Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Spanning/Thriller
Geplaatst:
24 april 2008, om 19:52 uur
Bekeken:
933 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
1120 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Schaduw van hoop"


   
 
Een ongemakkelijk gevoel bekruipt haar, als ze aan die vakantie terug denkt. Diep gewortelde gevoelens beïnvloeden langzaam, maar zeker, haar innerlijk rust. Na al die jaren is het dan zover. Bijna had ze haar taak, waar ze lang naar toegewerkt had, deze zomer niet kunnen volbrengen.
Een auto-ongeluk waar Iris bij was betrokken, kostte haar bijna het leven. Ze was zwaargewond naar het ziekenhuis afgevoerd. Met het fysieke letsel dat ze had opgelopen was de kans op volledig herstel erg klein geweest. Na ruim een jaar van revalidatie en talloze bezoeken aan het ziekenhuis, had Iris de artsen versteld doen staan. Voor Sebastian was dit minder vreemd geweest. Hij wist dat zijn vrouw beschikte over een ijzeren wilskracht. Ze had deze al sinds haar jeugd, verkregen na het overlijden van haar ouders. Hij was nog net zo gek op haar als de eerste keer dat hij Iris zag lopen. Hij was opslag verliefd geworden, misschien wel doordat ze ongrijpbaar leek voor een jongen zoals hij. Zij had hem vragend aangekeken toen haar mee uit vroeg, maar ze was uiteindelijk toch gevallen voor zijn charmes. Zijn wilde donkere bos haar sprong meteen in het oog en was altijd onderhevig aan een eigen willetje. Verder was hij gezegend met een gezond en een goed geproportioneerd lichaam. Zelf vond hij zijn neus te groot en niet passen bij zijn hoekige gezicht, dat wel altijd was versierd met een innemende glimlach. Zijn zachte bruine ogen straalden een rust uit wat sterk in contrast was met haar koele blauwe ogen. De rondingen van haar zelfverzekerde gezicht waren, in zijn ogen, volmaakt. Haar huid was gaaf en lichtbruin getint. Geen één rimpeltje openbaarde zich in haar gezicht dat omsloten werd door prachtig golvend blond haar. Voor hem had zij de juiste lengte, zodat zij haar hoofd kon laten rusten tegen zijn borst. De ketting die zij droeg was van goud gemaakt en had een hanger met daarin een briljantgeslepen smaragd. Haar moeder noemde het altijd ‘le Jardin d'espoir'- wat ‘de tuin van hoop' betekent - en het gaf haar een veilig gevoel als ze het amulet droeg. Het hing precies tussen haar borsten en leek zelfs op bewolkte dagen te fonkelen.
 
Ze draaien de snelweg af en vervolgen het laatste stuk van de route door de prachtige zuid franse natuur. Links en rechts, van de inmiddels onverharde weg, staan hoge bomen die de zon voor een groot deel tegenhouden. Een eekhoorn ziet hun aankomen en vlucht de dichtstbijzijnde boom in. De geur van het bos dringt langzaam hun auto binnen ondanks het feit dat de airco aanstaat. Die doet zijn uiterste best om de gevraagde tweeëntwintig graden te handhaven. Een bord langs de weg geeft aan dat ze de afslag rechts moeten nemen. Sebastian vermindert zijn snelheid en draait rechts de weg op. Een verouderd houten bord, links van de weg, geeft moeilijk leesbaar aan dat hun doel bereikt is. Camping L'etang.
Hij stopt voor de slagbomen en drukt de vierkante groene knop in, op de paal naast de auto. De bomen gaan open en hij laat de auto rustig het terrein oprijden. Het is nog vroeg in het seizoen, wat duidelijk blijkt uit de open plekken tussen de tenten en caravans op de camping. Iris zit naast hem met een wat dromerige blik naar buiten te kijken en neemt de plek in zich op, die ze zo lang geleden voor het laatst heeft gezien. Haar blik verraad niets, maar Sebastian voelt dat ze een innerlijke strijd voert die uiterlijk niet zichtbaar is. Kinderen zijn aan het spelen bij het zwembad en gaan krijsend en joelend van de glijbaan af. Een ouder echtpaar staat bij de kiosk te kijken naar de verschillende wandelroutes die dit gebied rijk is. Ouders van de spelende kinderen zitten prinsheerlijk op het terras te genieten van een fruitige wijn. Ze rijden langzaam verder. Als de auto over de te grote campingdrempels hobbelt, haalt dit Iris uit haar gedachten. Sebastian stuurt de auto links het parkeervak in zet de motor af. Stilte. Eindelijk na een lange dag van rijden, stilte.
