Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Liefde/Romantiek
Geplaatst:
30 mei 2008, om 15:28 uur
Bekeken:
2026 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
170 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Het fortuin der Duitenhorsts"


 Het fortuin der Duitenhorsts.
 
" Amai!!!... Da' weegt nogal naar onder!"
" Ja, pfff..... echte ouden eik hé! Da' wordt zwaarder met de jaren!"
" Dan is dees... toch al heel erg oud, zulle!"
" Zet het... hier... maar neer!"
" Oef!!!... Blij da'k er vanaf ben!"
" Ik ook!"
" De laatste loodjes wegen het zwaarst!" lacht Prosper Verniet, de broccanterieman van het dorp, zijn bezwete voorhoofd deppend met een rode bollekenszakdoek.
" Alhoewel! Die kleerkast was ook ferm afzien..." bekent Jan de koetsier, zijn hevig geteisterde ruggegraat voorzichtig strekkend. " En dat bed! Daar alleen was heel mijn verhuiskar vol mee!"
" Ja, uw Bles heeft het moeten kunnen, vandaag! Drie keer op en neer! Het arme beest zal blij zijn als het zijn stal ziet."
" Och, pff.... die is wel meer gewoon!" schokschoudert Jan. " En het is nog niet gedaan voor haar! Ik moet straks nog de wagen van jongeheer Maurice gaan ophalen bij het kapelleken op de kruisweg met Bellegem!"
" Zijnen automobiel?"
" Precies! Hij stond gisteravond weeral in ‘panne' zoals hij dat noemt... maar volgens mij heeft dat machien dezelfde kuren als uwen ezel!"
" Amai, dan is ‘m nog niet aan de nieuw patatten!" grinnikt Pros aan de streken van zijn Fernand denkend.
" Hoeveel is mijn schuld?" vervolgt hij, naar zijn portemonnaie tastend.
" Drie keer 5 frank....." telt Jan, die altijd al beter met paardebeesten kon omgaan dan met cijfers, twijfelachtig op zijn vingers " ...en dan het afladen... aléé... zo ongeveer... heu..."
" Laten we het afmaken op een stuk van twintig en er ene gaan pakken bij Jozef Bulleman terwijl ons zweet opdroogt!" stelt de Prosper voor.
" Da's afgesproken....." lacht Jan, blij dat hij van dat lastige rekenen af is. " ... want dorst... heb ik altijd!"
 
" Sacrédieu!!! Ce n'est pas vrai!"
" Wat is er, ma chère?"
" Alors, de ‘Pennsylvania Mining' is ingestort!"
" Is dat erg?"
" Zeg dat wel!"
" Dan hoop ik maar dat er geen slachtoffers zijn...."
" Slachtoffers? Slachtoffers? Maar mens! Honderden! Qu'est ce que je dit? Wat zeg ik? Misschien wel duizenden!" roept meneer de baron met een bruusk gebaar de krant geïrriteerd van zich afwerpend.
" Hemel! Duizenden? Des milliers??" schrikt mevrouw de barones vol afgrijzen haar borduurwerkje opzij leggend.
" Inderdaad! Duizenden en weet je wat nog het ergste is?" gromt de baron van tussen zijn tanden.
" Euh... neen?"
" Dat wij er ook bij zijn!"
" Wij? Pardonnez-moi, maar dat begrijp ik niet... wat heeft het instorten van een mijn, hoe erg ook voor de mensen die er in zaten, met ons te maken?"
" Mensen die er in zaten?" verbaast de baron zich over deze uitlating van zijn echtgenote.
" Wel ja, die arme arbeiders..." verduidelijkt mevrouw de barones.
" Wat hebben die met het instorten van ‘Pennsylvania Mining' te maken?"
" Heu, zowat alles zou ik denken! Die sukkels die daar beneden in die gruwelijke gangen voorzeker omgekomen zijn!"
" Maar er is niemand omgekomen, vrouw!" roept de baron, armenzwaaiend om zoveel onbegrip van de kant van zijn eega, uit zijn fauteuil rechtspringend.
" Als ik zeg dat ‘Pennsylvania Mining' is ingestort, bedoel ik dat die vervloekte aandelen van die vermaledijde mijn bijna niks meer waard zijn!"
 
