Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Liefde/Romantiek
Geplaatst:
30 mei 2008, om 15:31 uur
Bekeken:
1211 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
758 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Het fortuin der Duitenhorsts (slot)"


   
" Evelien!"
" Ja pa?" snuft Evie, die stillekens op haar kamer nog wat liefdeverdriet zit te hebben.
" Kan ik efkens binnenkomen?"
" Een ogenblikse, papie!" antwoordt Evelien, naar de toilettafel snellend om met een washandje haar betraande gelaat te fatsoeneren.
" Evie!" begint pa Schellekens samenzweerderig, als hij even later schielijk binnen glipt.
" Wat is er, papa?" vraagt Evelien een tikkeltje ongerust omdat d'r vader zo raar doet.
" Ssstt!! Niet te hard!" gebaart deze, ten teken dat hij het volume waarop de conversatie gevoerd wordt zo laag mogelijk wil houden.
" Het gaat over die erfenis van overgrootva Duitenhorst!" fluistert hij.
" Ja?..." fluistert Evelien terug.
" Ik ben er stellig van overtuigd dat die nog altijd in kasteel Duitenhorst verborgen is!" gaat pa Schellekens verder.
" Da's mogelijk..." geeft Evelien toe, alhoewel niet met volle overtuiging.
" We MOETEN dat geld vinden!" stelt Alexander.
" Dat is makkelijker gezegd dan gedaan!" zucht Evelien. " We kunnen toch moeilijk aanbellen en vragen aan de Belvédères of we efkens naar onze erfenis mogen zoeken?"
" Neeje, dat niet! Maar... ik heb een plan!"
" Een plan?..."
" Wel... ik heb van Prosper Verniet, de broccanteur gehoord dat ze een binnenmeisje op het château zoeken!" flapt de schoolmeester eruit.
" En dan?.." vraagt Evelien niet begrijpend wat dit met hun probleem van doen heeft.
" Awel! Als gij U daar nu eens voor opgeeft?" wijst meneer Schellekens naar zijn dochter.
" Ikke?"
" Binnenmeisjes verschonen de bedden!" verduidelijkt de schoolmeester.
" Aha!" begrijpt Evelien. " Ge bedoelt dat ik dan op mijn gemakske kan rondneuzen in de slaapkamers!"
" Precies!!!" gniffelt papa Schellekens.
" Wat vindt moeder hiervan?"
" Euh..." aarzelt haar vader. " ...ik... euh...heb liever dat dit tussen ons blijft!"
" Maar, pa! Hoe legt ge haar dan uit dat ik op het kasteel ga werken?"
" Daar heb ik al iets op gevonden!" lacht papa Schellekens geheimzinnig. " Uw ma wil een andere slaapkamer en Prosper Verniet heeft een ferme okkasie staan, snapt ge!?"
" Niet echt..." bekent Evie.
" Wel!..." verklaart pa Schellekens. " Het zijn goeie, stevige en schone meubelen! Uw ma is er stapelzot van! Alleen... kosten ze meer dan we ons op het moment kunnen veroorloven!"
" Da's spijtig!" voelt Evelien mee.
" Spijtig? Bijlange nie!" glundert pa Schellekens. " Want stel... dat gij juist nú wat kunt bijverdienen?"
 
" Soyez bienvenue! Weest welgekomen!" begroet Hilaire Belvédère, in de deuropening van hun residentie staande, baron & co joviaal als dezen, een weekje later, op visite gaan bij de Belvédères.
" Het genoegen is geheel aan onze kant, mon cher amice!" verzekert meneer de baron, al evenzeer overlopend van minzaamheid, hun gastheer gezwind.
" Hebt U een comfortabele rit gehad?" informeert madam Belvédère bij de barones.
" O! Mijn beste Agatha, verschrikkelijk! Ik houd helemaal niet van die automobielen!" klaagt de barones met een geparfumeerd zakdoekje naar hun vervoermiddel zwaaiend. " Ze stinken en maken bovendien zoveel lawaai dat horen en zien vergaat!"
" Spreek mij er niet van! Ik begrijp perfect wat je bedoelt!" stemt mevrouw Belvédère in terwijl ze haar gaste naar de hal dirigeert waar de major domus klaar staat om jassen en hoeden in ontvangst te nemen.
" Haha! Maurice is ook gekomen, zie ik!" lacht meneer Belvédère. De jonge man, die met lood in zijn schoenen het bordes beklimt, stevig de hand schuddend. " Dat zal Melanie plezier doen!"
" Enchanté, monsieur!" beantwoordt Maurice nogal stroef het hartelijke welkom van zijn toekomstige schoonvader.
" Maar laat ons niet hier in de vestibule blijven staan!" troont de heer Belvédère zijn invités mee naar de salon waar de dochter des huizes bleek en, evenals Maurice, een tikkeltje gespannen de komende gebeurtenissen afwacht.
" Melanie! Mag ik je voorstellen? Maurice van Hemelrijcke tot Planckendale!" neemt haar vader de honneurs waar.
" Mes compliments, mademoiselle!" kust Maurice, zij het met een bezwaard gemoed, galant de hand van zijn echtgenote in spé.
" Waarvoor mijn dank, meneer." beantwoordt Melanie koket met d'r lange donkere wimpers knipperend zijn groet.
" Ach, zegt U alstublieft toch Maurice!" zet Maurice zijn hoffelijkheidsoffensief verder. Want hij is vastbesloten, als hij dan toch geen andere keus heeft, om zich zo snel mogelijk van zijn taak te kwijten.
" Mijn hemel, Melanie!" grapt vader Belvédère in zijn sas met de overduidelijke hofmakerij van Maurice. " Ik geloof vast en zeker dat je deze jonge man het hoofd op hol brengt!"
" Papa!" bloost Melanie.
" Weet je wat?" stelt deze voor. " Strekken jullie jonge mensen maar even je benen in het park en maak op je gemak kennis terwijl wij onze oude botten wat rust gunnen en over de buren roddelen! Nietwaar, amice?"
" Volkomen mee eens, beste vriend!" beaamt de baron vlotjes.
 