Nadat Iris met een diepe zucht de stilte doorbreekt, openen ze allebei tegelijk hun deuren en stappen naar buiten. De buitenlucht is een stuk warmer dan de aangename tweeëntwintig graden in de auto, maar voelt heerlijk zomers aan. Iris rekt zich uit waarna ze haar jurk met beide handen glad strijkt en kijkt Sebastian glimlachend over haar zonnebril aan. Met moeite onderdrukt hij een gaap en gooit de deur dicht. Ze kijken om zich heen, terwijl een warme zomerbries hun plakkerige ruggen probeert te drogen. Het grind onder hun voeten maakt een krakend geluid, als ze hun eerste stappen zetten richting de receptie. Iris, op zoek naar herkenning, vind deze al snel in een oude tamme kastanje waarin vele namen gekerfd zijn. De namen kan ze van deze afstand niet lezen, maar ze weet dat haar naam daar ook bij staat.
 
Ze lopen af op het redelijk nieuwe receptiegebouw, waar twee openslaande deuren met haken aan de buitenmuur zijn vastgezet, zodat de wind er geen vat op kan krijgen. Sebastian schuift zijn zonnebril boven op zijn hoofd als ze de receptie binnen lopen en neemt de nog donkere ruimte in zich op. Recht tegenover de deur is de balie met daarop verschillende folders en een koperen bel. Links op de muur hangt een grote kaart van het gebied waarop de contouren van de camping duidelijk zichtbaar zijn. Iris volgt zijn voorbeeld en schuift ook háár zonnebril omhoog. Er is niemand aanwezig. Sebastian loopt naar de balie en slaat op de koperen bel die kort nagalmt door de receptie. Iris staat naast hem en heeft een folder te pakken waarop een uitnodiging staat om deel te nemen aan een speurtocht. Ze kijkt over haar folder naar Sebastian, als er niet wordt gereageerd. Hij ziet haar blik en slaat nogmaals op de bel. Hij wil zich omdraaien, maar de deur achter de balie schuift open en er verschijnt een vrouw in de deuropening. Ze is net iets langer dan Iris en heeft grijs golvend haar. Rimpels zijn alom vertegenwoordigd in haar gezicht. Onder haar kleine neus staat een grote glimlach die haar rimpels nog meer verdiept. Kleine blauwe oogjes kijken onderzoekend hun kant op, terwijl ze de deur weer achter zich dicht schuift. Ze moet de zestig toch al jaren geleden gepasseerd zijn, denkt Sebastian. De vrouw gaat tegenover hem staan en bekijkt zijn gezicht grondig. Ze glimlacht nog steeds.
‘Bonjour, goedemiddag', zegt ze stralend. ‘Goede reis gehad?'
‘Ja, dank u wel. We hebben een goede, maar lange reis achter de rug' , antwoordt Sebastian terwijl hij naar de reispapieren reikt, die uit de kontzak van zijn korte broek steken. De blik van de vrouw verplaatst zich naar Iris die ogenschijnlijk nog verdiept is in haar folder. Ook zij ondergaat de zoektocht van een paar priemende ogen. Even lijkt het gezicht van de vrouw kort te verstarren bij het zien van het amulet. Ze groet Iris met een vriendelijke glimlach en draait haar hoofd weer rustig zijn kant op.
‘Heeft u gereserveerd meneer?' vraagt ze met een, ogenschijnlijk, kalme stem.
‘Ja. Op naam van ‘van den Koningh'. Sebastian en Iris'. Bij de naam van Iris lijkt de vrouw ongemerkt een herinnering te peilen. Ze pakt de kleine leesbril die om haar nek hangt en zet deze op haar neus. Het is wonderbaarlijk dat de leesbril blijft staan.
‘Ja. Hier heb ik het staan: Sebastian en Iris van den Koningh.' Ze spreekt hun namen langzaam uit, goed articulerend, terwijl ze met haar vinger de letters volgt.