" Een heel goede keuze, meneer de schepen!... Een echt pareltje, als ik het zo stellen mag!"
" Hm..." doet de heer Valies terwijl hij het boek schuin naar het licht houdt en met gefronsd voorhoofd en ietwat bijziende blik de bundel aan een nauwkeurige inspectie onderwerpt. " Als het U niet derangeert ga ‘k efkens buiten?"
" Doe gerust, meneer de schepen! Doe gerust!" wijst Fideel, met een breed uitnodigend gebaar naar de uitgang van zijn propvolle, nogal rommelige, boeken- en prentenmagazijn annex krantenwinkel.
Waarna hij zich tot het kleine meisje met een schoothondje aan de riem wendt dat, op haar tenen staand met beide handen aan de rand van de toonbank geklemd, zijn aandacht probeert te trekken. " Dag Mientje!...De gazet zeker?"
" Ja, meneer..."
" Da's dan drie cent, Mientje!"
" Ja, meneer???" aarzelt het kind, duidelijk niet in het bezit van het gevorderde bedrag.
" Ha, ik zie het al!..." begrijpt Fideel. " Zeg maar tegen uw ma dat ik het op de rekening gezet heb!"
" Ja, meneer..." knikt Mientje beleefd alvorens, met de krant triomfantelijk in de hand en haar viervoetige metgezel vrolijk tegen haar aanspringend, als een haas het etablissement uit te stormen.
" Dat was Mientje!" verduidelijkt Fideel ten overvloede aan meneer Valies die enkel door vliegensvlug opzij te springen zichzelf heeft kunnen vrijwaren voor een paar zere tenen.
" Ja, ik ken haar wel! De jongste van schoolmeester Schellekens!" repliceert de schepen.
" Dat is ze, meneer Valies!"
" En ze had geen geld bij?" verwondert meneer Valies zich.
" Tja,..." schokschoudert Fideel. " ... het is voor iedereen het einde van de maand hé!"
" Straf! Deze kroniek..." knikt meneer Valies naar het foliant in zijn hand, zijn eigen gedachtengang volgend. " ...gaat juist over de Duitenhorsts!"
" Ah ja?" doet Fideel beleefd.
" Begrijpt ge?" vraagt meneer valies.
" Heu, eigenlijk niet...." geeft de boekenverkoper toe.
" Awel, Elza Schellekens, de vrouw van de schoolmeester is een Duitenhorst!"
 " Tja..." schokschoudert Fideel, waarna hij met een knikje in de richting van het boek terugkeert naar waar het voor hem allemaal om draait.
" Heb ik geen gelijk, meneer Valies? Een klein meesterwerk! Met de hand geschreven op geschept papier en prachtig geïllustreerd, gebonden in kalfsleren kaft en...."
 " Ja, ja! Het is al goed Fideel! Spaar me je verkoopspraatje! Zeg gewoon hoeveel ge er moet voor hebben!" onderbreekt meneer Valies met opgestoken hand het sermoen van de pas goed op gang komende winkelier.
" Ah?...Euh...tja... twintig frank???...." probeert Fideel.
" Watte?" schrikt meneer Valies. " Zeg komaan, Fideel! Nu nie overdrijven hé! Tien frank zou ik er nog voor over hebben! Maar twintig? Het is voor mij ook het eind van de maand zulle!!!"
" Maar alléé, meneer de schepen! Ge wilt toch niet dat ik zo'n uniek stuk voor niks weggeef! Tien frank!!!...." jeremiëert Fideel met ten hemel geslagen ogen wanhopig.
" Alla.." gaat hij, nadat hij zo vijf minuten tegen het plafond heeft staan jammeren, voort. " Achttien, meneer de schepen! Lager kan ik nie!!!"
" Elf!" biedt meneer Valies kordaat.
" Neeje!..." schuddebolt Fideel . "Vijftien! Dat is mijn laatste bod!"
" Hm..." doet meneer Valies spijtig, het onderwerp van gesprek op de toonbank leggend.
In het deurgat van de winkel draait meneer Valies zich nog eens om.
" Moest ge nu nog twaalf gezegd hebben, dan had ik er nog over kunnen nadenken, Fideel! Maar vijftien? Dat kan mijnen bruine nie trekken, jong!"
Fideels mond gaat open en toe, open en toe onderwijl in zijn binnenste hebzucht en gezond koopmansverstand een verwoede strijd leveren.
" Goed!" beslist hij, net voor meneer Valies de deur achter zich wil sluiten.
" Dertien!!"
" Twaalf en een half, Fideel! Dertien is een ongeluksgetal, daar koopt geen mens iets voor!"
" Ge haalt mij anders wel het vel over mijn oren!" sputtert Fideel. Maar hij pakt het boekwerk toch in een stuk bruin papier terwijl meneer Valies zijn beurs tevoorschijn haalt.
 
" Bonjour, maman!"
" Aha! Bonjour Maurice! Goed geslapen?"
" Als een marmot, moedertje!" bevestigt de jongste zoon des huizes terwijl hij zich bij haar aan de ontbijttafel schaart."
" Koffie, meneer?" komt Mieke de meid beleefd tussenbeide.
" Graag, Mieke... en twee bruine eitjes, licht gekookt, als het kan!"
" Zoals U wenst, meneer Maurice..." nijgt Mieke, gedienstig wegdribbelend richting keuken om de bestelling door te geven.
Als de deur achter Mieke dichtgevallen is hervat madam de barones met een licht verwijt in haar stem het gesprek.
" We hadden je gisteren heel wat vroeger verwacht, jongen!"
" Het spijt me, maman! Maar mijn oude schicht liet het onderweg weer eens afweten! Ik ben vanaf het dorp met de voettrein gekomen!"
" Tja! Dat heb je met al dat moderne gedoe!" ergert de barones zich. " Niets zo betrouwbaar als een goede ouderwetse koets, zeg ik altijd!"
" Maar vreselijk traag en uit de tijd, mams! Al mijn vrienden aan de universteit rijden met een automobiel! Zelfs Gustaaf, de zoon van boer Coene hier wat verderop heeft een auto!"
" Ziet ge wel!" vaart de barones nog meer geïrriteerd uit. " Zelfs het plebs matigt zich zo'n helse machine aan!"
" Dat is de democratie, maman! Iedereen gelijk voor de wet!"
" Phoe! Iedereen gelijk! Dat wordt me wat moois! Als die nieuwlichterij nog verder gaat moeten wij binnenkort....." maar mevrouw de barones is genoodzaakt haar betoog te onderbreken omdat Mieke, na een beschaafd klopje op de deur van de eetkamer, binnenkomt met de eitjes van Maurice.
" Alstublieft, meneer!... Nog wat koffie, meneer?
" Graag, lieve kind."
" Zal ik uw boterham in soldaatjes snijden, meneer?"
" Als je zo vriendelijk wilt zijn!" laat jongeheer Maurice zich de verwennerij van de dienstmaagd gewillig gevallen terwijl hij alvast zijn eitje begint te pellen.
" Geef mij de aardbeienkonfituur eens door, Maurice?" mengt de barones zich in het gesprek.  " En jij Mieke! Vraag in de keuken eens waar mijn chokolademelk blijft!" gebiedt ze de gedienstige, daarmee er voor zorgend dat de eetkamer opnieuw vrij van ongewenste oren is.
" Papa was niet te spreken over je uitblijven gisteravond, jongen!" herneemt de barones de draad van de aanvankelijke conversatie.
" Maar, maman!" protesteert Maurice. " Een panne! Dat kan iedereen overkomen!"
" Je weet hoe je vader is, fiston! Hij had speciaal voor jou de Belvédères uitgenodigd voor een etentje!"
" Ach, hemel! Het is niet waar, hé?" roept zoonlief, geëmotioneerd met zijn lepeltje ei gesticulerend. " Toch weer niet datzelfde liedje?!!!"
" Melanie Belvédère is een erg goede partij!!!...." bezweert zijn moeder hem.
" ... en houdt alstublieft die lepel stil! Straks zit de ganse kamer onder de smurrie!"
" Maar ik ben nog helemaal niet aan trouwen toe, moeder..." pleit Maurice, nu wat voorzichtiger omgaand met wat er van zijn maaltijd nog binnen handbereik is.
" De Belvédères zijn verschrikkelijk welgesteld, jongen!" stelt de barones nuchter. " Je zou het slechter kunnen treffen!"
" Maar mams toch! Melanie is een lelijk opgeschoten mager ding met sproeten over haar ganse wezen!" barst Maurice uit, zijn servet op de resten van zijn ontbijt gooiend terwijl hij geagiteerd opspringt om de kamer richting tuin uit te stormen. Een manoeuver dat meer dramatisch effect gesorteerd zou hebben als hij niet halverwege over een stuk ei was uitgegleden.
 