" Weer niks!" mompelt Evelien teleurgesteld als ze, met haar oor stevig tegen het houtwerk gedrukt, zachtjes over de ganse lengte en langs alle kanten de zoveelste kleerkastbodem beklopt en moet vaststellen dat ook hier zich geen holte manifesteert.
Een werkje waar ze zich, voor de eerste keer sinds ze in dienst van de familie Belvédère is getreden, kan op toeleggen daar al het hoger geplaatste personeel zonder pardon door de major domus aan de keukenstaf is toegevoegd.
" Enfin! Op naar de volgende! Nog maar twintig kamers te gaan!" troost ze zichzelf.
 
" Laten we er geen doekjes omwinden, monsieur!" opent juffrouw Belvédère de conversatie nadat zij een eindweegs in het park op een rustieke bank beland zijn.
" Heu.. hoe bedoelt U, mademoiselle?" vraagt Maurice verrast door de vreemde wending, die het tot nu toe over koetjes en kalfjes verlopende gesprek, plotsklaps neemt.
" Ik vermoed dat U hier bent om mij ten huwelijk te vragen!"
" Ahum!..." verslikt Maurice zich bij deze onverwachte openhartigheid van zijn gesprekspartner.
" Wel, monsieur! Heb ik gelijk?"
" Heu... hm... hoe moet ik het zeggen!" stamelt Maurice nog steeds een ietsje pietsje van zijn apropos.
" U kunt gewoon met ja antwoorden!" stelt Melanie nuchter voor.
" Ja!..." geeft Maurice zich gewonnen.
" En doet U dit uit vrije wil?" gaat de dochter van Hilaire Belvédère, dezelfde recht door zee aanpak als haar vader hanterend, verder.
" Heu... vergeef me, juffrouw...." hakkelt Maurice beschroomd. " ... als ik U het antwoord op deze vraag schuldig blijf!"
" Nee dus!" concludeert Melanie met opeengeklemde lippen. Zodat Maurice niets anders overblijft dan zijn van pure gêne roodaanlopende hoofd beschaamd te buigen.
" Laat ik U zeggen, meneer... dat ook ik niet uit vrije wil aan deze schertsvertoning deelneem!"
" Hemel!" schrikt Maurice op. " Wordt ook U gedwongen?"
" Niet gedwongen." schuddebolt Melanie. " Laten we eerder zeggen, gedirigeerd! Ziet U, mijn vader heeft alles bereikt wat er in het leven te bereiken is! Behalve dat ene dat hij boven alles begeert!"
" En dat is?...."
" Een adellijke titel!"
" Ach, zo!" begrijpt Maurice.
" En U, monsieur? Wat drijft U om uw medewerking aan dit arrangement te verlenen?"
" Wel..." besluit Maurice open kaart te spelen. "... we kunnen gerust stellen dat financiële belangen een grote rol spelen."
" Foei! U bent dus niet meer dan een gigolo!" roept Melanie ontsteld uit.
" Ik zie het meer als mijn plicht jegens de familie volbrengen, juffrouw..." verdedigt Maurice zich bedeesd.
" Kortom,..." vat Melanie samen. " ...we zijn beiden slachtoffers van de situatie!"
" Helaas..." stemt Maurice, vreemd opgelucht dat hij geen komedie meer hoeft te spelen, in.
" Goed!" poneert Melanie, Maurice ernstig in de ogen kijkend. " Wat gaan we er aan doen?"
 
