Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Overige
Geplaatst:
24 mei 2008, om 15:15 uur
Bekeken:
1164 keer
Aantal reacties:
2
Aantal downloads:
880 [ download ]

Score: 4

(4 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Noodkreet [2 / 3]"


  Ik zie haar in elkaar zakken en het doet mij niets. Helemaal niets.
Ze kreunt en probeert met haar hand haar pijnlijke gezicht aan te raken. Haar neus en linkerjukbeen zijn in één klap verbrijzeld en bloed gutst uit de openwond die mijn huissleutel heeft gemaakt. Mijn rechterhand is rood gekleurd en gebiologeerd bestudeer ik elk minuscuul spettertje. Ik kijk om mij heen en zie niemand. Ik pak haar onder de oksels beet en sleep mijn ‘buuf' haar eigen appartement binnen. Ik wil haar bloed niet op mijn tapijt hebben natuurlijk. Ik sluit de voordeur en sta een moment stil bij wat er zojuist gebeurd is. Wat nu?
De gang is donker van kleur en heeft een ouderwetse uitstraling. Mijn ogen glijden verder van mijn kreunende buurvrouw naar de vloer van de gang. Een donkerrood tapijt waar een paar abstracte motieven in zijn verwerkt kleurt goed bij haar open wond. Naast een ouderwetse stoel, in de hoek van de gang, staan een paar versleten schoenen. Een donker bruine kapstok links van mij torst een  aantal jassen en een lange, lederen schoudertas. Ik ontdoe de tas van zijn hengsel en bind hiermee haar handen achter haar rug vast. Ik pak mijn buurvrouw beet en sleep haar op het toilet. Ze is bijna buiten bewustzijn en kreunt nog verdoofd van de aanraking met mijn vuist. Alles gaat wonderbaarlijk makkelijk en ik verbaas mij over de rust die ik nu voel. Het is alsof ik door een deur ben gegaan waarachter een andere gemoedstoestand heerst. Ik merk heel duidelijk dat mijn gevoel voor medeleven niet is meegekomen naar deze kant.
‘Ik kan niet hebben dat je me nog eens stoort buuf', gebied ik haar. Ik pak haar hoofd beet en sla deze tegen de muur. Alle spanning verdwijnt uit haar spieren en ze zakt in elkaar als een plumpudding. Bloed laat een tekening achter op de muur die zo in de rorschachtest van mijn psychiater zou passen. Ik grinnik. Ik zie er een vlinder in. Mijn handen was ik in het fonteintje dat rood kleurt van haar bloed waarna ik mijn handen droog aan het kleine gifgroene handdoekje. Shit, mijn boodschappen staan nog voor mijn deur. Ik pak de ouderwetse stoel en plaats deze voor de toiletdeur zodat ze er niet zelfstandig uit kan kruipen. Als ze nog bijkomt tenminste.
Ik ben niet bang dat iemand haar vandaag ontdekt. Haar dochter komt maar één keer in de twee weken op bezoek en ze is eergisteren nog geweest.
‘Had je nu je mond maar gehouden!' roep ik door de toiletdeur heen. Zoals ik verwacht volgt er geen reactie. Ik loop naar de voordeur en draai deze soepel open zonder ook maar enig geluid te maken. De kier die ontstaat is breed genoeg om mijn hoofd erdoor naar buiten te steken. Voorzichtig kijk ik de galerij op. Gelukkig, niemand te bekennen.
‘Shit!' Een rilling schiet door mijn rug als ik een donkerrode veeg op de vloer van de galerij zie.
Na de eerste schrik kalmeer ik weer, trek de deur achter mij dicht en loop naar mijn eigen appartement. Zodra ik binnen ben zet ik de boodschappen in de gang en pak ik mijn schoonmaakspullen om het bloedspoor te verwijderen. Als het laatste vlekje is verdwenen lijkt het net alsof er niets is gebeurd, behalve dan dat de galerij net is schoongemaakt. Redelijk uitgeput plof ik op mijn bank neer. Ik ben leeg, uitgehold.
Ik pak het pakje sigaretten wat op tafel ligt en schudt er eentje uit. De peuk schuif ik tussen mijn lippen terwijl ik met mijn andere hand naar mijn aansteker graai. Ik strijk met mijn duim langs het wieltje dat op zijn beurt het vuursteentje laat vonken. Gas ontvlamt en zet mijn peuk in brand. Ik neem een grote hijs en vul mijn longen met teer en nicotine.
Waar was ik? Ik laat de peuk tussen mijn lippen bungelen en pak de doos die naast mij op de bank staat en zet deze op mijn schoot. Ik verwijder het papier en streel met mijn linker hand over koud, zwartglanzend metaal. Vanavond is het zover! Terwijl ik weer een hijs neem van mijn peuk zak ik achterover op de bank.