Een uurtje later huppelt Mientje, met Fido op de hielen, blijgemoed op huis toe wanneer een deftige jonge heer met een grijze hoge hoed naar de laatste mode haar staande houdt met de woorden: " Hela, meisje! Zijt gij Mientje?"
" Ja meneer..." treuzelt Mientje een tikkeltje zenuwachtig omdat ze van mama eigenlijk niet met onbekenden mag praten.
" Het zusje van Evelien?" informeert Maurice, door zijn knieën gaand om met Mientje op gelijke hoogte te kunnen communiceren.
" Ja meneer..."
" Wilt gij graag een centje verdienen?"
" Ja meneer...."
" Geef dit briefje dan even aan je zus, ja?" vraagt Maurice, onderwijl een klein dubbelgevouwen papiertje in haar hand stoppend.
" Ja meneer...."
" Ah!! Da's patent! Bedankt, lieve kind!" lacht Maurice, zich tevreden oprichtend.
" Meneer..."
" Euh?... Wat is't?" verwondert Maurice zich als hij merkt dat Mientje nog steeds ter plaatse met koeienogen naar hem staat op te kijken. " Gij moest al lang weg zijn!"
" Mijne cent, meneer...."
 
" Awel Alexander, wat zegt g'er van?" vraagt meneer Valies, niet weinig trots op zijn laatste aanwinst wijzend terwijl de schoolmeester door de kroniek van zijn eigenste schoonfamilie bladert.
" Een uniek stuk, Hippoliet!"
" Dat zag ik al direct!" glundert de schepen.
" Goed geconserveerd ook! Ge zoudt niet zeggen dat het al meer dan honderd jaar oud is!"
" Honderd jaar?" verwondert meneer Valies zich. " Hoe weet gij dat?"
" Dat staat hier!" wijst Alexander met de vinger op de titelpagina naar de romeinse cijfers.
" Ah, ja... ik ben nooit goed in latijn geweest, hé Alex!"
" Neeje, gij waart altijd de laatste van de klas! Zelfs als ik de helft van uw huiswerk maakte!" lacht de schoolmeester zijn jeugdvriend toe.
" Daarom..." begint meneer Valies, ietwat schoorvoetend. " .... zou ik willen vragen...."
" Ja?..."
" ...of gij niet een handje zoudt willen helpen bij het vertalen van de tekst?..."
" Tja..." twijfelt meneer Schellekens. " .. ik heb al zoveel werk met 't school!.. En dan geef ik nog bijles aan de zoon van de burgemeester en aan de tweeling van de kapitein van de gendarmerie!"
" Het gaat pertang over het geslacht Duitenhorst, Alexander." pleit meneer Valies.
" Ik weet het, Hippo! Vreselijk interessant! Maar ik kan niet beloven dat het rap vooruit zal gaan..." zucht de schoolmeester. " ...de grote kuis staat voor de deur, en ge kent ons Elza hé! Daar moet al de rest voor wijken!"
 
" Et bien, ma chère. Wat scheelt eraan?" informeert de baron als hij zijn gade in de salon treft waar zij met een frons op het anders zo gladde voorhoofd uit het raam zit te staren.
" Ach, Emiel!" zucht de barones zich naar haar echtgenoot wendend.
" Maurice, zit me dwars! Hij is daarstraks kwaad van het ontbijt weggelopen!"
" Ha! Waren zijn eitjes weer niet zacht genoeg?"
" Non, non! Veel erger, mon amour!"
" De koffie koud?" waagt de baron. Iets waar ook hij van gruwt.
" Mon dieu! Als het niet méér dan dat was!" heft de barones de handen ten hemel.
" Non, non!!! Maurice werd woedend toen ik hem een alliantie met Melanie Belvédère voorstelde."
" Milletonnere! Wat scheelt er aan een huwelijk met de enige dochter van Hilaire Belvédère? De Belvédères zijn zo rijk als de zee diep is! Heb je hem gevraagd wat hij er op tegen heeft?"
" Zover ben ik niet geraakt..."
" Ah? Pourqoui pas?"
" Omdat hij al lang daarvoor kwaad was weggelopen..."
" Die gamin is een nagel aan mijn doodskist! Wacht tot ik hem te pakken krijg!" gromt de baron. " Hij zal wel anders piepen als ik hem onderhanden genomen heb!"
 