" Psstt!"
" Eh?.."
" Psssstttt!!!!! Maurice!!!!...."
" Euh?... "
" Hier!!!!...."
" Euh?... Waar?..."
" Deze kant op!!!!..." klinkt het op fluistertoon vanuit de bosjes langs het wegeltje dat Maurice, die zich even uit Melanie's gezelschap heeft losgemaakt, in diep neerslachtig gepeins verzonken, op en neer loopt.
" Ahum.... waar is.... deze kant op?" polst de jongeman wat onzeker rondkijkend, omdat hij het absoluut niet gewoon is door licht lispelende stemmen vanuit het struikgewas aangesproken te worden.
" Hier zo!!!!" ruist een in zijn eentje buikdansende struik met een voor Maurice vreemd bekend timbre.
" Evelien??..." waagt hij, zijn eigen oren ternauwernood gelovend.
" Ja!!!" neemt Evelien zijn twijfel prompt weg.
Waarop Maurice, na even links en rechts het paadje op ongewenste pottekijkers gecontroleerd te hebben, zonder aarzelen de bosjes induikt.
" Liefste!!!" hijgt hij met een van emotie schorre stem.
" Schat!!!" antwoordt Evelien in een zucht.
Waarna er een wijle stilte heerst omdat beiden druk bezig zijn met wat geliefden zoal doen als ze elkaar een weekje hebben ontbeerd.
" Oh! Evie!!! Wat heb ik je gemist!!!" puft Maurice wat buiten adem als Cupido's laatste pijl verschoten is.
" Ik ook, schattebout!!" verzekert Evie hem, met moeite de waterlanders bedwingend die als vanzelf komen opzetten.
" Maar... wat doe jij hier eigenlijk?" vraagt Maurice zich, niet onredelijk, af.
" Ik ben het binnenmeisje!"
" Het binnenmeisje?" echoot Maurice ongelovig.
" Ik zoek de erfenis van overgrootva Ezechiël!" verklaart Evelien.
" De erfenis van je overgrootva? Waarom?"
" Omdat, mijn kleine lieve idioot,..."  zoent Evie liefdevol het puntje van haar vrijers neus. " ...dat geld van mij een minstens even begeerlijke bruid maakt als Melanie Belvédère!"
" Tja, daar zit iets in!" denkt Maurice mee.
" Het enige wat we nog moeten doen is de buit binnenhalen!"
" Hoezo?"
" Ik weet waar het verborgen is!" straalt Evelien, van puur kontentement op en neer springend.
" Wat???" roept Maurice opgetogen uit.
" Bij de derde armoire had ik al prijs!" juicht Evie. " Helaas!..." vervolgt ze als bij toverslag mistroostig. " ...ben ik maar een zwakke hulpeloze vrouw en niet sterk genoeg om die verdomde dubbele bodem open te breken! Overgrootva heeft hem voorzeker vastgelijmd!"
 
" Eh bien, mon cher amice!" begint meneer de baron als zij, na de thee in de salon, met hun tweetjes genieten van een ferme sigaar in de tuinen van het landgoed. " Denkt gij dat er een mariage in de lucht hangt?"
" Naturellement!" bevestigt Hilaire Belvédère breed met zijn stinkstok door het zwerk gebarend. " Melanie weet wat goed voor haar is!"
" Erg intelligent!" beaamt de baron. " .... en bovendien een zéér aantrekkelijke jongedame! Mijn complimenten!"
" Vous avez bien raison! U hebt gelijk, mijn beste baron! Melanie is een rasechte Belvédère!"
" Hm... het leek wel te klikken tussen die twee, nietwaar?"
" O!.. peu importance! Van meer belang is dat wij het eens raken!" lacht de heer Belvédère veelbetekenend.
Waarna beide machiavelli's, zonder nog woorden aan deze kwestie te verspillen, in rooskleurige toekomstdromen verzonken,  hun havana kalmkes verder oproken.
 
" Evelien!" steekt Maurice van wal na een langdurige pauze in de conversatie.
" Ja schat?"
" Ik heb daarjuist met Melanie gesproken over dat veronderstelde aanstaande huwelijk tussen haar en mij."
" ..... ....." zwijgt Evie, want dit onderwerp is haar te pijnlijk.
" Zij wordt ook gedwongen!" flapt Maurice er uit.
" .... ...." vecht Evelien uit alle macht tegen de snel opkomende tranen.
" We gaan proberen er samen iets aan te doen!"
" .... slik .... Wat kunt gijlie daar in hemelsnaam aan doen?" vraagt Evelien met van wanhoop verstikte stem.
" Heu... dat weten we nog niet!" geeft Maurice schoorvoetend toe.
" Ziet ge?" legt Evie de vinger feilloos op de wonde plek in zijn betoog.
" We kunnen alvast de verloving zo lang mogelijk uitstellen!" meent Maurice.
" Ge kunt ook proberen om samen met mij de dubbele bodem van die kleerkast open te breken!" stelt Evelien, plots terug op en top de vranke avonturierster.
" Verdorie! G' hebt gelijk!" hijgt Maurice, aangestoken door haar enthousiasme. " Waar staat die armoire?"
" Tweede verdieping! Derde deur in de gang links!" instrueert Evelien Maurice, als een generaal die zich bij de aanvang van een belangrijke veldslag tot zijn officieren richt, kort en krachtig.
" Goed!" knikt Maurice. " Tot seffens!..."
" Tot seffens, liefste!..."
 