‘Gereserveerd voor drie weken, zie ik hier. Jullie kunnen nog kiezen uit verschillende plaatsen: Langs de bosrand, bij het zwembad, maar de beste plaatsen die ik u kan aanraden zijn ...'
‘Is plaats 207 nog vrij?' vraagt Iris plotseling, terwijl de vrouw beduusd kijkt doordat ze onderbroken wordt. Dat overkomt haar niet vaak. Ze kijkt Iris nu doordringend aan en lijkt de eerder gepeilde herinnering weer op te rakelen.
‘U bent hier vaker geweest merk ik' , zegt ze met een stoïcijns gezicht, terwijl ze over haar bril tuurt. Iris knikt.
‘Is plaats 207 nog vrij?' vraagt ze onverstoorbaar , maar nu wat standvastiger.
‘Oh, èh, jazeker is deze nog vrij, maar deze plek is...'
‘Plaats 207 dan alstublieft', onderbreekt Iris haar snel.
‘Oké dan, plaats 207 zal het zijn', zegt ze schouderophalend.
‘Hier heeft u een plattegrond van de camping', vervolgt de vrouw die zich nu volledig op Sebastian richt.
‘Daar is plaats 207 en hier is de receptie'. Ondertussen markeert ze beide plaatsen met een kruis.
Als ze hem de verdere details heeft gegeven, zet ze haar bril weer af en geeft hem een vriendelijke glimlach. Sebastian betaalt de eerste week vooraf en pakt het plattegrondje met de kruisjes van de balie.
‘Bedankt en alvast een fijne avond', zegt hij, met op zijn beurt een vriendelijke glimlach. Hij stopt zijn portemonaie in zijn kontzak en draait zich om.
Samen met Iris loopt hij de receptie uit waar felle zonnestralen hun verwelkomen.
 
Marilou kijkt hun argwanend na. Zodra ze uit het zicht zijn verdwenen begeeft zij zich terug naar haar kamer achter de schuifdeur. Met een stramme rug gaat ze weer zitten op haar houten stoel. Ze heeft slecht geslapen en haar hoofd voelt zwaar aan. Ze is niet de jongste meer en merkt dat het lichamelijk steeds minder makkelijk gaat, maar ze is goed geworden in het verhullen van deze pijntjes. Haar ogen staan klein en peinzend. Een vermoeden kietelt haar geheugen. Die vrouw heeft iets bekends in haar gezicht wat versterkt wordt door het amulet dat om haar nek hangt. Het smaragd heeft ze eerder gezien, jaren geleden, maar toen behoorde het een andere vrouw toe. Ze heeft de gebeurtenissen van toen al in een vroeg stadium naar de achtergrond verdrongen, maar iets vertelt haar dat het luikje naar dit verleden nu weer is geopend en dat verontrust haar. Het felle zonlicht van buiten prikt door de dunne vitrage op haar gesloten oogleden als haar gedachten zich verplaatsen naar het verleden.
 
Samen met haar man Bernard was ze, nu bijna dertig jaar geleden, deze camping gestart. Ze hadden het met bloed, zweet en tranen opgebouwd tot wat het nu was. Tranen waren voornamelijk aan háár voorbehouden. Bernard was een aantal jaren geleden overleden. Ze had vrede gehad met zijn dood. Sindsdien runt Marilou de camping. Niet alleen natuurlijk, maar alles gebeurt wel zoals zij dat wil. Samen hadden ze een hoop doorstaan, zo ook een aantal opeenvolgende gebeurtenissen die toen plaats hebben gevonden en de aanwezige ouders de stuipen op het lijf hebben gejaagd. Geen van de bezoekers, die het in die tijd hadden meegemaakt, was nog terug gekomen. Tot nu. Ze had veel moeite moeten doen om zich te beheersen bij het zien van het amulet. De gouden ketting met de briljantgeslepen smaragd had ze toentertijd ook al gezien. Het behoorde een vrouw toe die ze niet snel zou kunnen vergeten. Toeval of niet, zij had ook altijd op plaats 207 gestaan. Ze weet het natuurlijk niet zeker, maar het kan bijna niet anders of deze jonge vrouw moet haar dochter zijn. Waarom is zij, juist nu, naar de camping  terug gekomen en wil ze precies op plaats 207 staan? Ze stelt zichzelf die vraag, maar kan hier geen passend antwoord bij vinden. Het beangstigt haar. Ze zucht diep en zet zich met beide handen af op de tafel en komt moeizaam overeind.