Evelien staat juist aan de afwas als Mientje aan haar rokken komt trekken.
" Evie!... Eééévieeee....."
" Hmmmm?..." doet Evelien zonder haar arbeid ook maar een seconde te onderbreken. Zoals alle oudere zussen overal op deze wereld, is zij van oordeel dat jongere zusters eerder een onontkoombaar noodzakelijk kwaad dan een zegen voor de mensheid zijn.
" Evieee...." houdt Mientje aan, als haar zus niet snel genoeg naar haar zin reageert.
" Jaaaa!! Wat is er nu weer, zagemie?" fronst Evelien ongeduldig.
" Daarbuiten staat een meneer!..." wijst Mientje.
" En dan? De straat is toch van iedereen?"
" Het is een rijke meneer!" verduidelijkt Mientje.
" Een rijke meneer?" vraagt Evelien, lichtelijk geërgerd. " Hoe kunt gij nu weten dat het een rijke meneer is?"
" Omdat hij mij een HELE cent gegeven heeft!...."
" Een cent?"
" ...om dees hier aan jou te geven!" gaat Mientje ademloos voort, Evelien het reeds danig van kreukels en vlekken voorziene velletje papier voorhoudend.
" Geef op, dan!" gebiedt Evelien, nieuwsgierig haar handen aan haar voorschoot droogwrijvend.
" Nee...eee." schuddebolt Mientje, achteruit buiten Evelien's bereik stappend.
" Geef hier, Mien!!!" dreigt Evelien. Maar Mientje is niet onder de indruk, want ondertussen staat de keukentafel veilig tussen hen beiden in.
" Als gij mij óók een cent geeft!" eist ze.
" Watte?" raast Evelien, stillekensaan koleirig wordend.
" Een cent!" herhaalt Mientje standvastig.
" Een cent? Een pak rammel kunt ge krijgen, ja! Als ge die brief niet direct aan mij geeft!" grimast Evelien, met een schijnbeweging naar links direct gevolgd door een uitval langs rechts, gebruik makend van haar grotere reikwijdte om Mientje over de tafel heen bij haar kraag vast te grabbelen.
" Auw!!!!...." gilt Mientje geschrokken. " Ge doet me zeer!"
" Ha ge weet het!" grommelt Evelien, desondanks haar greep op het kind lichtelijk verslappend. " Vooruit! Hier dat papier!"
Onder de druk der omstandigheden overhandigt Mien, ferm tegen haar goesting het velletje, aan haar oudere zus.
" En voor straf doet gij de afwas verder!" beveelt Evelien nadat zij snel het kattebelletje heeft doorgenomen.
" Waarom?" spartelt Mientje verongelijkt tegen.
" Omdat ik het zeg, verdorie! Of zal ik uw billen eens warm zetten?"
" Dan zeg ik tegen mama dat gij gaat vrijen!"
" Ik ga niet vrijen!"
" Welles!"
" Nietes!"
" Welles!!!"
" Goed!" gooit Evelien het over een andere boeg. " Als gij nu de afwas doet, dan vraag ik seffens die meneer of hij nog een cent voor u heeft!" Daar heeft Mientje wel oren naar en dus schudden beide zussen elkaar de hand ter bezegeling van de afspraak.
 
" Elza!!... Elza!!!"
" Hier, Alex!" roept meneer Schellekens' echtgenote vanaf de slaapkamer waar ze de laatste winterappels bovenop de kleerkast aan het omdraaien is.
" Komt eens kijken!" schalt de schoolmeester langs de traphal omhoog.
" Seffens, man! Ik ben bijna klaar!" antwoordt Elza, maar manlief kan zolang niet wachten en een ogenblik later staat hij opgewonden, lichtjes buiten adem van het haastige trappenlopen, naast haar met het foliant van meneer Valies te zwaaien.
" Weet ge wat dit is?" vraagt hij zijn echtgenote die, gebruik makend van zijn schouder als steuntje, van de stoel omlaag klimt.
" Nee! Maar gij zult me dat direct wel vertellen, zeker?"
" Heu? Ha...ja, ja natuurlijk! Natuurlijk! Dit is..." leest meneer Schellekens met zijn vinger de woorden volgend op het schutblad " ... de Familiekroniek der Duitenhorsts! Door Ezechiël Duitenhorst!"
" Ezechiël? Ezechiël?... dat moet overgrootva geweest zijn!" peinst Elza Schellekens, laatste telg der Duitenhorsts hardop.
" Diegene die het familiefortuin erdoor gedraaid heeft!...." vult meneer Schellekens knikkend aan.
" Grotemoe beweerde anders van niet!" valt Elza Schellekens hem in de rede.
" Ja, dat verhaal ken ik, lieverd! Hij verstopte indertijd het grootste deel om de sansculotten te bedotten en heeft daarna het tijdelijke voor het eeuwige verwisseld zonder de minste aanwijzing achter te laten voor zijn erfgenamen!"
" Zo is't!" beaamt zijn vrouw.
" Wel, misschien kunnen we hier wat wijzer uit worden!" tikt meneer Schellekens op de bundel.
" En valt Pasen volgend jaar niet op een zondag...." lacht Elza Schellekens.
 