" Awel Alexander! Hebt ge al nagedacht over die slaapkamer?" vraagt Prosper onderwijl hij en de schoolmeester aan het tafeltje voor de ‘Barmhartige Samaritaan' genieten van een pot huisgebrouwen gelijknamig gerstenat.
" Gedacht al wel, Pros!" antwoordt pa Schellekens. " Méér dan ééns zelfs! En als het aan ons Elza lag, stond heel die santeboetiek nu al bij ons in huis!"
" Wat houdt er U dan tegen?" verwondert Pros zich.
Waarop Alexander duim en wijsvinger veelbetekenend tegen elkaar wrijft met de woorden:
" Het slijk der aarde, goeie vriend! Ik heb er voor het moment niet genoeg van!"
" Da's spijtig! Zo'n stevig eiken ameublement! Zijne prijs meer dan waard!"
" Ge moet het mij niet zeggen, Pros!" stemt de schoolmeester in.
" Maar..." gaat hij voort. " ... als ge het nog een week of twee opzij kunt houden?"
" Ge bedoelt dat ik de meubels zolang niet aan een ander wegdoe?"
" Precies!" lacht Alexander breed.
" Ziet ge, ons Evelien heeft die post van binnenmeisje bij de Belvédères aangenomen!"
" En dan?"
" Wel, als we wat ze daaraan overhoudt bij mijn spaarcenten leggen...."
" Ja?..."
" ... en gij dan uw tarief nog wat laat zakken...."
" Maar alléé, Alexander!!!!" protesteert Pros die nattigheid voelt.
" ...dan kunnen we die slaapkamer alsnog aanschaffen!" vervolgt pa Schellekens zijn vriend naar de ogen kijkend.
Prosper krijgt het er gelijk warm van!
" Weet ge wat?" stelt hij voor om toch maar van dat ambetant gestaar af te zijn.
" Ik heb nog een antieke klerenkist! Die krijgt ge er van mij gratis en voor niks bij!"
" Pff... wat kan ik met zo'n spul doen?" schokschoudert Alexander, niet in het minst geïnteresseerd.
" Ze komt nog van kasteel Duitenhorst!" licht Pros toe, want hij kent het zwak van Alexander, voor alles wat ooit aan de familie van zijn vrouw heeft toebehoord, maar al te goed. " Met wapenschild en alles!"
 
" Hier!..." fluistert Evelien, vantussen de op een kier staande slaapkamerdeur, tegen Maurice die wat twijfelachtig en niet helemaal op zijn gemak door de gang op de tweede verdieping sluipt.
" Die kast daar!...." wijst Evie, tien seconden later.
" Amai, wat een groot geval!" grapt Maurice nerveus. " Daar zou een olifant nog in verdwalen!"
" .... En hier is een beitel!" gaat Evelien voort, het instrument in Maurice's pollen en Maurice zelf zonder pardon in de kast duwend.
" Dat paneel daar!"
Waarna Maurice, het stuk gereedschap onwennig manoeuvrerend, de hem toebedeelde taak aanvat.
Een tijdje heerst er, op wat gekraak en een paar gedempte vloeken na, een gespannen stilte in de slaapkamer.
" Gaat het?" kan Evelien zich niet meer houden.
" Ik... geloof.... " zweet Maurice. " ...KRAK!!!!.....Voila!!!" lacht hij, het weerbarstige stuk hout triomfantelijk omhoog stekend.
" Hoera!" gniffelt Evelien, zachtjes in haar handen klappend om haar koene ridder te feliciteren met dit exploot.
" Rap! Doe het goud hier maar in!" vervolgt ze, een grote boodschappentas die zij speciaal voor dit doel mee naar boven gesmokkeld heeft openhoudend.
" Awel?" spoort Evelien ongeduldig haar liefste aan terwijl deze in het ontstane gat tast.
" Niks!" antwoordt Maurice verward.
" Hoe niks!"
" Awel,.... zoals ik zeg..." gaat Maurice ontzet voort.
" Bedoelt ge....."
" Ja...." bevestigt Maurice met een wanhopig gebaar. "... helemaal leeg!"
" Dat kan niet!" weigert Evie de harde naakte waarheid onder ogen te zien. " Laat mij eens!" duikt ze zelf in de kast. Om na een halve minuut ongelovig graaien in de onthutsende leegte, een illusie armer en een ervaring rijker, verslagen naast Maurice op haar achterste te zinken.
 
 " Waar is jongeheer Maurice?" informeert mama Belvédère, als zij haar dochter helemaal alleen de salon ziet binnenzeilen.
" O!!!.... die geniet nog van het park!" glimlacht Melanie, om voort te gaan met de mededeling: " Ik ga even mijn neus poederen, mammie!" waarmee men in die tijd op beschaafde wijze de noodzaak aangaf het toilet met een bezoekje te vereren.
" Uw dochter lijkt me gelukkig!" stelt de barones tevreden vast.
" Ach...jong en waarschijnlijk al tot over haar oren verliefd op uw charmante zoon!" mijmert mama Belvédère nostalgisch, waarna zij hun gezellige roddel over mademoiselle Bienvolé en graaf Piëmont verderzetten.
 
" Stil!" sist Evelien gealarmeerd wanneer zij voetstappen op de gang waarneemt.
" Vlug!" duwt ze Maurice de kast in. Nog net op tijd om de deur te sluiten alvorens Melanie binnenkomt.
" Mademoiselle!" nijgt Evelien met rood hoofd, zo goed en zo kwaad als het gaat haar wild kloppend hart in bewang houdend.
" Eh?... wat doe jij hier in mijn kamer?" verbaast Melanie zich.
" Ik zocht Thomas, juffrouw!" improviseert Evelien zomaar uit de losse hand.
" Thomas?..." wenkbrauwt Melanie.
" De kater..." verduidelijkt Evelien. " Hij is kwijt!"
" En waarom zoek je hem dan in mijn appartement?"
" Omdat hij de gewoonte heeft achter mijn rug binnen te glippen wanneer ik de bedden opmaak, mademoiselle!"
" Hm... ach zo!" kijkt Melanie eens vluchtig rond. " Hier is hij blijkbaar niet!" stelt ze vast.
" Neen, juffrouw..."
" Ga dus nu maar elders zoeken, kind!" beduidt Melanie, Evelien hautain naar de deur wuivend.
" Ja juffrouw..." druipt Evie, Maurice noodgedwongen in de kast aan zijn lot overlatend, af.
 