 

  Sebastian opent zijn slaperige ogen en rekt zich uit, zodat hij het lichtgroene tentdoek met zijn vingers én met zijn tenen aanraakt. Gekwetter van buiten de tent duidt erop dat de vogels al wakker zijn. Hij gaat rechtop zitten en kijkt naar Iris die nog rustig ligt te slapen. Zijn horloge geeft half acht aan. Eindelijk uitgeslapen, denkt hij bij zichzelf en kruipt zijn slaapzak uit. Hij ritst voorzichtig de tent open en stapt naar buiten in het zonlicht. Bijna alle flarden grondmist zijn verdreven door de zonnestralen, die al warm aanvoelen op de lichtgetinte huid tussen zijn borstharen. Het is een wolkenloze hemel en het belooft weer een prachtige dag te worden. Het getjilp van een aantal vogels verwaait door een lauwe ochtendbries die de bladeren laat ritselen tot bijna een tantrisch geluid. Sebastian voelt zijn nog vermoeide lichaam al langzaam een versnelling terugschakelen. Hij heeft altijd een paar dagen nodig om te wennen aan de rust, maar het gevoel van ontspanning is erg welkom. Hij stapt de tent weer in en trekt een lichtgroen T-shirt aan met daaronder zijn beige korte broek. Hij schiet in zijn slippers, ritst de tent achter zich dicht en gaat op weg naar de campingwinkel voor heerlijke verse franse broodjes.
Iris wordt nu ook langzaam wakker. Ze heeft Sebastian zojuist de rits horen dichttrekken en hoort zijn voetstappen vervagen. Ze draait zich op haar rug, vouwt haar handen achter haar hoofd en staart naar de binnenkant van het tentdoek. Het is een apart gevoel om op dezelfde plek als vroeger hun tent op te zetten. Nu zonder haar ouders. Er is natuurlijk een hoop veranderd in bijna twintig jaar tijd. Het is een stukje van haar leven dat ze nog met niemand gedeeld heeft. Zelfs nog niet met Sebastian. De dood van haar ouders is niet de enige reden waardoor ze was veranderd. Zeker niet. De eerste en grootste verandering heeft hier, op deze camping, plaats gevonden.
Ze gaat rechtop zitten, pakt het amulet en hangt deze om haar nek. Smaragdgroen fonkelt in de tent. Ze heeft gezien dat de vrouw van de receptie, naast haar gezicht, ook haar hanger heeft bekeken. Heel kort zag Iris de schrik in haar ogen, precies lang genoeg om opgemerkt te worden. In de herinneringen die ze heeft van vroeger komt ze niet voor, maar er is wel iets waardoor Iris zich niet op haar gemak voelt bij haar. Wat weet ze niet. Voetstappen naderen de tent. Ze houden halt vlak voor de tentopening. Er wordt wat onhandig gerommeld aan de rits, maar uiteindelijk beweegt deze langzaam omhoog. Het vertrouwde gezicht van Sebastian steekt naar binnen gevolgd door de rest van zijn lijf. Zijn handen heeft hij vol met ontbijtspullen, waaronder die heerlijke warme franse broodjes.
 
‘Zullen we gaan zwemmen?' vraagt Sebastian nadat alles van het ontbijt is opgeruimd.
‘Laten we eerst het bos verkennen'. Het moet nu, denkt ze, anders kan ik nooit meer terug. ‘We kunnen daarna gaan zwemmen?' vraagt ze, hopend op een bevestigend antwoord.
‘Dat is goed', antwoordt hij tot haar opluchting. ‘Wil je ver lopen?'
‘Niet al te ver. Hier vlak bij is een klein vennetje waar ik wil gaan kijken.'
‘Oké, als je even wacht dan kan ik mijn wandelschoenen aantrekken', zegt Sebastian, terwijl hij zijn schoenen pakt.'Daarna gaan we wel zwemmen hè?' voegt hij er nog grijnzend aan toe.