" Evelien! Eindelijk!" roept Maurice verheugd als hij het meisje langs het laantje bij de beek, waar zij hebben afgesproken, ziet aankomen.
" Liefste!" krijt Evelien verrukt en werpt zich vol overgave in zijn armen.
" Evie!..." hijgt Maurice tussen twee kussen in.
" Maurice!.." zucht Evelien terug. Een dialoog die nog ettelijke minuten dezelfde trant volgt tot beiden eindelijk uitgezoend zijn.
" Evelien, ik kon niet langer wachten!" bekent Maurice.
" O, Maurice!"
" Elk uur dat ik niet bij jou ben, lijkt wel een eeuwigheid!"
" Wat kunt gij dat toch schoon zeggen!" gniffelt Evelien blozend tot achter haar oren van kontentement. Om dan plots weer ernstig te worden. " Maar ge weet dat onze liefde niet kan zijn!"
" Zeg dat niet, schattebout! Zeg dat niet! Ik vind wel een manier om vader te vermurwen!"
" Ach Maurice, wat edel van je! Maar ik ben een simpele schoolmeestersdochter en gij zijt de zoon van de baron!"
" Alleen maar de jongste zoon, Evie! Ik heb geen recht op de titel!"
" Dan nog, Maurice! Je vader zal nooit toestemmen in een huwelijk beneden je stand!"
" Bah!" gromt Maurice walgend. " Hij wil me aan Melanie Belvédère koppelen!"
" Ziet ge?" gaat Evelien ten einde raad verder. " Wij hebben geen toekomst! We kunnen hier beter een eind aan maken!"
" Stil, Evie-engel! Spreek toch niet zulke vreselijke woorden!" kreunt Maurice.
" Nog liever verloochen ik mijn afkomst!" gaat hij hoogdravend verder.
"Ach lieve dappere dommerik, wat gaat er dan van ons geworden? Gij zijt nog lang niet afgestudeerd en ik kan alleen maar het huishouden doen!"
" Niet treuren, Evie schat van mijn hart! Liefde overwint alles!" oreert Maurice die nogal tuk is op stationsromannetjes. " Ik hoef dat huwelijk met Melanie Belvédère nog maar iets meer dan een jaar te ontlopen! Daarna kan ik eindelijk op eigen benen staan!"
" O Maurice! Ik bid elke nacht dat je mag slagen!"
" Dat zal ik, Evelien! Dat zal ik!" zweert Maurice plechtig en als om deze dure eed te onderstrepen slaat de klok in de kerktoren statig twaalf keer.
" Hemel! Is het al zo laat?" schrikt Evelien. " Dan moet ik er als de bliksem vandoor! Vandaag is het stoofvlees met gekookte patatten en vader houdt niet van wachten!"
" Nog één zoen?" bedelt Maurice. Een verzoek waaraan Evelien met graagte nog een keer of vijf voldoet alvorens huiswaarts te keren.
 
" Papa heeft geen tijd, Mientje!" verklaart meester Schellekens, met zijn neus in de geschriften van Ezechiël Duitenhorst.
" Maar g' hebt daarstraks beloofd om met mij touwtje te springen!"
" Vraag het aan moeder!"
" Die is met de grote kuis bezig!"
" Vraag het dan aan Evelien!"
" Die is ook aan de grote kuis bezig! Alleen gij zijt niet met de grote kuis bezig!"
" ALEXANDER!!!!..... AaLEeeXxxAaanDEeeer!!!!..." onderbreekt vanaf de bovenverdieping de stem van madam Schellekens Mientjes betoog.
Waarop meneer Schellekens zijn jongste gelaten aankijkt en zegt: " Dat zal dan niet lang meer duren, vrees ik!" waarna hij de roep van zijn echtgenote volgt en Mientje helemaal aan zichzelve en de onontkomelijke verveling overlaat.
" Pfff..... grote mensen!" pruilt Mien tegen Fido, het enige lid van het gezin dat niet van haar zijde geweken is. Alhoewel dat ook wel wat te maken zou kunnen hebben met het stuk speculoos dat, als zoethoudertje tussen twee maaltijden, vanuit Mientjes voorschootzak Fido's reukzin en speekselklieren belaagt.
" Weet ge wat?" stelt Mientje voor. "We spelen circus!"
" Waf!" beaamt Fido, braaf opzittend.
" Gij zijt de leeuw en ik ben de dompteur!" verklaart Mien, om zich heen kijkend naar geschikt circusmateriaal.
" Deze stoel zet ik in het midden van de kamer en gij gaat daar op zitten!" beduidt Mien naar Fido die, wonder boven wonder gedwee doet wat Mientje hem voorstelt.
" En nu...." gaat Mientje verder op zoek naar een straffe toer voor haar leeuw. "...moet gij .... naar het bureau springen!" besluit zij tevreden over haar vondst.
" Waf!" blaft Fido, aangestoken door Mientjes enthousiasme. " Waf!!"
" Stil, Fido! Gij zijt een leeuw! Leeuwen blaffen niet! Die brullen!" vermaant de dompteuse hem ernstig.
" Vooruit!...." beduidt zij naar de lezenaar wijzend. "....op mijn teken! Spring!"
Helaas, Fido snapt er niks van en blijft doodgemoedereerd zitten.
" Alléé Fido! Spring dan toch!" dringt Mientje aan.
" Van hier..." wijst Mien geduldig zelf het traject afleggend, " ...naar daar! Helemaal niet moeilijk!"
Doch ondanks dat Fido haar uitleg met scheefgehouden kop en een intelligente blik in zijn ogen volgt, blijft het verhoopte resultaat uit.
" Goh!! Wat zijt gij een stomme leeuw!" emmert Mientje geërgerd tegen het bureau aanleunend.
Dan probeert ze het op een andere manier. " Als ge springt dan krijgt ge hier een stuk van!" Fido het stuk speculoos voorhoudend. Met het gevolg dat Fido zich, echt op zijn honds zonder te overdenken waar hij gaat belanden, enthousiast afzet richting lekkernij.
 