" Aha Hilaire! Daar ben je!" glimlacht Agatha Belvédère verheugd als ze haar echtgenoot, die in het gezelschap van de baron op zijn gemak de salon binnenstruint, in de peiling krijgt.
" De major domus heeft zojuist aangekondigd dat het souper opgediend kan worden."
" Mooi! Mooi!..." wrijft Hilaire Belvédère in zijn handen. " Dan gaan wij direct aan tafel!"
" Jongeheer Maurice zwerft nog in het park, liefste!" legt mama Belvédère uit.
" Ach zo?.. ik laat wel iemand van het personeel naar hem zoeken!"
" En Melanie is haar neus gaan poederen!"
" Geen probleem, ik loop wel eventjes langs haar kamer alvorens ik mijn handen ga wassen!" wat dan weer de mannelijke variant is om op een wellevende manier uitdrukking te geven aan de behoefte een al of niet grote boodschap te doen.
 
Een tijd lang overheerst bij Maurice de angst om ontdekt te worden alle andere gewaarwordingen. Doch, allengs eisen zijn stilaan verkrampende spieren de aandacht op die zij onder deze ongewone omstandigheden terecht verdienen. Het begint met zijn linkervoet die protesteert omdat hij zo gewrongen zit. Daarna zijn rechterknie die het niet eens is met de haar toegediende behandeling, gevolgd door zijn nekspieren die het vertikken nog langer onder dergelijke onmenselijke spanning te staan.
Langzaam en uiterst voorzichtig om maar geen geluid te maken probeert Maurice een andere houding aan te nemen. Waarbij hij gedwongen is zijn eerdere mening, dat een olifant in deze kleerkast makkelijk zou kunnen verdwalen, grondig te herzien. Het lijkt hem nu alsof de wanden, elke keer dat hij de ogen sluit om één of andere pijnscheut manmoedig te verbijten, een stukje dichter op hem afkomen met het uiteindelijke doel hem te verpletteren. Bovendien begint hij het aardig benauwd te krijgen in de bedompte sfeer en kriebelt het overvloedig aanwezige stof, in beroering gebracht door zijn gewriemel, hemeltergend zijn reukorgaan.
Het is dan ook niet te verwonderen dat een paar minuten later Melanie, die zich juist in de badkamer ophoudt, wordt opgeschrikt door een oorverdovend: " Aaa... aa...tjSIEee!!!!!"
Na even de tijd genomen te hebben om haar emoties de baas te worden en de nodige moed te verzamelen slaagt zij er in om met een redelijk vaste stem: " Wie is daar?" te roepen. Om na vergeefs op antwoord gewacht te hebben, gewapend met de wc-borstel voor de kleerkast post te vatten waar de niesbui nog in volle gang is.
" Kom er uit!" beveelt Melanie, druipend van adrenaline de arme kast een zulkdanige trap verkopend dat de deuren van de weeromstuit openzwaaien.
 " Ha... Aaa...tsjiEEe!!!... llo!!!" snuft Maurice wat gedempt vanwege de zakdoek waarmee hij probeert de schade aan de omgeving te beperken.
" Monsieur Maurice!!!" roept Melanie opgelucht maar toch ten zeerste verrast.
" Wat doet U in mijn kleerkast?"
" Heu... niezen?..."
 
" Hédaar, kindje!" houdt de heer des huizes Evelien, die hem op weg naar de bediendenvertrekken passeert, aan.
" Ja meneer?"
" Ken jij jongeheer Maurice?"
" Heu?...."
" De jongeheer die hier met de baron en de barones op bezoek is?" verduidelijkt meneer Belvédère.
" Jawel meneer..." stamelt Evie.
" Wil jij dan zo vriendelijk zijn om hem in het park te gaan zoeken?"
" Natuurlijk meneer!"
" Zeg maar dat we zometeen aan tafel te gaan."
" Goed meneer!" huppelt Evelien opgelucht de trap verder af.
Nagestaard door Hilaire Belvédère die, met een kennersblik haar bekoorlijke figuurtje in zich opneemt.
 
