Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
6 mei 2020, om 12:40 uur
Bekeken:
172 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
54 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Het leken gotsamme de middeleeuwen daar bij die halluve zolen"


Zomer 1976 was één van de meest hete en droge zomers die ik sinds 1947 mee maakte. Het was het jaar waarin ik veel tentoonstellingen had en sindsdien nooit meer zoveel werken verkocht als in de 70-er jaren.

De stijl gereformeerde ex-Vietnam veteraan Clowney, een kennisje van de VU Amsterdam, nodigde mij uit om een week van “christelijke kunstenaars” bij te wonen in een kunstboerderij te Zwiggelte (of all places). Waar kom ik terecht, dacht ik, want ik had nog nooit van die negorij gehoord. De eigenaar van de boerderij, een sombere befbaard type van the founding fathers,  gaf als tekenleraar lessen waterverf aan de avondopleiding van de akademie Minerva waar boerenzeuns als Henk Helmantel hoogtij vierden. Hij was fel tegen de Beeldende Kunstenaars Regeling was het eerste dat hij zei, want dat ging van 'zijn 'belasting geld. Ik zei tegen hem: 'Je zegt net dat je een tijdelijke aanstelling hebt. Wat doe je als je onderwijsbaan niet verlengd wordt?'Ja, hoor, dan zou hij van de BKR gaan vreten en lekker zwart erbij verdienen.

Achteraf gezien bleken het helemaal geen kunstenaars te zijn die de zogenaamde christelijke kunstweek bezochten, op twee na, maar gereformeerde tekenleraren en fijn gristelijke leerlingen van de opleiding tot tekenleraar. Ze waren ook felle tegenstanders van de BKR verklaarden ze en wilden eigenlijk niet met mij praten, want gesubsidieerde kunstenaars waren allemaal communisten, ook als ze het van zichzelf niet wisten.

De organisatoren van d egristelijk kunstweek, de stijl gereformeerde leraar waterverf Jan van Loon en de nog gereformeerder boemelstudent Hans van Seventer, een wegens wanprestatie ontslagen medewerker van de EO, organiseerden de week, die gevuld was met lezingen, inktzwarte filosofische  beschouwingen, donderpreken van dominee bralleput, kommer en kwel en vooral loodzware Bijbelstudies waar de van haat vervulde calvinisten van de vrijgemaakt gereformeerde kerken zo sterk in zijn. Verkondigd werd dat de mens tot alle kwaad was geneigd, niks goed deed en voorbestemd voor de hel, behalve de gereformeerden die uitverkoren zouden zijn.

De eerste avond zocht de eeuwige student (4 afgebroken studie richtingen) Hans van Seventer om de toon als vlegel te zetten ruzie met mij. Ik was in die tijd nog lid van de VPRO dus paste ik om die reden niet in het stijl gereformeerde gezelschap, verklaarde hij fijntjes. Achteraf gezien had hij min of meer gelijk. Ik was te flamboyant voor het stijve gezelschap. De doorgaans zwaar brillende meiden gekleed in hoog gesloten gesteven witte bloese waar een nep parelkettinke van de Hema op prijkte en gehuld in een Schotse plooirok tot op de schonkige enkels, geen gezicht 1964, dus in 1976 al aardig gedateerd. 

Ik was razend na het commentaar van Hans van Seventer en deelde de organiatoren mee dat ik de volgende ochtend voor hun gristelijke gemoedsrust wel zou vertrekken. Mijn echtgenote haalde mij jammer genoeg over om toch te blijven. Voor de rest van de week werd ik genegeerd door de fijne christenen, zoals standaard procedure in die kringen.

Onze dochters waren idolaat van de ponies die  op het boeren erf stonden. Ik besloot omwille van onze kinderen tegen wil en dank  dan maar te blijven ondanks mijn weerzin tegen de zware, zwartgallige calvinisten en besloot er dan maar het beste van te maken. Een week was zo voorbij. Ik paste me gewoon zo goed als mogelijk aan.

De organisatoren hadden bezwaar tegen de make up van mijn weder-helft die lipstick en eyeshadow gebruikte. Voor ons als Amsterdammers een normale zaak.