" Zie nu, Alexander!" wijst madam Schellekens.
" Ja, ik zie het!" beaamt haar echtgenoot.
" Gij met uw brute fors! Helemaal schots en scheef!"
" Het is elk jaar hetzelfde lieke!" zucht meester Schellekens.
" Da's nog geen reden om als een halve zot aan die kleerkast te sleuren!"
" Maar ik moest ze van U naar voren schuiven!"
" Zachtekens!"
" Zachtekens? Zachtekens? Een meubel van bijkans vijftig kilo!?
" Ik weet het, vent! 't Is niet echt uw schuld! Heel dees slaapkamer..." kijkt madam Schellekens in het rond. "... is maar kamelot! Een paar maand geleden zijn we ook al eens door ons bed gezakt!"
" Wat wilt ge," klaagt meneer Schellekens "... van een schoolmeesterspree koopt ge geen eiken meubelen, zulle!"
" Gaat ge ze nog kunnen maken?"
" Vorig jaar heb ik er al extra nagels ingeslagen...." schuddebolt de schoolmeester, hiermee aangevend ten einde raad te zijn. " Als ik er nog meer insla, zakt ze van het gewicht alleen al verder scheef!"
" Dan..." begint Elza, maar verder komt de brave vrouw niet omdat op dit moment Fido met volle geweld bovenop Mientje landt zodat deze op haar beurt met veel geraas de lezenaar waarop de familiekroniek van de Duitenhorsts ligt, omstoot.
Tegen dat pa en ma Schellekens op de plaats van het ongeluk aankomen, is er ook nog een bijzettafeltje waarop een foto van nonkel missionaris en een piëdestal die een vaas met gedroogde snijbloemen torstte ten onder gegaan in de als vanzelf ontstane worsteling tussen Fido en Mientje om het bezit van het stuk speculoos.
" Awel!!! Wat heeft dat hier allemaal te betekenen?" dondert meester Schellekens.
" Mien!!!" tiert moeder vanachter vaders rug opduikend, geheel buiten zinnen bij het zien van de aangerichte ravage.
Fido die direct in de gaten heeft dat er niet veel goeds van de nieuw gearriveerden te verwachten is, hapslikt in de gauwte het stuk speculoos naar binnen dat Mientje van ‘t verschieten heeft laten vallen en spurt, tussen de benen van Evelien door, die ook op het kabaal is afgekomen, naar veiliger oorden.
" Gij duivelskind! Ge kunt U ook geen vijf minuten alleen laten!!" roept madam Schellekens terwijl ze Mientje tussen het omgevallen meubilair en de droge bloemen uitplukt om haar vervolgens een flinke schoddering toe te dienen.
" Allee! Naar uw bed gij!" raast ze voort. De als een speenvarken kelende Mientje het vertrek uitduwend terwijl vader Schellekens met een bang hart tussen de rommel naar het foliant van meneer Valies speurt.
" Compleet naar de maan!" wijst hij verslagen aan zijn wederhelft.  " Zelfs de omslag is helemaal losgescheurd!"
" Er steekt precies iets uit!" attendeert zijn madam hem wijzend naar de scheur in de kaft.
" Wel verdorie! G' hebt gelijk!" kraait pa Schellekens hogelijk verbaasd.
 
" Luister eens, fiston!" begint de baron als hij zijn jongste zoon in het vizier krijgt, die, nog helemaal vol van zijn ontmoeting met Evelien in roze wolkjes gehuld, de oprijlaan opkomt.
" Salut papa! Wat kan ik voor U betekenen?"
" Hm... nogal veel, mon fils!"
" Ha ja?"
" Heu... komt efkens mee, jongen, daar waar niemand ons kan horen!" wijst de baron terwijl hij zijn zoon bij de elleboog dieper het park in troont.
" Amai, pépé! Zo serieus?" lacht Maurice een beetje ongerust over de manier waarop dit gesprek evolueert.
" Kent gij de ‘Pennsylvania Mining'?" begint de baron als zij een eindje het bos ingeslenterd zijn.
" Pennsylvania wat....?"
" Pennsylvania Mining! Dat is een bedrijf dat gespecialiseerd is in koper delven!"
" Euh... ik moet zeggen dat ik er nog nooit van gehoord heb, papa!"
" Helaas, ik wou dat ik hetzelfde kon zeggen!!!" jerimiëert de baron, nogal theatraal beide armen in de lucht werpend.
" Wat is er zo speciaal aan die Pennsylvania... euh?"
" Dat is de onderneming waar ik zowat al mijn spaarcenten ingestoken heb!" verklaart de baron.
" En..?"
" ...en de uwe ook!!!...." zucht de baron, verslagen. " ...en die van uw moeder.... en die van uw oudste broer..." gaat hij verder het rijtje af.
" Heu... is dat niet wat onvoorzichtig?" waagt Maurice die, desondanks zijn nogal studentikose levenswijze, op gebied van geld eerder van de behoudende soort is.
" Onvoorzichtig? Onvoorzichtig???? Het was verdomme oerstom van mij en het is dan ook een regelrechte ramp geworden!!!"
" Een ramp?" echoot Maurice.
" Gisteren zijn de aandelen van de Pennsylvania gekelderd!"
" Heu.. bedoelt ge dat ze nu minder waard zijn?"
" Minder waard? Ze zijn nog minder waard dan het papier waarop ze gedrukt zijn, verdomme!!" roept de baron uit.
" Oei! Dat ziet er niet goed uit, papa!"
" Nee fiston... het gehele familiefortuin is weg!"
" Weg?" slikt Maurice.
" Verdwenen! Foetsie! In lucht opgegaan!....."
" Dus.. we zijn bankroet?" oppert Maurice gedienstig omdat hij merkt dat zijn vader woorden tekort komt.
" Zo kunt ge het ook zeggen, ja." Geeft meneer de baron na enig denkwerk toe. " En daarom...."
" Ja?..."
"..... is het van het grootste belang dat gij Melanie Belvédère het hof maakt, fiston!" voltooit meneer de baron zijn zin.
" Ma... ma..."
" Uw ma is het er mee eens, jongen!"
" Ma... maar waarom?" weet Maurice eindelijk uit te brengen.
" Awel, dat is toch simple comme bonjour!" valt de baron uit.
" Pardon???"
" Hilaire Belvédère is de voorzitter van de nationale bank! De man die in laatste instantie over leningen en faillissementen beslist!"
" En dus...?"
" .... toch moeilijk de verloofde van zijn enige dochter in armoede kan onderdompelen door diens vader de noodzakelijke overbruggingskredieten te weigeren!"
 
