak het open. Zo vaak heb ik het de afgelopen dagen bekeken en gevoeld, dat het een deel van mijn ritueel is geworden. Ik pak het voorwerp met beide handen vast en streel het zwart glanzende oppervlak. Het voelt koud aan, maar ik weet dat na een aantal minuten de warmte vanuit mijn handen, het menselijk warm doet aanvoelen.


Geschreeuw op de galerij doorbreekt heel even mijn gedachten en ik wordt langzaam bewust van het tumult dat bij de buren heerst. Gestamp en gevloek klinken door mijn muren terwijl ik weer naar het papier staar. Eindelijk kan ik schrijven wat ik voor ogen had. Eindelijk hebben de woorden hun plaats gevonden in de zinnen die met zoveel zorg in mijn hoofd zijn samengesteld. Het heeft lang geduurd, maar het is de moeite waard. Zoiets schrijf je namelijk maar één keer in je leven. Het is een afscheid. Een afscheid van het verleden waar ik vandaan kom. Een afscheid van het heden waarin ik zoveel heb moeten doorstaan. Mijn toekomst is verdwenen en zal nimmer worden zoals ik het vroeger voor ogen heb gehad. Ik schrijf mijn naam op terwijl een traan op het papier uiteen spat en het warme zoute vocht de inkt van mijn eerste letter lichtjes laat uitlopen. Het tumult verplaatst zich richting de galerij waar het metalige geluid van wielen over het betonnen oppervlak klinkt. Voetstappen verplaatsen zich naar mijn appartement en houden stil bij mijn voordeur.


Ik hoor iemand ‘politie' roepen en hard op de deur bonken. Ik kijk voor mij uit, in het niets. Dit is het dan. Dit is mijn moment. Een vlaag van rust en acceptatie vult mijn lijf en verdrijft de onrust en onzekerheid. Nogmaals klinkt er gebonk op de deur en wordt er geroepen. Als in een soort trance blijf ik doodstil op de bank zitten. Ik wil niet gestoord worden. De enige beweging die ik maak behoren mijn vingers toe, die voorzichtig het zwarte metaal ronddraaien. Het voelt vertrouwd aan. Inmiddels menselijk warm. Ik sluit mijn vingers langzaam zodat ik het kraken van mijn kootjes kan voelen. Tranen stromen over mijn wangen en mijn hart vult zich met snijdende pijnen die het zwaar doen kloppen. Nogmaals kijk ik naar het papier dat voor mij ligt. Met mijn rechterhand mik ik. Een klap. De voordeur kraakt. Even haper ik. Nog een klap. De voordeur zwaait open en zware voetstappen denderen de gang in naar de woonkamer.


Ik zie drie mannen mijn woonkamer in rennen en allen met hun wapen getrokken. Adrenaline kolkt nu door mijn lijf en stellen mijn slagaders op de proef. Een enorme vloedgolf vult mijn hoofd met spanning en spoelt mijn zelfbeheersing weg. ‘Laat mij met rust!' brul ik, zodat enkele van mijn  longblaasjes het begeven. ‘Leg neer!' beveelt de voorste van de gespannen agenten. Zijn ogen staan groot en hij lijkt aangedaan door wat hij bij de buren heeft aangetroffen. Terwijl ik, volgepompt met adrenaline, van de bank op spring en de indringers mijn huis uit wil verdrijven, schreeuwen twee agenten tegelijk dat ik dat niet moet doen. Ik negeer hun. Een schot klinkt. Een doffe dreun knalt mijn lijf in. Een kort moment voel ik de schokgolf bezit nemen van mijn lichaam waarna hij mij met grof geweld uit het heden verdrijft. Mijn bewustzijn is al verdwenen als ik achterover op de grond val en stil blijf liggen. Mijn linkerhand ligt geopend met de palm naar boven, waarin een gebroken vulpen ligt. Inkt, bestemt voor mijn noodkreet, vindt nooit meer zijn weg naar het papier.
 
Talloze onzichtbare handen trekken mij naar een muur van witlicht. Heel even nog weigert mijn ziel het lichaam los te laten. Ik zie mijzelf liggen, tussen de bank en de salontafel. Naast mijn linkerhand manifesteert zich langzaam een inktvlek in de vloerbedekking.
Ik grinnik. Ik zie er een vlinder in.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.