Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
7 november 2020, om 14:03 uur
Bekeken:
205 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
24 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Bittere Eindjes..."


De Laatste Eindjes worden langer dan ik dacht vandaar de Bittere Eindjes waarmee ik een schrijvererij af sluit dat eens een boekje zou kunnen worden...

 

Gedurende mijn periode in België hield ik kantoor in Den Haag bij een bevriende makelaar in het Statenkwartier. In het zelfde pand resideerde ook een jonge advocaat die zich als Curator zou specialiseren en een aardige vent bleek te zijn waarmee ook nog eens gezellig een borrel kon worden gedronken in een van de vele kroegen die de Frederik Hendrik laan rijk is. Ook de bevriende maakelaar was niet vies van het geestrijk nat zoals hij het noemde en zo werd het meer dan een keer gezellig. Maar op een vrijdagmorgen als ik nog in België zit word ik gebeld door die bevriende makelaar. Hij had bij de post een blauwe brief ontwaard met mijn naam erop en stelde voor die brief open te maken. Die brief vertelde dat ik failliet was... Om een lang verhaal kort te houden kon ik maar een ding bedenken: De auto pakken en als een haas nog die zelfde dag naar de bank in Den Haag. Net voor sluitingtijd stond ik weer buiten met mijn koffertje en zou ik de komende periode niet helemaal zonder komen te zitten. De aangestelde Curator bleek die aardige medehuurder van het pand waar ik ook kantoor hield maar nu moest hij optreden. Hij rook onraad maar zaken zijn zaken en mijn naam was Haas. Wel is waar dat mijn erfenis na de dood van mijn vader door het faillisement is opgeslokt en mede daardoor mijn zaak snel werd afgerond. Zijn opvolger was minder inschikkelijk en wilde mijn zaak opnieuw openen. Echter nu ging mijn kont tegen krib en kon hij het bekijken. De rechtercommissaris zag de nutteloosheid van de exercitie snel in en ik kon door met de restanten van mijn leven.

 

Ik ben weer een week lang dronken. Mijn Siamese katten zijn de enige die nog over zijn voordat Linda ze komt ophalen. Het is stervens koud in huis. Het sneeuwt en het gas voor de verwarming en het water en het hout voor de openhaard is op. Om niet helemaal te bevriezen hak ik de keukenstoelen aan mootjes voor de open haard. Vervolgens flikker ik alles wat verder brandbaar is en te groot voor de haard en van weinig waarde in het weiland waardoor een grote brandstapel ontstaat. Nu door het dolle heen gooi ik ook de halflege verfbussen en verfrestanten  op de stapel en steek op een mooie winer avond de hele zooi in de fik. Ik kijk nog een keer op afstand terloops naar het mooie huis dat met de nu weer rokende schoorsteen in het winterlandschap met de inktblauwe lucht er uitziet als een plaatje van Anton Pieck. Dan word ik opgeschrikt door een serie heftige knallen en kleurige flitsen die boven de inmiddels goed fikkende brandstapel uitschieten. Maar stomdronken en helemaal van god los dans ik nog een paar uur om de brandstapel mij nauwelijks beseffend wat ik aan het doen was.

 

Dat komt de volgende morgen als ik na het piesen in de spiegel kijk. Naast mijn ongekamde piekhaar zie ik een verlopen kop met rode ogen en een mengeling van rode, zwarte en zelverkleurige verf kris kras oven mijn gezicht en de kleren die ik nog steeds aanhad. Ik zag er uit als Mefisto uit het inferno van Dante en kon zo naar het toneel. Mag van geluk spreken dat de brandweer en de rijkswacht niet gelalarmeerd zijn want die weten wel raad met Hollanders die de wet overtreden.

Niet in staat om mij de fatsoeneren en stinkend als een Bunzing plof ik weer op de bank en wacht met een fles whiskey op de dood die maar niet wil komen. De katten hebben nergens last van en kruipen weer onder mijn trui en ik voel hoe ze uitgestrekt tegen mijn ongewassen lijf geplakt liggen om gezellig snorrend het beetje warmte met mij te delen en mij wederom trouw beloven.

 