" Ik heb het!" lacht papa Schellekens, na een hele hoop voorzichtig gepulk met veel te dikke vingers, triomfantelijk een rechthoekig dubbelgeplooid stuk perkament omhooghoudend.
" Er staat iets op!" beduidt Evie.
" Precies!" knikt haar vader, het dichtbeschreven velijn behoedzaam openplooiend.
" Waar is mijn bril?" tast hij zijn zakken af.
En nadat pa Schellekens, zoals gewoonlijk, door zijn Elza voorzien is van dit onmisbare optische instrument zet onze schoolmeester, echtgenote en oudste dochter nieuwsgierig reikhalzend over zijn schouders meekijkend, zich aan het ontcijferen van het gekriebel.
 
" Elza! Weet gij wat dees is?" hijgt Alexander Schellekens als hij de eerste zinnen van het hier en daar al haast onleesbare document ontcijferd heeft.
" Neeje..."
" Het testament van uw overgrootva!"
" Aléé, Alexander! Niet zwanzen, hé!" lacht mama Schellekens.
" Ik zwans helemaal niet! Zie, hier staat het!" wijst haar echtgenoot met van alteratie bibberende vinger. "Ezechiël Duitenhorst!"
" Zijt ge zeker?"
" Natuurlijk, ben ik zeker!"
" Wat staat er nog?" laat Evie zich horen.
" Hm... heu..." schraapt meneer Schellekens zijn keel alvorens hij luidop begint te lezen.
"Omme daet er ondere het juck vaen den franschen overheerschers, met hunne accijnssen ende schattinghen oppe vaenaelles ende nogh entwaet, alsmaer gheringhere plaetsche mere isch vore eenen godvreezenden noesten neeringhdoender heb ick het huus ende diene bybehoorenden omligghende hofstedenen beleend ende gehypotheckeerd vore den somma vaen driehonderd ghoudene Louis."
" Amai,..." onderbreekt meneer Schellekens zichzelf. " ...wat heeft diene vent een priegelschrift, zeg! Mijn ogen tranen er effenaf van!" om, na zijn brilleglazen eens extra opgepoetst te hebben, verder te lezen.
" Daeren diene vermaeledijde sansculotten aelle ghelden der banckiershuizen ende vaen de spaerkasschen in naeme vaen hunnen rooversbaes Napoléon opeischen ende zelfs het koper- ende zilverwerck onzere kercken ende kloosters verdonckermaenen, heb ick deze penninghen tesaemen met den rest miner spaercenten, ten beloope vaen nogheens honderd en vijftigh ghoudene Louis, inne den dobbelen bodem vaen min kleeren....." aarzelt pa Schellekens turend naar het haast onleesbare woord. "... kaeste?.... verstoptet.
Den Heere inne zinen hemelen gheve daet zije daer secuur ende veilig zin vore dien zeven keer zeven keeren vervloeckte fransche baenstroopersch met hunne haelve broeken!
Indiene daeten butenlaendsche gebroedt nog immer den plack zwaeit over onsen streecken ende ghewesten aels mine kaerse uiten gaet, vermaeck ick, Ezechiël Duitenhorst, min gansche hebben ende houden aen mine kinderen. Zije weten nu waer er naer te zoecken!
Daet zije er genoeglijck vaen kunnen ghenieten ende profiteren!
Gedaen te Duitenhorst, in ‘t bezit ende vermooghen vaen aelle mine geestelijcken haeve ende goet, den eersten maend vaen het jaer onzes Heeren zeventienhonderd en neghen en neghentigh."
" Amai!" hijgt Elza, ademloos van de emotie na deze zo onverwachte tijding vanuit een ver verleden.
" Zeg dat wel!" beaamt Alexander. " Ik ben er gelijk niet goed van!" en zelfs Evelien, anders toch niet op haar mondje gevallen weet niets anders uit te brengen dan:
" Ja watte!"
" Vierhonderdvijftig gouden Louis! Is dat veel geld?" verlangt Elza, na wat ingetogen peinzen, te weten.
" Pff... " blaast Alexander. " Meer dan dat ik ooit van mijn leven zal kunnen verdienen!" om er dan na wat hoofdrekenen verbaasd over de uitkomst aan toe te voegen. " Meer zelfs dan wat ik ooit in tien levens, wat zeg ik? In nog geen honderd levens zou kunnen verdienen!"
" Jammer dat groteva dat geld nooit gevonden heeft!" mokt Evie spijtig.
" Wie weet zit het nog altijd in overgrootva's kleerkast!" droomt Alexander hardop.
" Och, man toch!" lacht Elza. " Kasteel Duitenhorst is al minstens drie keer doorverkocht! De hemel weet waar overgrootva's kleerkast ondertussen ergens terecht gekomen is!"
 