‘Ja natuurlijk schat. Dan mag je ook van de glijbaan', grinnikt ze.
 
Ontspannen lopen ze het bos in. Het bladerdak is zo vroeg in de zomer nog vol en groen zodat het zonlicht grotendeels wordt tegengehouden. Enkele zonnestralen vinden hun weg door het bladerdak en schieten omlaag tot ze de met mos, blaadjes en takjes bedekte grond raken. De grond is nog wat vochtig, maar de laatste geuren van de ochtenddauw hangen nog in de lucht. Zomerfrisheid met een vleugje jong mos vult hun longen met rust. Vogels zijn moeilijk te zien maar des te beter te horen. Als je er oog voor hebt zie je een en al bedrijvigheid in het bos. Een eekhoorntje springt op de grond en zoekt de bodem af naar voedsel. Verderop passeren ze een kolonie rode mieren die allerlei takjes en blaadjes vervoeren naar hun thuisbasis. Ook hier ritselen de blaadjes in het bladerdak onder zachte dwang van de wind. Het lijkt een harmonisch geheel wat zo in een symfonie zou passen. Dieper lopen ze het bos in.
De enige geluiden die zij zelf toevoegen aan deze serenade zijn hun, door het mos gedempte, voetstappen. Iris heeft op dit moment geen behoefte om te praten en Sebastian voelt dit feilloos aan. Zij wil graag wandelen dus gaat hij mee, maar hij heeft het gevoel dat er meer is. Er ontstaat een soort spanning in de lucht die hij niet thuis kan brengen. Het vreemde is wel dat, hoe dichter ze het ven naderen, hoe stiller het wordt. Het ritselen van de blaadjes is hier zachter, alsof er een deken over hun hoofden gedrapeerd wordt. Mieren lijken hier opeens niet meer te komen en een enkele vogel dringt nog maar tot hem door vanuit de verte. Vreemd. De zonnestralen die eerder nog zo trots door het bladerdak de grond aanraken lijken nu alleen nog met tegenzin de bodem op te zoeken. Een beetje flets eigenlijk. Misschien daardoor lijkt de kleur ook voor een deel uit de omgeving verdwenen te zijn. Hem valt dit alles gaande weg op terwijl Iris met haar gedachten ergens anders is. Het lijkt hem verstandig om wat meer op haar te letten.
‘We zijn er', zegt ze plots met een ijskoude stem.
Sebastian's nekharen gaan overeind staan. Hij bespeurt iets in haar stem dat hem alerter maakt. Ze passeren de laatste bomen die hun nog scheiden van het vennetje.
Het is stil. Doodstil. In de letterlijke betekenis van het woord. De donkere poel is langs de waterkant dichtbegroeid met rietplanten. Op één plek is een opening in het riet ,waar een paal in de grond is geslagen met een bord waarop de tekst staat: ‘verboden te zwemmen'. Waarschijnlijk geplaatst door de eigenaar van de camping, bedenkt Sebastian. Er staat hier geen zuchtje wind, zodat de rietstengels bewegingsloos uit het water omhoog steken. Het water rimpelt niet waardoor het wateroppervlak zo glad is als een spiegel. Er lijkt ook niets anders te leven in en rondom het vennetje. Geen bloemen langs de waterkant. Geen vissen. Zelfs geen muggen of vliegen alsof het leven zich van deze plaats heeft onttrokken. Ze lopen rond tot ze bij de opening in het riet komen.
‘Hier is vroeger wat gebeurd. Is het niet?' fluistert Sebastian.
‘Ja', zei Iris zachtjes en knikt zonder verder iets te zeggen.
Ze stoppen twee meter van de waterkant. Iris rilt. Het water heeft een donkere kleur. Het lijkt wel bijna zwart waardoor de bodem niet zichtbaar is.Langzaam verplaatst Iris zich voetje voor voetje richting het water.