" Ik...eh... ik..." stottert Maurice in een vergeefse poging om een plausibele uitleg te verzinnen.
" Wacht eens!" bedenkt Melanie die heel goed in staat is om één en één bij elkaar op te tellen. " Wat deed jij hier samen met die dienstmeid?"
" Ik..eh...ik..." hakkelt Maurice lustig verder.
" ....en dan nog wel in mijn kamer!" insinueert Melanie nijdig.
" Het is... heu...het is niet wat je denkt, Melanie!" weet Maurice eindelijk uit te brengen.
" Neen?..." snibt deze.
" Heu..." besluit Maurice voor de tweede keer in minder dan een uur zijn kaarten gedeeltelijk voor deze doortastende dame op tafel te leggen. " Evelien..."
" Wie is Evelien?" informeert Melanie kribbig.
" Dat meisje dat zoëven hier in de kamer was?!!!" verduidelijkt Maurice.
" Heet ze Evelien, die lellebel?"
" Het is GEEN lellebel!" speelt Maurice waardig op.
" O, nee? Hoe noem je dan iemand die zich zonder chaperonne alleen met een heer in een slaapkamer ophoudt?" valt Melanie giftig uit.
" Melanie?!"
" Heu?..."
" Melanie?!" valt haar vader de kamer binnen. " Je moeder vraagt..... HO!!!!" stokt pa Belvédère als hij Maurice gewaar wordt.
" Heu... ik.. eh.. stoor toch niet?" gaat hij verder, starend naar de, door zijn verblijf in de kast, wat verfomfaaide Maurice.
" Een beetje wel, papa!" verklaart Melanie, die zelf, alhoewel erg schattig,  ook niet op haar deftigst is in een hemelsblauwe kamerjapon.
" Goed,.. eh... zoals ik al zei meisje, het eten wordt aanstonds opgediend..." mompelt papa Belvédère, zich schielijk op de gang terugtrekkend.
 
" Monsieur baron,...." begint de heer Belvédère, zijn invité wat apart nemend.
" Oui, mon cher?" lacht de baron welwillend.
" Het is in de sacoche!" gniffelt meneer Belvédère, duidelijk in zijn sas.
" Wat is in de.. heu.. sacoche?"
" Wel... dat huwelijk tussen jouw zoon en mijn dochter!"
" Ja?"
" Ik heb die twee..." gaat Hilaire Belvédère, zijn stem vertrouwelijk dempend, verder. " ...betrapt op Melanie's slaapkamer!"
" Mon dieu!"
" Jaja! Die jeugd van tegenwoordig laat er geen gras over groeien!" lacht meneer Belvédère zijn tanden bloot.
 
" Ziet ge," legt Maurice aan Melanie uit nadat haar vader de plaat gepoetst heeft.
"Evelien en ik hebben al meer dan een jaar verkering!"
" Zo...?"
" In't geheim!" licht Maurice toe. " Vader is er faliekant tegen dat ik beneden mijn stand huw!"
" Hm.. dat zal dan wel een compliment aan mijn adres zijn..."
" In zekere zin..." beaamt Maurice.
" En daarom flikflooiden jullie maar wat in mijn kamer?"
" Helemaal niet!" protesteert Maurice in zijn eer aangetast door deze boude insinuatie. "... we kwamen elkaar tegen op de gang! Geloof me! Ik was even verbaasd Evelien te zien als jij toen je mij in je armoire aantrof!" gaat Maurice verder met een kleine witte leugen om bestwil.
" Dus?..."
" Heu... we wilden natuurlijk niet samen gezien worden... daarom zijn we maar de eerste de beste kamer binnengedoken."
" Om haar om uitleg te vragen?" stelt Melanie voor.
" Heu... ja, maar zover ben ik niet geraakt! Toen jij ineens op de proppen kwam ben ik die kast ingedoken!"
" Bon!" beslist Melanie. " Maar nu papa ons hier betrapt heeft, zal er niet veel meer opzitten dan onze verloving spoedig aan te kondigen!"
" ..... Verdomme!!!!" laat zij er, haar gevoelens even de vrije loop latend, knarsetandend op volgen.
 
" Aghaat....."
" Ja schat?...." reageert madam Belvédère met een haast onmerkbare zucht. Want zoals alle al wat langer in de echt verbonden vrouwen, kan zij wel raden waar deze conversatie toe zal leiden.
"... ik... eh... voel me... als.. alsof ik bergen zou kunnen verzetten!"
" Ja schat?..."
" Het bloed stroomt me wild door de aderen! Mijn pezen spannen zich als koorden!"
" Hm... " merkt Aghata, die een vluchtige blik via de spiegel naar haar halve trouwboek in zijn slaaphemd werpt. " ... zo te zien, vooral onder de gordel!"
" Heu... daar ook ja!" geeft Hilaire Belvédère wat schoorvoetend toe.
" Wel..." besluit madam het onvermijdelijke niet langer uit te stellen. " .... laten we dan maar eens kijken wat we daar aan kunnen doen!"
Vervolgens haar nog steeds erg aantrekkelijke rondingen, met één enkele sierlijke beweging die vele jaren ervaring verraad, uit haar negligé bevrijdend.
Een geste die voor de heer Belvédère aanleiding is om zijn, evenals haar voorgangster in het aards paradijs, nu volledig in haar blootje rondparaderende echtgenote ontstuimig in zijn armen te sluiten en na nog wat geknuffel langs beide kanten om de vereiste ambiance op te roepen, bekwaam, zij het niet zonder heel wat gekreun en gesteun, van zijn verstijving verlost te worden.
 
