Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Overige
Geplaatst:
29 februari 2008, om 11:24 uur
Bekeken:
878 keer
Aantal reacties:
1
Aantal downloads:
580 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Man"


Met een slok koffie spoelde hij de kleffe brij van brood, boter en pindakaas naar binnen en constateerde met een innig gevoel van tevredenheid de zwartgallige ondertoon in zijn stemming.

Een uur daarvoor alweer was hij met intense tegenzin opgestaan. Het blikkerig treiterend geluid van de wekker deed hem ontwaken uit intense dromen. Niet mooi, maar wel vol van een zeker verlangen. De realiteit van alle dag diende zich in haar volle weerzinwekkende naaktheid aan, onbarmhartig brandend in zijn door de slaap nog overgevoelige ogen.

In de hoek van de kamer ontwaarde hij een man die minzaam naar hem stond te glimlachen, gekleed in een door overvloedig zonlicht flets oranjegekleurd gewaad. Zijn zo kenmerkende ochtendindolentie voorkwam dat hij schrok van de verschijning, hij constateerde slechts zijn aanwezigheid.

"Een bijzonder goede morgen, beste man", zo sprak de oranje paljas. "U bent vast verbaasd mij hier zo te zien en dat kan ik mij goed voorstellen, het is alweer even geleden." Hij veinsde nog steeds een onverstoorbaar gemoed maar ergens in een hoekje van zijn bewustzijn werd toch nieuwsgierigheid gewekt. "Huh?", bracht hij met uiterste krachtsinspanning ten gehore, de vreemdeling meewarig opnemend. "Ja, ziet u, ik ben namelijk uw vrolijke en onbezorgde kant, de kant die het mooie van het leven ziet en steeds op zoek is naar het goede in de mens."

Plotseling zag hij de overeenkomst met zijn eigen uiterlijk, hoewel, overeenkomst? Het stugge haar was korter geknipt, de baard keurig getrimd en hij gaf blijk van een eerder genoten verkwikkende nachtrust.

Hij hield niet van vrolijkheid, het leven was een ernstige zaak met alle reden voor zorg. Voor je het weet had je wat onder de leden en waartoe had dan al deze vrolijkheid gediend? Hij verzocht de oranje figuur op norse, niet mis te verstane wijze de benen te nemen. Terwijl de ander aanstalten maakte om gevolg te geven aan deze wens, sprak hij op kalme wijze zijn profetie: "Dit is je laatste kans, goede vriend. Vandaag nog zul je op zijn minst een activiteit ondernemen die slechts voeding geeft aan het kind in je, geen enkel nut zal het hebben buiten dat. Alleen zo kun je een aanstormend noodlot afwenden." Plotseling was hij weg en niets herinnerde meer aan het eigenaardige bezoek.

Nu stond hij dus met zijn mok koffie aan het aanrecht, de laatste resten van de beboterde pindakaasboterham met tegenzin wegwerkend. "Ik moet gaan", sprak hij tot zichzelf en nam plichtmatig zijn tas van de gangkast en begaf zich naar de auto. Hij zakte in de kussens, draaide de contactsleutel om en kuchend kwam de motor tot leven. De radio trakteerde hem op de nodige nutteloosheid: een politiek onhandige uitspraak van de minister voor cultuur, het uitblijven van de winter, de zoveelste voorspelling over de opwarming van de aarde. Hij bleef luisteren, dit hoorde nu eenmaal tot zijn werkelijkheid en hij diende zich er maar naar te voegen, zo was zijn mening. De wereld was per definitie een plek om te somberen.

Halverwege de rit zag hij ineens een lifter staan. Dat was bijzonder op zijn dagelijkse route door landerijen en kleine dorpjes dus hij besloot te stoppen. De man kwam naar de auto toe en gaf aan onderweg te zijn naar de stad maar helaas had hij de bus gemist. Mocht hij misschien meerijden? "Stap maar in, ik moet daar ook zijn."

Stilzwijgend zaten ze naast elkaar, de radio bleef haar eindeloze stroom onnutte informatie spuien. Om het ijs wat te breken sprak hij tot de vreemde:"Het wil maar niet winteren, hè?" "Nee, niet echt, het is nat en guur maar we gaan gelukkig de goede kant weer op." Hij kon het niet ontkennen, het grootste gedeelte van de winter zat er op en het lengen der dagen was al duidelijk te merken. Het breekbare gesprek viel weer stil en hij dacht even terug aan de merkwaardige ervaring van deze ochtend. Zou hij het ter sprake durven brengen? Snel, alsof hij bang was er spijt van te krijgen begon hij zijn relaas. De vreemde knikte af en toe en gaf blijk van een zekere herkenning. "Wat gaat u met deze ervaring doen? Of bent u er nog niet uit?"

Hij kon er nog steeds niets mee. Het was lang geleden dat hij nog wist wat hij plezierig vond. Vroeger kon hij genieten van een ritje in een achtbaan, een tochtje op de fiets maar nu was alles verworden tot actie met een rationeel doel. Eigenlijk vond hij het best, want zoals gezegd, wat heb je aan vrolijkheid?

De man naast hem keek hem aan en slechts met moeite was een licht spottende uitdrukking waarneembaar. "Mag ik u uitdagen? Zet u de auto eens aan de kant, bel aan bij dat huis daar en als men open doet, zegt u dat u verkeerd bent verbonden. Vervolgens keert u weer terug naar de auto." Hij vond het te zot voor woorden, moest hij zich als veertigjarige boekhouder gedragen als een dwaas? Gesteund door de profetie van deze ochtend voelde hij zich onweerstaanbaar aangetrokken tot het idee weer even kind te zijn, zijn overtuiging ten spijt. "Vooruit nu, niet langer gedraald, gewoon doen", maande hij zichzelf. De onvermoede gedachten gaven hem een aangename kriebel in zijn maagstreek die hij niet meer voor mogelijk had gehouden.

Hij zette de auto aan de kant, stapte uit en liep vol jeugdige bravoure naar het huis. Nog voor hij verdere uitvoering kon geven aan zijn impulsieve daad hoorde hij achter zich het starten van een auto. Zijn auto, constateerde hij verslagen. Met gierende banden spurtte het voertuig weg. Nog even en hij zou de bocht omgaan, zich daarmee aan het zicht onttrekkend.

In paniek belde hij aan bij het huis. De deur ging open. Een man in flets oranje pak knikte minzaam naar hem.


Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

heel apart!

Geplaatst op: 2008-02-29 16:27:17 uur