‘Doe je voorzichtig', zegt Sebastian, terecht bezorgd. Hij is er niet gerust op. Iris staat nu aan de waterkant en kijkt in het water zodat ze haar spiegelbeeld kan zien. Dat is dan ook het enige wat ze ziet. In haar spiegelbeeld ziet ze een bekende leegte. Ook het amulet is duidelijk zichtbaar in haar reflectie en hangt los van haar boezem doordat ze lichtjes voorover gebukt staat. Het donkergroene smaragd lijkt in de reflectie een flauw schijnsel af te geven. Iris kijkt ernaar. Sebastian komt naast haar staan. Ook hij ziet zijn reflectie in het inmiddels zwart geworden wateroppervlak. Hij draait zijn hoofd lichtjes richting Iris en schrikt van haar reflectie. Er ontbreekt iets bij haar. Iets wat bij hem wel aanwezig is. Niet iets concreets zo als een neus of kin, maar meer iets onderliggends. Het is een soort...leegte.
‘Hoe kan dat?' fluistert hij verbaasd.
Iris kijkt hem recht in de ogen terwijl een traan over haar wang biggelt en op de grond uiteen spat. Net op dat moment horen ze een zuchtende wind die uit het niets komt opzetten.
‘Hoor jij dat ook?' Sebastian kijkt verbaasd om zich heen.
‘Ssstt'. Iris staat stijf rechtop en staart nu met een doodsangst naar de donkere poel. De wind trekt nog meer aan, maar de blaadjes aan de bomen bewegen niet. De rietstengels, die fier rechtop uit het water steken, geven geen krimp. Het zuchten van de wind gaat over in een zacht gekreun. Het eerder zo gladde oppervlak vertoont nu enkele rimpels en het kleine beetje fletse zonlicht trekt zich nu helemaal terug. Het amulet begint licht te geven en voelt koud aan tussen Iris haar borsten.
‘Kom ga mee!' Sebastian pakt haar pols beet en probeert haar mee te trekken, weg van de waterkant. Er komt weer beweging in Iris. Ze rukt zich los.
‘Nee, ik moet blijven!' roept ze bijna wanhopig.
‘We moet gaan!' reageert hij paniekerig. ‘We moeten weg van hier! Nu!'
Iris schudt wild haar hoofd heen en weer. Ze pakt haar amulet met beide handen stevig beet en begint zachtjes te prevelen. De rimpeling in het water neemt toe zodat de rietstengels bewegen zonder ook maar enig geluid te maken. Het enige wat ze horen is het toenemende kreunen van de wind. Sebastian onderdrukt de neiging om hard weg te rennen en gaat naast Iris staan, die nu met gesloten ogen haar amulet stevig beet houdt en blijft prevelen. Hij kijkt nu in het gitzwarte water en ziet wat de rimpeling veroorzaakt. Een stoot adrenaline schiet hem door zijn ruggenmerg. Lichtgrijze schimmen lijken omhoog te komen vanuit de diepte van de zwarte poel. Ze raken het oppervlak net aan, maar kunnen het niet doorbreken en waaieren uiteen. Het is alsof geesten wakker geschud zijn door hun aanwezigheid. De kreunende wind breekt uiteen in individuele klaagzangen die de leegte bezingen. Elk deel lijkt te proberen om het hardst zijn leed te vertellen. Het amulet is nu ijskoud geworden en trekt Iris naar de waterkant. Sebastian ziet het gebeuren en stapt snel naar Iris toe om haar tegen te houden.
‘Iris, kom terug het is niet..' Hij struikelt en valt voorover, met zijn hoofd tegen een steen. Hij blijft even stil op zijn buik liggen, als druppels bloed langzaam een stroompje rood vocht vormen dat gestaag langs zijn slaap naar beneden sijpelt. Proestend probeert hij overeind te komen, met de dode smaak van modder in zijn mond. Hij staart naar Iris en ziet dat ze al tot haar knieën in het water staat.
‘Nee!' gilt hij terwijl hij steunend op zijn knieën met zijn linkerhand naar haar reikt.
‘Nee Iris! Kom terug!'. Zijn stem slaat over.
Ze hoort hem niet en met elke stap die ze zet, zakt ze dieper het water in. Ze staat nu tot haar middel in het gitzwarte water en er is niets meer van haar onderlijf te zien. Het licht kan daar de duisternis niet verdringen en het geeft de indruk dat ze gehalveerd is.
‘Iris! Iris! Stop!' schreeuwt Sebastian wanhopig, waarna hij snikkend en brullend van onmacht met zijn hand op het water slaat. Het amulet verspreidt een fel licht waarmee het gevecht is aangegaan om de duisternis te verdringen. Eén van de schimmen komt onderwater naar Sebastian toe en richtte zijn klaagzang op hem.