" We kunnen het niet meer uitstellen, Melanie!" geeft Maurice triest te kennen wanneer zij in de maneschijn, terwijl de rest van het gezelschap zich reeds ter ruste heeft begeven, nog even op het terras voor het huis de stand van zaken overlopen.
" Neen, ik vrees er ook voor!"
" Vader dringt aan op een officiële verloving!"
" De mijne ook!"
" Morgen dan maar?"
" Als het niet anders kan...." zucht Maurice verslagen.
" Maar we houden het zuiver platonisch!" waarschuwt Melanie.
" Uiteraard!"
 
" Wauw!!!!" hijgt Hilaire naar zijn kant van het bed rollend. " Wat kan dat toch plezant zijn!"
" Ja..." steunt Aghata lichtjes buiten adem, zich wat koelte toewuivend met een zakdoek.
"... 't is dat een mens er altijd tegenop ziet om er aan te beginnen, hé!"
" ... en het is eigenlijk zo gepiept!" lacht meneer Belvédère.
" ....helaas wel, ja ...." mijmert Aghata loom op haar zij rollend, de ogen nog maar ternauwernood geopend.
" Schat!..."
" Hmm..."
" Ik.. eh.. heb best zin in nog een rondje..." oppert meneer Belvédère.
" Snurk....!"
Zodat de heer Belvédère niets anders overblijft dan gelaten de schouders op te halen en met een gemompeld: " Ach... tja.. dan ga ik maar even wat te drinken halen..." uit de echtelijke sponde in zijn sleffers stapt.
 
" Arme Evelien!" pruttelt Maurice als hij aan zijn meisje denkt terwijl hij Melanie binnenskamers begeleidt omdat de muggen hen al te lastig worden.
" 't Is wel sneu!" valt Melanie hem bij.
" Ze zal er het hart van in zijn!"
" Misschien...." begint Melanie, meer tegen zichzelf dan tegen haar begeleider.
" Ja?" informeert Maurice.
" Kan ik haar geruststellen!"
" Nu meteen?"
" Natuurlijk! Ze is stellig op haar kamer en wat ik te vertellen heb is absoluut niet geschikt voor andere oren!"
" Vanzelfsprekend!" begrijpt Maurice.
" Zal ik met je meegaan?" stelt hij voor, want hij mist zijn liefste vreselijk.
" Nee, jongen! Dit is iets tussen meisjes!" wimpelt Melanie zijn voorstel kordaat af, richting bediendenkwartier stevenend.
 
Meneer Belvédère struint, nog lichtjes opgewonden van het voorbije kwartiertje rollebollen, op zijn gemak door het huis wanneer hij tot zijn verbazing, op dit vergevorderde uur, een streep licht vanonder één van de deuren der bediendenvertrekken opmerkt.
En aangezien nieuwsgierigheid zelfs bij de meest verheven personen voorkomt, kijkt de heer Belvédère even om zich heen, buigt wat ongemakkelijk door zijn benen en brengt één oog voor het sleutelgat in positie.
Zijn blik valt haast onmiddellijk op dat kleine leuke ding, van daarstraks op de trap, in evakostuum aan de wastafel bezig het eerlijk verdiende zweet van de voorbije dag af te sponsen.
Alhoewel het absoluut niet goed te praten is dat de heer Belvédère vervolgens zonder aan te kloppen Evie's kamer binnendringt, is het onder deze omstandigheden wel te begrijpen dat hij een greep naar al dat lekkers doet en.... tot zijn verbazing niets dan lucht in zijn armen sluit omdat Evelien, met bewonderenswaardige tegenwoordigheid van geest, verschrikt een stap achteruit doet.
Haar belager echter, stilaan door het dolle heen, overbrugt de luttele meter met grijpgrage handen. Krijgt prompt de met zeep doortrokken spons in zijn gelaat geduwd en wordt genoodzaakt het prikkelende zeepsop uit zijn tranende ogen te wrijven.
Een situatie waarvan Evelien dankbaar gebruik maakt om met alle kracht die zij heeft de lampetkan, die aan haar voeten onder het bed staat, op het hoofd van haar agressor te meppen zodat deze door de knieën gaat.
Aanzienlijk gehandicapt, omdat de pispot hem het zicht belemmerd, krijgt de heer Belvédère, in het blinde weg graaiend, tegen alle verwachting in plotsklaps toch nog een enkel te pakken.
" Haha!!! Nu heb ik je kleine feeks!!!" gromt hij triomfantelijk, met zijn vrije hand de po van zijn hoofd rukkend.
 
" VADER!!!!"
" Heu.. w..wa..wat...?" doddelt papa Belvédère alsof hij zich gebrand heeft, met schuldig gevoelen het onderbeen van zijn dochter terstond loslatend.
" WAT HEEFT DIT TE BETEKENEN????"
" Ik... euh..." wijst papa verontschuldigend van zichzelf naar Evie, die nu in de verst mogelijke hoek bij hem vandaan probeert haar schaamte te bedekken.
" Laat maar! Ik wil het niet eens meer weten!" gaat Melanie vuurspuwend verder.
" Jij, meisje!" wendt ze zich naar de sidderende Evelien. " Trek alsjeblieft gauw iets aan!" en zich tot haar vader wendend met een weinig goeds voorspellende berekenend ijzige kalmte:
" Kan ik jou even onder vier ogen spreken?"
" Natuurlijk! Natuurlijk kind!" volgt papa,zich beijverend om op dit heikele moment aan het minste verlangen van zijn kroost toe te geven, zijn dochter naar haar appartementen.
 