De avond is gevallen en de maan schijnt al door de bomen als Maurice nog maar eens een kiezeltje tegen Evie's raam mikt, met tussenpozen zachtjes haar naam roepend.
Ten langen leste, na wat hem wel een eeuwigheid lijkt, verschijnt het hoofd van zijn aangebedene tussen de overgordijnen.
" Maurice?" fluistert zij verbaasd.
" Evelien!" smiespelt deze terug.
" Wat doet gij hier zo laat!"
" Ik moet U dringend spreken...." prevelt Maurice, van pure ongedurigheid van de ene op de andere voet huppelend.
" Maar ik ben al uitgekleed!" fluistert Evelien. Een antwoord dat bij Maurice een nogal onkuise gedachtengang oproept.
" Het is belangrijk!" houdt hij aan nadat hij zich, enkel door pure wilskracht, heeft weten los te scheuren van zijn op hol slaande fantasie.
" Goed!" beslist Evelien na even nagedacht te  hebben. " Binnen tien minuten in het laantje!?"
Evelien is een meisje van haar woord. Amper tien minuten later verschijnt zij volledig gelaarsd en gespoord op de afspraak.
" Evelien!" fluistert Maurice verrukt bij het aanschouwen van de liefde van zijn leven. En ook Evelien laat zich niet onbetuigd zodat het volgende kwartier in het laantje langs de beek voorbij gaat met in praktijk gebrachte romantiek.
" Wel?" opent Evie het gesprek, haar kledij terug gladstrijkend die door de ontelbare wederzijdse uitingen van liefde hier en daar wat van zijn plaats is geraakt.
" Heu?..." doet Maurice nog stevig onder Amor's invloed.
" Wat is er zo belangrijk dat gij mij zo laat op de avond nog moet spreken?"
" Oei! Evie, liefste! Er is iets verschrikkelijks gebeurd!"
" Aiai!" schrikt Evelien. "Uw vader is erachter gekomen!"
" Neen, nog véél erger!"
" Uw moeder?" stelt Evelien vol afgrijzen.
" Nee, nee! Nog véél en véél kwalijker!" verzekert Maurice haar.
" Maar zeg dan toch wat er scheelt!" valt het arme kind, tot in de toppekes van haar tenen verontrust, uit.
" Ziet ge,..." begint Maurice, begrijpelijkerwijs aarzelend om zonder grondige inleiding de onaangename mare over te bengen, maar toch manmoedig door de zure appel heen bijtend. Zodat na een tiental minuten Evelien met verscheurd gemoed en onmogelijk te weerhouden tranenvloed zijn relaas snikkend en snokkend samenvat.
" Dus, hier scheiden onze wegen?"
" Ik wou dat ik het kon ontkennen!" beaamt Maurice, diep ellendig en totaal verslagen.
" Och, verdomme!" komt Evelien plotsklaps in opstand tegen zoveel onrechtvaardigheid! " Had overgrootvader nu toch maar niet zo'n stommiteit uitgehaald!"
Woorden die haar liefste niet alleen met verstomming slaan maar ook nog kompleet raadselachtig in de oren klinken.
" Heu... wat heeft uw overgrootvader hiermee van doen?" informeert hij voorzichtig. Hij heeft wel eens gehoord dat diepe smart rare dingen met een mens kan uithalen.
" Ach, Maurice!" legt Evie uit. " Amper honderd jaar geleden was mijn familie rijk, zo rijk dat het eigenlijk niet meer schoon was!" en vertelt in één adem het relaas van het verloren gegane fortuin der Duitenhorsts."
 
Ondertussen ten baronnelijke huize.
" Et bien, mon cher marie! Hoe is 't gegaan?" informeert madam de barones, aan haar kaptafel gezeten terwijl ze heur haren borstelt voor het slapengaan.
" Très bien, mag ik wel zeggen!" antwoordt de baron ietwat gesmoord vanachter het kamerscherm omdat hij volop bezig is zijn nachthemd over het hoofd te trekken.
" Heeft Maurice niet geroespetteerd?" vraagt zijn madam verbaasd verder.
" Tegengesparteld? Pas du tout! Helemaal niet! Ik heb hem uitgelegd hoe de zaken ervoor staan en op zijn plicht jegens de familie gewezen!"
" Awel chapeau, mon amour! Dat had ik, eerlijk gezegd, niet verwacht na zijn reactie vanmorgen aan het ontbijt!"
" Oh! Ach, het is maar hoe je hem aanpakt!" glundert meneer de baron, bescheiden zijn snor opdraaiend alvorens in bed te stappen.
" Emiel!!!!" glimlacht de barones fijntjes terwijl ze bij hem onder de dekens glijdt.
" Ik ken je al langer dan vandaag!! Vooruit!! Biecht eens op!!!"
" Opbiechten?" schrikt de baron. Die, zoals wel meer mannen van zijn leeftijd en stand, al een tijdje met een minder ‘zuiver' geweten rondzeult.
" Welja!! Welk verhaaltje heb je onze arme zoon op de mouw gespeld, dat hij voortaan zonder morren Melanie Belvédère het hof wil maken?"
" Aah!!! Dat!.. Euh..." grinnikt de baron opgelucht. " Wel, ik heb hem, au fond, de waarheid verteld!"
" Emiel!!" waarschuwt zijn vrouw.
" Bon!" geeft de baron schoorvoetend toe. " Ik heb mogelijk misschien de feiten ietwat overdreven!"
" Zo??..." moedigt zijn eega hem, met opgetrokken wenkbrauwen, aan.
" Ik ben begonnen over de aandelen van de ‘Pennsylvania Mining' die gekelderd zijn!"
" En dan?..." reageert de barones, niet begrijpend.
" Ha! Toen heb ik hem medegedeeld dat niet alleen al mijn eigen geld, maar ook dat van jou, dat van hem en dat van zijn broer in die aandelen zat!"
" Hemel! Emiel!" roept de barones ontsteld. " Dan zijn wij failliet!"
" Precies!" proest de baron het uit.
" EMIEL!!!..." verwijt de barones haar echtgenoot kwaad. " ... en gij kunt daar nog mee lachen?"
" Natuurlijk, chérie!" bulkt meneer de baron, in zijn handen klappend van puur plezier. " WANT!!!... Het is helemaal niet waar!"
" Heu... we zijn dus niet.... heu??..."
" Bijlange niet, lieve vrouw! We zijn wel wat minder rijk, maar bankroet? Nog in geen honderd jaar!"
" Emiel!!!" bewondert madam de barones haar halve trouwboek met ogen vol oprechte adoratie. Een feit dat de baron niet ontgaat en aanzet tenvolle van de situatie te profiteren.
" Heb ik nu geen ferme bees verdiend?" vraagt hij recht op de vrouw af.
" .... En.." kreunt zijn gade ietwat verhit, na uitgebreid en liefdevol aan zijn verzoek voldaan te hebben. "... nog véél méér!"


Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.