‘Nee, hou op!' Sebastian ligt overmand door emoties te snikken en hoort de klaagzang die hem van binnen uit dreigt op te vreten. Zijn hart staat strak als een hete luchtballon en kan de toenemende spanning bijna niet meer aan. Onmenselijke pijnen snijden door zijn ziel en proberen het van zijn lichaam te scheiden alsof het een tumor is.
‘Ga weg! Laat los!', schreeuwt hij, terwijl zijn weerstand langzaam verbrokkelt onder het aanhoudende geklaag. Opeens begint hij over zijn hele lijf te trillen en verliest hij het bewustzijn. Zijn schaduw versmelt met het gitzwarte water als de schim hem achterlaat. Haar prevelen gaat langzaam over in een mantra  wat het licht van de amulet nog feller doet schijnen. Doordat ze volkomen in trance is merkt ze niet meer op wat er met Sebastian is gebeurd. Onverstoorbaar zet ze haar strijd voort. Hier heeft ze jarenlang angst voor gehad. Angst die zeker gegrond was, maar het had haar leven beheerst tot in het kleinste detail. Haar moeder was vroeg begonnen om met haar te oefenen voor een terugkeer naar deze angstaanjagende poel. Dat zou veel eerder gebeurd zijn als haar ouders niet waren overleden. Ze heeft zelf de discipline opgebracht en geoefend om nu de strijd aan te kunnen en haar ziel terug te winnen uit de diepte die het had opgeslokt. De lucht is voelbaar gespannen en begint zachtjes te trillen telkens langzaam verandert in verschillende groentinten. Ze laat het amulet los en heft haar handen ten hemel, terwijl ze haar mantra in stand houdt. De lucht trilt steeds sterker en een veld van energie lijkt de donkere poel te omsluiten, met het amulet als heldergroen middelpunt. De duistere schimmen bestrijden met hun krachtige klaagzangen de ontketende energie en vechten voor hun bestaan. Een verwoede strijd is gaande naast het bewusteloze lichaam van Sebastian. Plotseling fonkelt het energieveld in duizenden kleuren groen en slokt het de duisternis op. De ban is gebroken, evenals het verzet van de schimmen en één voor één staan ze hun gestolen zielen af aan het amulet. Iris voelt een golf van warmte door zich heen trekken vanuit het water, als de zielen zich een weg banen naar het groene hart. Vreugde vult haar lichaam als haar eigen verloren ziel zijn weg zoekt naar de kern waar het lang geleden van losgesneden werd. Ze is weer één. Zodra de laatste ziel bevrijdt is van het juk waarin het jarenlang opgesloten zat, implodeert het energieveld, tot een kleine heldere bol van licht, die zich nestelt in het amulet. Even overheerst de stilte. Uitgeput draait Iris zich om en ziet het bewusteloze lichaam liggen van Sebastian.
‘Sebas!' schreeuwt ze en ze waadt zo snel mogelijk naar de waterkant, waar ze uitgeput neerstrijkt naast het lichaam van Sebastian. Ze streelt hem liefdevol over zijn wang en schudt hem aan zijn schouders. Pas na de derde keer komt hij bij en probeert hij verdoofd overeind te komen.
‘Wat is er gebeurd?' vraagt hij haar beduusd. Met een warme blik in haar ogen kijkt ze hem liefdevol aan, terwijl ze het haar voor zijn ogen weg strijkt.
‘Een wonder mijn schat', zegt ze vertedert. ‘Een wonder'.
Ogen vol onbegrip staren haar aan. Woorden blijven achterwege en zijn lippen blijven als verdoofd op elkaar gedrukt. Samen komen ze overeind. Met een laatste blik op de poel waar de rietstengels zachtjes heen en weer wiegen op de warme zomerbries, verlaten ze het vennetje en lopen ze, elkaar ondersteunend, terug naar de tent. Iris is nu eindelijk zielsgelukkig en loopt stralend naast Sebastian niet wetende wat ze hem heeft aangedaan. Hij kijkt haar aan met een glimlach waarachter een kwaad schuilt dat sterker is dan de kracht van het amulet.
 
 
 
 
 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.