" O... Maurice!" hakkelt Evelien, tranen met tuiten schreiend, terwijl ze zich tegen de borstkas van haar reeds in bed toevende verloofde werpt.
" Stil maar, liefste! Stil maar!" troost Maurice, in de waan dat Evie het slechte nieuws van Melanie gehoord heeft.
" Ik..." sniksnottert Evie. " ....blijf hier geen ogenblik langer!"
" Maar schattebout! Het is midden in de nacht!" wijst Maurice haar. " Zo erg is het toch niet?"
" Ik... ik... KAN... hier niet blijven!..." snift Evie. " ...met die vreselijke meneer Hilaire in de buurt!"
" Wat heeft de oude Belvédère hier mee te maken?" vraagt Maurice, die aan de uitleg van zijn verloofde geen touw kan vastknopen.
" Hij... hij.." stottert Evelien, geen woorden vindend om de voorbije vreselijke ogenblikken te beschrijven.
Verdere uitleg wordt haar gelukkig bespaard omdat Melanie, helemaal een dochter van haar vader, zonder aankloppen komt binnenvallen.
 
" Hoera!!!" juicht zij. Een houding die zelfs de snuffende Evelien even uit haar doen brengt.
" Het is gelukt!!!" danst Melanie als een jong veulen tussen de meubels door.
" Wat is gelukt?" echoën Evie en Maurice in koor.
" Het huwelijk is van de baan!!!" tiereliert Melanie zwaaiend met een vel papier. " Hier staat het! Zwart op wit!" wijst ze aan de beide geliefden die nog steeds verstrengeld op het bed liggen.
" Is het echt?" wil Evelien weten.
" Wis en waarachtig!" beaamt Melanie.
" Dan komt alles op zijn pootjes!" jubelt nu ook Evelien en samen met Melanie plaatst zij, met die verbazingwekkende veerkracht eigen aan de jeugd, een vrolijke rondedans.
 
" Evelien!" roept papa Schellekens verbaasd uit als hij totaal onverwacht zijn oudste spruit aan de voordeur ziet opduiken.
" Ha die papa!" glimlacht Evie, haar koffer almeteens in zijn pollen duwend.
" Zijt gij al terug?"
" Binnenmeisje zijn ligt mij niet!"
" Oei!..." schrikt Alexander. " ..en ons plannetje dan?"
" Dat is niks geworden..." bevestigt Evelien schouderophalend.
" Dan zal van die slaapkamer voor ons ma ook niet veel in huis komen." schuddebolt haar vader. " Ge kunt in amper één week tijd onmogelijk genoeg verdiend hebben!"
" Neeje?" glundert Evelien trots een paar grote bankbriefjes onder haar vaders neus duwend.
" Amai! Waar hebt ge die vandaan?"
" Gekregen van Melanie! De dochter van de Belvédères!"
" Da's genereus!"
" Zwijggeld!..." verklaart Evelien met een vinger voor haar lippen.
" Zwijg.... watte?"
" Om een geheimpje tussen haar en mij te bewaren!" en wat vader Schellekens ook probeert, meer kan hij uit zijn, plotsklaps zeer volwassen ogende, dochter niet krijgen.
 
Een paar dagen later, als met veel gezwoeg en gezweet het ameublement door Alexander en co naar de slaapkamer gesleurd is.
" Alléé, duwen!!!"
" Maar dat doen we toch!"
" Harder!!!"
" Pff!!... het gaat nie! Da' spul is véél te zwaar!!!" zucht Elza Schellekens.
" We hadden die kist met Prosper terug mee moeten geven!" klaagt Evelien.
" Nog twee trappekens!" moedigt Alexander vrouw en dochter aan die staan te duwen.
" Hei ho! Nog ene!" lacht hij triomfantelijk.
" Pfff!... ik zal blij zijn als die stomme kist eindelijk op zolder staat!" zucht Elza tegen Evelien.
" Komaan mannen!" hijgt Alexander die bovenaan de de trap met alle geweld aan het handvat staat te sleuren.
" Auw!" laat Evelien onverwacht los.
" Hela!" wankelt Alexander.
" Een splinter in mijn hand!" blèert Evie.
" Och arme!" schrikt mama Schellekens.
" Niet loslaten!!" roept pa nog. Maar het is te laat. Tergend langzaam scheurt het handvat uit de kist los.
" ONDERUIT!!!!...."
 
" Alles goed?" roept Alexander met een bang stemmetje naar de stofwolk onderaan de trap.
" Ja pa!" keelt Evelien terug. " Het kan niet beter!"
" Hoezo? Het kan niet beter?" foetert pa Schellekens nog helemaal over zijn toeren.
" Komt maar eens zien!" lacht Evelien.
" Alléé vent!" valt Elza haar dochter bij. " Waar blijft ge?"
En als Alexander eindelijk de trap afdaalt vindt hij zijn vrouw en dochter tot aan hun enkels in de gouden Louis.
" Het was niet ‘kleerkast' dat in het testament stond, pa!" gniffelt Evelien.
" Maar.... ‘KLEERKIST'!!!!"


Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.