Als mijn peuk bijna tot het filter is opgebrand, kom ik overeind en druk hem uit. Het besluit wat ik genomen heb staat vast, geen buurvrouw die daar verandering in brengt. Netjes zet ik de doos naast mij op de bank en bedek het weer met het gele papier. Een druppel plakkerig rood, spat uiteen en ontdoet het papier van zijn maagdelijkheid. Mijn trui, waar de rode spetter vandaan komt, vraagt om mijn aandacht. Het beeld staat weer levendig voor mijn ogen. Bah! Smerige trut!
Ik begin mijn lijf te ontdoen van mijn kleren als ik naar de badkamer loop. Op het moment dat ik de schakelaar omzet en het koude licht mijn badkamer tekent, zie ik pas goed dat mijn kleren besmeurd zijn met bloed. Die kleren kan ik verder wel afschrijven. Ik gooi het textiel op een stapel in de hoek, draai de verkalkte mengkraan open en begroet de eerste stralen water met een stap achteruit. Langzaam bereikt het water een aangename temperatuur en stap ik onder de douche. De grote hoeveelheid gel in mijn haar zakt plakkerig naar mijn nek. Snel pak ik de goedkope shampoo en laat ruimschoots voldoende op mijn hoofd stromen. Rustig kneed ik mijn haar met mijn gewelddadige vingers en als de shampoo alle gel verjaagt heeft laat ik de douchestralen langzaam het schuim wegspoelen. Zachte warme waterstralen masseren mijn hoofdhuid, terwijl water tegen mijn trommelvliezen golft. Stoom vult de badkamer als de onrust in mijn lijf verdreven wordt door een erotisch getinte spanning. Afwezig wil ik hieraan toegeven, maar de fysieke reactie blijft uit en de tinteling die mijn natte lijf bedekte wordt vrijwel direct weggespoeld door de werkelijkheid. De afgevlakte sensatie verdwijnt naar een verre hoek in mijn gedachten, terwijl ik met een diepe zucht de kraan weer dichtdraai. Ik pak een muf ruikende handdoek uit het kastje en droog mij af. Nadat ik mij weer in schone kleren heb gehesen, loop ik op blote voeten naar de eetkamertafel. Ik steek een misvormde peuk op dat uit een verfrommeld pakje sigaretten komt. De grote stapel papieren bedekt bijna in zijn geheel het met krassen versierde tafelblad. Rekeningen, reclame, lokale nieuwskranten eigenlijk alles wat er zoal door mijn brievenbus wordt geduwd ligt zonder verder doeleind te wachten op het moment van vernietiging. Waar is dat vod! Ik zoek een papiertje dat ergens in deze chaotische berg moet liggen. Aha, daar is ie! Het verkreukelde vod toont een paar onduidelijke woorden die een onsamenhangend geheel lijken te vormen. Ik bestuur het aandachtig, terwijl ik naar de bank slenter en weer op mijn vertrouwde plek neer plof. In het hoekje linksboven staan een aantal woorden gekrabbeld in mijn slecht leesbare handschrift. Als ik de woorden volg met mijn wijsvinger voel ik de betekenis ervan het binnenste van mijn ziel geselen.
Plots klinkt de deurbel. Shit. Wie kan dat nou zijn? Met mijn peuk nog tussen de lippen stop ik het vod weg in mijn broekzak en slof ik naar de voordeur. Ik pak de klink beet en als de deur open zwaait, kijk ik recht in een bekend gezicht. De sluimerende spanning in mijn lijf verlaat de achtergrond en baant zich verwoed een weg naar voren.
‘Goede middag', zegt de dochter van de buurvrouw formeel, terwijl ze onrustig door haar vlasblonde haar strijkt. Ze houdt een goed gevulde boodschappentas beet waar nog net een prei uitsteekt. Ze oogt onrustig.
‘Middag', klinkt het vlak uit mijn mond, terwijl ik een trek neem van mijn peuk en deze, vlak langs haar, over de reling van de galerij weg schiet.
‘Mag ik je wat vragen?'
‘Tuurlijk mag je dat.'
‘Weet je of mijn moeder thuis is?'
‘Geen idee. Hoezo?' Ze heeft toch een sleutel?
‘Ik heb net drie keer gebeld, maar ze doet niet open. We zouden vanmiddag naar de schoonheidssalon gaan.'
‘Misschien is ze boodschappen doen?'
‘Nee, dat kan niet.'
‘Waarom niet?'
‘Dat zou ik voor haar doen.' Ze wijst naar de tas in haar hand.
‘Dan weet ik het ook niet.' Mijn ogen staan rustig, maar verbergen een wilde hartslag. Ga alsjeblieft naar huis!