“Alle zondaressen, hoeren, satanskinderen en dochters van de Boze blanketten het gelaat om de gelovigen te verleiden en op het slechte pad te brengen” vernam ik van de een of andere kwezel. Zo kon je het ook zien. Een opvatting die mijn begrip te boven ging.

De VU student Paul Clowwney werd ter verantwoording geroepen door de organisatoren, dat hij zonder toestemming van de organisatoren vooraf mij had uitgenodigd. Zij raadden hem met klem aan zich te distantiëren van mij “om des Heren wil en Zijn betrouwen”.  De rest van de week ontweek hij mij. Het stelletje was Oranjegezind. Lang leve de koningin want daar gaat de koning bij in. 

“Wat heeft duister met het eeuw’ge licht te maken”, riep van Seventer vertwijfeld uit toen mijn werk en persoon ter sprake kwamen.

“Gewoon op zijn tijd een kaarsje aan steken als een licht voor uwe voet en een olie lamp op uwe weg”, raadde ik hem aan.

“Kaarsje aansteken? Dat hoort bij de Roomse afgodendienst” antwoordde hij snedig.

Hij wist dat mijn echtgenote rooms katholiek was.

Discussies, afsijken, veroordelen, schelden, bekrompenheid en afkatten is standaard procedure onder de gereformeerden, begreep ik al snel tijdens die week. Een wervende reclame voor het gristendom.

Ik kocht zoals gewoonlijk op zaterdag een Volkskrant, NRC en een plaatselijk dagblad. Was ook fout. Misprijzend beweerde van Seventer dat ik dan “verslaafd aan de media was, zoals zijn mentor Rudi Dutschke het noemde”. Het was ’t ergste dat iemand kon overkomen als hij een andere krant las de Gereformeerde Gezinsbode en het kerkblad.

“Oho”, lachte ik “luister je als gerefomeerde glimpieper naar de geeste-lijke vader van de Rote Armee Fraktion? Rudi Dutschke regeert? Mag een krant lezen nu ook al niet meer? ”

Het antwoord verbaasde mij.

“Der Rudi is ten diepste een ware christen en wie de krant leest is in de greep van de Satan. Jij behoort  als BKR kunstenaar tot de wereld en de wereldheerser is de Boze en wie niet voor Mij is, nou die is tegen, komt van de drup in de regen. Der Rudi heeft het beste voor met de mens!” sputterde hij tegen.

“Vandaar dat ze hem een kogel door zijn kop hebben geschoten. Die Duitsers weten wel wat ze doen met linkse oproerkraaiers. Een nekschot. Zijn ze sterk in. Soms terecht! Net als in de dagen van weleer!” repliceerde ik.

Hans gaf het als vrome jongen op en heeft de hele week geen woord meer tegen mij gezegd. Mijn oudste dochter Misja haalde verleden maand juli 2012 haar herinnerigen op aan die week.

“Het leken gotsamme wel de middeleeuwen daar bij die stijl gereformeerde halluve zolen in Zwiggelte. Lange ruwhouten tafels, wrakke banken en het eten uit die nappen was niet te vreten. Gewoon om te kotsen. Wat deden jullie daar in Gotsnaam bij die hypokrieten?” zei onze oudste dochter Misja mij onlangs.

Ik had er geen antwoord op want ik wist het ook niet. Een vergissing is nu eenmaal menselijk. Na die week verloor ik ze uit het oog en uit het hart, voor zover ze daar aanspraak op konden maken.

In de gang van de gristelijke Kunst und Kultur boerderij van Jan van Loon stond een kratje goedkope hoofdpijnpils. Om kalm te blijven pakte ik regelmatig een pijpje. Ik legde afgepast geld neer zoals afgesproken.

Waterverver Jan van Loon kwam naar mij toe en vroeg argwanend of ik eigenlijk wel betaalde voor de pils, want die Amsterdammers uit de kuns sien waren allemaal oplichters.

“Tot op de laatste cent betaal ik” verklaarde ik naar waarheid.

"Ja, ja, dat kennen we!" zei hij argwanend. Hij geloofde het alleen niet. Gristelijke waterververs waren van het tiepe zoals de waard is vertrouwt ie zijn gasten. Laat ze maar lekker door roken. Ze konden van mij toch al allemaal de kanker krijgen!

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.