Op een nacht als ik weer helemaal bewusteloos ben en de TV aanstaat en voor de zoveelste keer dat liedje van George Michael voorbij komt met dat leuke Kerstliedje met zijn vrienden, gaat plotseling de bel en snerpt door mijn gekwetste ziel. Ik schrik mij het lazurus, val van de bank en kan nog net de TV uitzetten. Daarna sluip ik naar het raam in de hal om te kijken welke gek er voor de deur staat. Op het moment dat ik naar buiten gluur, kijk ik recht in het bleke gezicht van een kleine grijze dwerg in het vale maanlicht die zich ook doodschrikt en achterover tuimelt. Zo in de Brandnetels ! Ook hij meende een geest gezien te hebben en ik kon niet meer doen alsof ik hem niet gezien had. Het was Brian Gilroy dat vreemde mannetje uit Den Haag met wie ik toch in gesprek was geraakt omdat hij veel te vertellen leek te hebben en mijn inschattingsvermogen in die periode nihil was. Maar een echt fris ventje vond ik het toen al niet. Dus met de meest mogelijke afkeer en tegenzin heb ik hem toen toch weer binnengelaten. Fout !!! Maar ik kon hem toen toch moeilijk dood laten vriezen en zo te zien had hij een paar nachten buiten geslapen. Hij had via, via gehoord dat het niet zo goed met mij ging en iemand had het adres door  gegeven. Toen het bleek dat hij ook nog uitgehongerd was heb ik hem te eten gegeven en onderdak geboden. In de dagen die volgden plunderde hij aan een stuk door de IJskast en zorgde er tevens voor dat ik mijn Whiskey voorraad niet alleen op hoefde te drinken. Om iets terug te doen stelde hij voor mijn auto na te kijken. Ik had hem al verteld over de startproblemen door de uitzonderlijke kou die winter. Ook zou hij het een en ander afstellen, de olie verversen en het luchtfilter vervangen. Volgens zijn zeggen had hij een papiertje Autoschool Driebergen en ik heb hem zijn gang laten gaan. Toen de waterleiding op zolder knapte door bevriezing heeft hij die ook provisorisch gerepareerd maar ging daarbij zo vreemd om met gasbranders etc. dat ik vreesde dat nu het hele huis in de fik zou gaan. En dat terwijl de brandlucht van mijn vorige avontuur nog in de lucht hing. Na een lang en geheimzinnig telefoongesprek met iemand uit Amsterdam is hij op een vroege  morgen zonder afscheid te nemen vertrokken in de Renault Alpine waarmee hij gekomen was en die hij na later bleek zo maar even  zonder toestemming van de eigenaar geleend had voor een zogenaamde proefrit... Hoe het precies zat wilde ik ook toen niet weten en hoopte hem in iedergeval nooit meer te zien.

 

Maar de geest is nu definitief uit de fles en de gekte gaat nog even door ! 

 

Mijn rode racemonster stond geduldig te wachten in de garage die bewuste ochtend voor dag en douw. Ik zou nieuwe vrienden ontmoeten in Den Haag waarmee ik een afspraak had gemaakt voor het onderbrengen van mijn resterende boedel. Het was nog knap koud aan het einde van de winter cq het begin van het voorjaar toen ik na de vertrouwde rit over de Belgische landweggetjes de rijksweg opdraai. Het weer was stil, helder en droog en de weg was nog leeg. Dus ik ging er voor zitten en gaf gas ! Een Alfa Romeo Julia Super met opgevoerde twee liter motor wil wel ! Maar nu wilde ik wel eens weten hoe ver ik kon gaan. Zou ik nog een beetje dronken zijn ?! In ieder geval klonk het grommende en karakteristieke Alfa geluid luider dan gebruikelijk maar als muziek in mijn oren als ik met een snelheid van tegen de 200 kilometer over de weg scheur van Breda naar Rotterdam. Jihaaa, helemaal te gek en alles even vergeten. Toen ik na een tijdje routinematig in mijn achteruitkijk spiegeltje keek, zag ik twee dingen: Een witte Porche van de Rijkspolitie en een dikke vette witte rookpluim die uit mijn auto kwam. Ik kon nog net de oprit van een benzine station opdraaien voordat de auto er gierend en ratelend definitief mee kapte.

 

De Rijkspolitiemannen hadden de witte puim ook gezien, kenden de betekenis ervan en reden door ?! Van mijn Alfa Workshop kreeg ik de twijfelachtige titel: Klant met de de zwaarst inelkaar gedraaide motor aller tijden... En welke gek had het luchtfilter verwijderd en waarom zat er geen olie in het carter en was de carterdop foetsie ?!  En of ik misschien vijanden had want een aantal slangen, moeren en bouten zaten ook los waardoor het nog vele malen erger had kunnen aflopen. Het is toen opnieuw niet helemaal tot mij doorgedrongen maar het had mogelijk iets te maken met de servicebeurt van Brian Gilroy: De man van Driebergen die mogelijk ook nog vergeten was zijn medicijnen in te nemen !

 

Na deze zoveelste shitzooi moest ik nog steeds mijn resterende spullen onderbrengen.  Na enige vertraging maak ik dan toch die afspraak met mijn nieuwe vrienden die kantoor houden op het Lange Voorhout. Wat voor vrienden dat waren ? Dat wordt weer een verhaal appart maar voorlopig moest ik zien dat alles weer een beetje normaal zou worden. Gedurende de verhuisperiode zit ik 's avonds bij Hathor en Ca Emile normaal te zijn met veel drank op als ik opnieuw een reuze aardige jonge en mooie vrouw tegenkom die mij omarmd in mijn misère en mij gretig wil helpen. Willoos koester ik mij aan haar warme boezem en laat mij kritiekloos  bedwelmen door haar goede bedoelingen en de liters Wodka die zij voor de zekerheid konstant paraat heeft.  Maar zodra ik min of meer weer het daglicht zie ben ik haastig uit haar leven geslopen. Na deze periode kon ik een baan krijgen als Bladmanager Bij Penthous en heb ik tenminste de Wodka betaald maar dat was niet genoeg. Ze heeft het mij nooit vergeven !

 

Wat er in de tussentijd nog allemaal is gebeurd, schrijf ik in een volgend verhaal want het is nog steeds niet klaar...

 






Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.