‘Tot ziens', zeg ik enigszins kortaf voordat ze nog iets kan vragen. Ze kijkt mij beledigd aan en draait zich om.
Vlak voordat mijn voordeur in het slot valt, hoor ik een sleutelbos rammelen. Even is het stil en dan klinkt het opendraaien van een slot. Oh nee! Mijn adem stokt in mijn keel en snel trek ik de deur weer open en kijk de galerij op. Ik kan haar nog net het appartement in zien verdwijnen. Ik denk niet na en ren naar buiten.
‘Ma, waar ben j...' Ze maakt haar zin niet af en staart naar de ouderwetse stoel als ik binnen storm. Een fractie van een moment is het doodstil en zie ik langzaam het besef bij haar binnen druppelen. Ik gooi de deur achter mij dicht. Haar geschrokken blauwe ogen staan wijd opengesperd en ze staat onbeweeglijk als een standbeeld. Moet je haar blik eens zien!
‘Waar is mijn moeder?' Haar hoofd schokt lichtjes en haar onderlip resoneert van angst. Mijn innerlijke druk vertaalt zich in gespannen spieren die elk moment kunnen los schieten.
‘Wat heb je met haar gedaan?' zegt ze, terwijl ze iets naar achter schuifelt.
Een golf van spanning ontlaadt zich als een dam die doorbreekt. Ik spring op haar af en voordat ze een kreet kan uitbrengen raakt dezelfde vuist die haar moeder velde, haar dochter. Door haar laatste stapje achteruit komt de kracht van mijn vuist, maar gedeeltelijk tot zijn recht. Ze struikelt achterwaarts over de stoel en valt met haar hoofd tegen de muur aan. Ik weet dat het geen eerlijke strijd is.
‘Waarom moet je dan juist nu langs komen?' mopper ik op haar alsof zij hier de schuldige is.
‘Help!' Haar schreeuw bereikt amper de voordeur, terwijl ze probeert te gaan staan.
‘Sorry.' Ik pak haar hand, trek haar overeind en sla haar knock-out. Een krakend geluid volgt als de stoel bezwijkt onder haar val. Nu zit ik met een probleem, want het toilet is al bezet. De jassen! Ik pak alle jassen van de kapstok en drapeer deze zo over haar heen dat geen lichaamsdeel meer zichtbaar is. Geïrriteerd omdat ze mij onderbroken had, loop ik terug naar mijn appartement. Daar is de stilte hoorbaar. De bank nodigt mij uit om weer plaatst te nemen, waar ik gewillig gehoor aan geef. Ik steek nog maar weer eens een peuk op en kijk naar de rook die langzaam omhoog kringelt. Bijzonder, hoe rustig en onaangeroerd de rookslierten dansend hun weg naar boven zoeken alsof er niets aan de hand is. Als ik de rook uiteen blaas blijft er niets anders over dan een versplinterde wolk teerdampen. Een weergave van mijn leven. Verdwaast pulk ik het vod weer uit mijn broekzak en vouw het open. Het kreukt dusdanig dat ik het probeer glad te strijken op de salontafel en voorover gebogen, steunend met mijn ellebogen op mijn knieën, staar ik naar de woorden die ik pas nog heb geschreven. Ze raken me diep. Tranen wellen op en druppelen gestaag uit mijn ogen. Met een inmiddels snotterende neus neem ik nog een hijs van mijn sigaret en overpeins ik mijn leven.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

ijzigwekkend verhaal, het houdt me in zijn greep gevangen !
Ik wacht vol spanning op deel 3 !

grtjes
eugeen

Geplaatst op: 2008-05-28 13:09:13 uur

een heel mooi verhaal, alleen jammer dat je het einde nu niet weet!

groetjes, Kimberley

Geplaatst op: 2008-05-24 19:40:21 uur